04-12-15

Een Hete Ketel op de Gloeiende Kachel

Het spreekwoord "waar het hart van vol is, loopt de mond van over" is weeral eens aanwezig in mijn bedenkingen.  Nogmaals over mijn oudste dochter dus, voor de vijftiende keer.

Verplicht zijn het eens beschouwde "ongelooflijke" in naakte werkelijkheid te zien omtoveren, zo voel ik mij in verband met haar. Zes jaar geleden zou ik het ongelooflijk hebben geacht dat zij zich tegen mij zou omkeren. En toch is het gebeurd. Ik kan het nog altijd niet geloven. Ze is nu juist het tegenovergestelde van wat ze eens is geweest. Nu begin ik zelfs te betwijfelen of ze, binnen weinig tijd, niet zal verlangen dat ik, wat rapper, de hoek omdraai.

Hier verbeelden ze het gevoel van iemand die lijdt onder het gedrag van iemand anders, als ware het de betekenis van een nagel in zijn doodskist.

Alhoewel ze geslaagd is in haar middelbaar onderwijs en momenteel in België verblijft, kan ik geen rustige toekomst onderscheiden in haar hogere studies en vrees ik dat het allermaal nutteloos zal zijn. Bovendien moet ik me soms echt bedwingen om haar geen mep in het aangezicht te geven. Ze behandelt me gewoonweg vijandig, met minachting en zonder enige blijk van vriendschap en genegenheid. Laat staan liefde.

Van de andere kant, de manier waarop mijn vrouw onze jongste, Mariana, opvoedt, met losse teugels en bang het afgrijselijke woord "NEE" te gebruiken, zodat ze soms zo echt begint te schreeuwen van de woede en de colere, doet mij ook niet meer rekenen en hopen op een gehoorzaam, braaf jong dochtertje. Mijn vrouw zelf is nu ook precies geen voorbeeld van geschikte communicatie. Twee keren, gedurende tien dagen, heeft ze mij gewoon op stelten gezet van bekommering. De eerste keer nam ze Mariana mee voor een wandeling naar een klein parkje, ongeveer vijf minuten weg van hier met de bus. Ze was vertrokken om halfvijf en ik verwachtte haar terug rond de zevenen. Ook al omdat Mariana moet eten (??... ze moet er altijd met een lepeltje achter lopen, om haar te overtuigen de boel in te slikken..) rond dat uur. Ze is maar toegekomen na de negenen. Ik had al een uur door het venster staan staren, ongerust dat ze misschien gevallen was en ´t een of 't ander gebroken had. Maar neenee, alles was in orde. Wat kan een mens nu allemaal eigenlijk doen op een pleintje, al half in het donker (amper met een schommeltje), in zoveel uren tijd? Ik heb niets gezegd, maar ik heb er niet goed van geslapen. Om haar te tonen dat ik er niet content over was heb ik niet meer met haar gesproken gedurende twee dagen. Hopend dat ze de les geleerd had en zich beter zou communiceren in de toekomst. Minder dan een week daarna, echter, deed ze het opnieuw en nu maar arriverend rond de tienen ´s avonds. Nogmaals heb ik twee uren ongerust door het venster staan loeren, in bezorgde verwachting. Een gebroken pols, been of arm? Nee, nietske, gelukkig. Maar waarom belt ze me dan niet eens op, gewoon om te zeggen dat alles ok is is en dat ze wat later zal komen? Nee, nieten (ze gebruikt gene GMS). Ik heb haar dan nog gewaarschuwd: "dat is ontvoering, hé!". Maar dan werd ze pas echt kwaad en de volgende dag is ze helemaal alleen op stap geweest. De gehele dag lang.

Wanneer zal het mijne beurt nu eens zijn om gek te doen??

Ik durf beweren dat ik opmerk hoe mij dat aan het veranderen is binnenin, op dat gebied alleszins. Hoe mijn karakter aan het capituleren is, bedoel ik, wat ik onmogelijk vond, eens de vijftig overschreden. Ik strijd niet meer tegen de stroom op, tegen de golven in en met de wind vlak van voren. Langzaam aan leg ik er mij bij neer. Het heeft niet veel zin nemeer. Integendeel, je wordt er zelfs nog zwakker van. Het liefst zou ik mij willen neervleien, slapen en nooit nemeer wakker worden. Ik ben het, in andere woorden, op aan het geven. Beu van het vechten.

Nochtans zou ik niet graag de indruk willen geven dat ik een geboren opgever ben. In feite ben ik dat wel maar, ik alleen, ben daar zeker van. Nochtans, ik besef dat het vlagen zijn die voorbij passeren en zichzelf oplossen in de wind. Maar dat er 't een en 't ander blijft plakken en elke keer meer, dat blijft er.

Er bestaat hier een spreekwoord dat zegt dat eens een rund erin geslaagd is een gat te maken in de afperking van een wei, de gehele bende runderen meteen door dat enkel gat zal ontsnappen. Je moet maar eenmaal roekeloos zijn, zonder dat er gevolgen opdagen, om het meerdere keren te willen herhalen. Pijn doet het niet, althans.

Integendeel.

13:30 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.