11-09-16

stilzwijgen ligt niet in zijn aard....


Stilzwijgen ligt niet in zijn aard.
Hij is héél erg spraakzaam.
Kan je nu nooit eens je mond houden, hoort hij vaak.
Neen, hij praat en praat maar, aan één stuk door,
de hele tijd over al zijn lievelingsonderwerpen en
die wisselen wel eens.

Al vanaf zijn derde levensjaar,
het kan ook iets eerder of iets later geweest zijn,
had hij interesses of manieën zoals ik ze noemde.
Het begon met dinosauriërs.
Nu hebben wel méér kinderen belangstelling voor dino’s
maar die van mijn oudste kind was op zijn zachts gezegd
merkwaardig, overdreven en uitputtend.
Hij had enkele maanden nergens anders meer aandacht voor.
Hij kleurde alleen maar plaatjes met dino’s,
hij speelde dat hij zelf een dino was,
elk verhaaltje van mij vóór het slapengaan moest er een zijn
met dino’s in de hoofdrol, elk gesprek tussen hem en mij ging
over die voorhistorische dieren waarvan hij alle namen
perfect kon uitspreken…
torosaurus, pterosaurus, brontosaurus, stegosaurus, triceratops…
zei hij klaar, helder en duidelijk en hij proefde traag van elk woord….

Na die uitgestorven dieren verhuisde zijn interesse naar de
vroege middeleeuwen met zijn ridders en vazallen,
zijn jonkvrouwen en pages, weer zweeg hij niet,
elk gesprek ging over geharnaste ridders met een duister verleden,
zijn woordenschat was doorspekt van riddertaal,
hij sprak over strijdrossen en maliënkolders,
de spelregels van steekspelen en toernooien hadden voor hem
geen geheimen, hij wist feilloos waar hij de afgelegen versterkte
burchten met hun ophaalbruggen en kantelen kon vinden….

Na de ridders maakte hij moeiteloos en veilig de oversteek
naar de nieuwe wereld.
Blauwbloezen en indianen hielden hem maandenlang in de ban,
hele veldslagen werden onder zijn deskundige leiding beslecht.
De ene dag was hij het geslepen opperhoofd van een kleurige
indianenstam de andere dag generaal van de cavalerie.
Hij wisselde gewetenloos maar met het grootste gemak van kamp.
Ik werd doodmoe van al die oorlogen.

Na maanden van eindeloos vechten en strijden in de meest
erbarmelijke omstandigheden keerde hij eindelijk ongeschonden
naar Europa terug.
Zijn bestemming deze keer was Rome.
Hij smulde maandenlang van de geschiedenis van de oude wereld,
van het romeinse rijk kreeg hij maar niet genoeg.
Afwisselend kroop hij in de kleren van de onverzettelijke
romeinse keizer maar hij voelde zich evengoed op zijn gemak
als succesvolle, onoverwinnelijke gladiator die elke strijd op
leven en dood in de arena overleefde.
Als legeraanvoerder leidde hij hele legioenen en uit elke oorlog
kwam hij zegevierend terug en oogstte trots op zichzelf en
zijn manschappen het applaus en gejuich van het plebs terwijl
hij kaarsrecht en heldhaftig de teugels van zijn vurige paarden,
het waren er minstens zes, vasthield terwijl hij zijn strijdwagen
triomfantelijk door de arena mende
.

Toen hij vijf was kon hij lezen en ging hij met me mee naar
de plaatselijke bibliotheek, ging er op onderzoek en koos
van nu af aan de boeken van zijn eigen voorkeur.
Moet je dat nu echt stimuleren, vroegen ze mij.
Ik begon te twijfelen.
Want zeg nu zelf, welk een vijfjarig jongentje leest er nu
een geschiedenisboek in bed vóór het slapengaan,
zó zwaar en zó dik dat hij het amper kan vasthouden?
Zou ik dat kind niet beter prentenboekjes geven?
Naar plaatjes laten kijken?
Stripverhaaltjes misschien?
Dat kind van jou wordt op die manier nog wereldvreemd,
het wordt een eenzaat, een eenzaam en asociaal kind...

Ik besprak mijn bezorgdheid met mijn moeder want het laatste
wat ik wou was een asociaal, aan onze normen en maatschappij
onaangepast kind en vroeg naar haar raad.
Ze moest eens hartelijk lachen en zei:
Maak je geen zorgen mijn kind.
Jij was vroeger precies zó en het is met jou toch ook goed gekomen…

Zou je denken...?

 

15:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.