23-01-16

Blanke Vriendinnen of Gekleurde Vriendschappen?

Dat zal wel een beetje afhangen van de smaak van elke man...

Of ik gemakkelijk vriendinnen maak? Nee, zeker niet. Onlangs nog heb ik dat uitgelegd aan mijn oudste dochter, terwijl mijn vrouw aan het meeluisteren was. Als ik toevallig een vrouw zie die mij bevalt, in een restaurant, een bar of een vereniging bijvoorbeeld, dan zal ik haar wel bekijken maar nooit het initiatief nemen om benadering te zoeken. Van de andere kant, indien zij het initiatief neemt, dan zou ik me algauw, met een been naar achteren, schrap zetten om een eventuele poging tot contact te belemmeren, want ik zou me meteen voorstellen dat ze me voor de ene of de andere interesse zou willen gebruiken.

Nochtans, ik vraag me altijd af wat ik zou doen moest het een simpathiek negerinnetje zijn...

Met hoeren die de job nog aan het leren zijn en met meiden, heb ik overigens (zoals mijn low-profile karakter duidelijk aanduidt) weinig last. Ik denk, omdat ik nog altijd niet veel ervaring heb gehad met stijve blanke vrouwen, vooral diegenen die gebruik maken van hun haar in een knot verwerkt, achteraan of boven op hun kop, met stijlvolle brillen, zoals die met extra-grote glazen, of in de vorm van wulpse vlinders, of nog slechter, in vuil-bruine ouderwetse monturen, met dikke randen, die eerder op plastiek gelijken dan op die van dure oorsprong. Ook de manier van kleding kan mijn verbeelding onmiddellijk op hol doen slaan, of omgekeerd, terstond een ijsblok in mijn onderbroek doen betekenen.

Losse, kleurige, luchtige jurkjes of eenvoudige kleedjes, trekken eveneens mijn prompte aandacht, meer dan een gespannen en donker gekleurd kleed of rok, tot ver over de knieen getrokken. Een verhullende en verleidelijke halsuitsnijding eveneens. Beter uitnodigend opgewekt dan voorspoedig verslagen. Los geschud haar en een in een altijd geplooide lach getrokken mond zijn onovertrefbaar.

Over dat soort dingen nog altijd: namen zijn uitzonderlijk belangrijk. Sommige zijn niet bepaald zielsoverwelgend of hartverwarmend. Eerder ijzig dan koel. Op afgemeten afstand.

"Ouderwets" is hier weeral eigenlijk te zacht uitgedrukt. Eigenaardig eigenlijk hoe een moeder soms haar dochter, voor de rest van haar leven lang, zal benadelen met namen die gewoon opdoffers betekenen voor de meeste vooruitstrevende mannen. Er bestaan namen die gedurende de eerste vijf minuten van een kennismaking tussen een vrouw en een man, voor een afgrijselijk negatieve waardeschatting zorgen, net alsof men de voetbal wedstrijd al aan het beginnen is met een verrassend doelpunt tegen. Ik herinner mij nu een oud koppel van Oostakker (de nonkel van mijn vader), waarover ik in de blog al geschreven heb: Nonkel Filemon en Tante Irma. Gewoonweg afschuwelijke namen. Net zoals de parfum die zij zich dertig jaar eerder had aangeschaft gedurende hun eerste en laatste huwelijksreis naar Parijs en die ze maar ene keer per jaar gebruikte, net wanneer wij eraan kwamen. De geur stormde de neusgrotten binnen op meer dan twintig meter afstand, zoals een vreselijke tornado. Zonder te spreken over de ijzeren koekendoos die ze ontgraafde vanuit haar slaapkamerkast en die ze al vijf jaar lang op een rij had open gekraakt en die, volgens haar, nog altijd meegingen en waarschijnlijk nooit nemeer zou leeg geraken. Vochtig en oninslikbaar waren die buchtkoekjes. Mijn broers vluchtten er ogenblikkelijk van, zonder aandacht te trekken, naar de keuken om daar, in de afwaskuip, vreselijk te gaan overgeven.

Ik weet van mezelf dat ik uiterst slordig ben, maar een vrouw moet beter op haar voorkomen passen dan een man. Tenzij ze rap afgeschreven wil worden door het mannelijk geslacht. Een man die een vrouw heeft die de aandacht weet te trekken van andere mannen, vooral met een joviaal uitzicht en zich sympathiek voordoet, is de reden waarom het verboden is de vrouw van andere mannen te begeren. Het is de meest in praktijk omgezette, doodzonde.

Verder over de "geuren" die een mens vergezellen: eerlijk, ik kan een geniepige glimlach niet onderdrukken wanneer iemand daarover begint. Soms vraag ik mij af of mijn verse onderbroek van eergisteren, nog een verdere dag langer kan meegaan, want ik schud altijd zodanig verwoed aan het beest, na gepist te hebben, dat de laatste druppel er nooit nemeer terecht in is gekomen. En alzo, mannen rieken niet. Ze stinken (meestal). Maar vrouwen laten zich niet graag overwinnen, daarin. In hun onderbroek, bedoel ik. Toch behoren de natuurlijke geuren uitsluitend aan de vrouwen en aan hun kinderen toe en die herinneren zich duidelijk die van hun eigen Mama's, tussen honderden andere mama's. 't Schijnt zelfs dat bepaalde geuren andere mensen, vrouwelijke of mannelijke, gewoon kunnen bedwingen en zelfs overmeesteren, zoals het zweet van een man bijvoorbeeld. Het betreft zich om de levende getuigenis van de inpanning die een man levert om zijn gezin te kunnen blijven onderhouden en degelijk op te voeden. Het vertegenwoordigt het gemak van zijn vrouw en ze leert op den duur dat zijn zweet en de "geur" ervan, essentieel is om haar comfort te blijven verzekeren.

Over de klank van de stem van een man, ik zal er waarschijnlijk zelf nooit geld mee kunnen verdienen en niemand heeft mij er ooit op gewezen dat ze aantrekkelijk is, net zoals de rest van mijn simpel bestaan eigenlijk. Ik betwijfel of 't een of 't ander, een geinteresseerd meiske, haar nu méér zou doen wankelen dan vroeger, maar ik herinner me mannen die met hun stem alleen al meiskes konden veroveren. Dus, daar zal ik niet trachten punten méé te scoren.
 
Wanneer een meiske beweert dat ze "bijna zeker is van een man, of van iets anders", dan bedoelt ze daarmee dat er zich oneindige twijfels opstapelen in haar pakkend hart, zoals het opgeperste water sijpelt en druipt doorheen een gebarsten dijk en ik heb persoonlijk kunnen ondervinden hoe de liefde bekwaam is meer schade aan te brengen dan de meest vernietigende haat.
 
Ik besef wel degelijk dat ik nu, op diene "berg-af-leeftijd", er waarschijnlijk niet meer in zal slagen een kind volledig op te voeden, maar wat mij het meeste kwelt is dat ik, op dit ogenblik, mijn bloed niet heb kunnen verspreiden en er geen enkel rudootje nemeer zal bestaan als ze mijn voeten samen leggen. Het is dus geen seksuele kwestie, maar één van pure drift en drang op nageslacht. Was ik in staat gemakkelijk dronken te worden en bekwaam, zoals vroeger, zelfs in dronken staat te vogelen, het zou misschien al eens gebeurd kunnen geweest zijn, maar mijn geweten spreekt altijd hoger.. en de kansen, worden bijgevolg voortdurend kleiner. In die zin mag je de uitdrukking "os" letterlijk opnemen. De stier is "mak" geworden.
 
Futloos, lam of moe?? Ik vermoed dat we allemaal een beetje futloos aan het worden zijn. De vechtlust is er nog niet uit, maar de goesting om niets nemeer te doen en lui achterover in de zetel te liggen wentelen, zonder op-te-lossen problemen in je heet hoofd, wordt alsmaar groter.

10:37 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.