11-11-15

De raadselachtige "snor" van mijn vader

Onlangs zat ik wat oude foto's te bekijken en opeens stootte ik op de foto van mijn vader, van ongeveer een halve eeuw geleden. Wat me dadelijk opviel was zijn tegenwoordig heel zeldzaam voorkomende "snor". Ik had hem vroeger ook wel eens opgemerkt natuurlijk, maar nog nooit had ik er stil blijven bij staan.

ZIJN snor en MIJN naam hebben iets (of niets?) te zien met wijlen meneer Adolf Hitler? De man die niet krankzinnig verzot was op Joden?

Ik heb wel eens gehoord van de "Witten" en ook van de "Zwarten", maar ik heb er nooit mijn hoofd over gebroken bij wie van deze twee verenigingen hij, mijn vader dus, toebehoorde. Ik weet wel dat hij niet stierf van de liefde voor de "Sossen", zoals hij ze zelf verweet. In de Guido Gezellelaan, de hoek omdraaiend op het einde van de Spanjestraat, in Rumbeke (die prachtige en wel geëerde Hoofdstad van West-Vlaanderen), recht tegenover de spoorweg, naast een duister cafeetje, leefde er een gezin met verscheidene kinderen en ik werd kordaat verboden (zonder verdere uitleg) met hen vriendschap aan te gaan, alhoewel zij ongeveer van dezelfde leeftijd waren als wij, de kinderen van Alphonse (niet te verwarren met "Fonske met zijn peird, juju jzok") Van Leuven. Hij, ons vaderkelief dus, had ons eens verteld (of heb ik het van iemand anders gehoord?) dat hij, gedurende de oorlog van 1940, aan het front, in de grachten van Ieper en omgeving, de kogels over zijn hoofd en langs zijn oren had horen fluiten en voelen vliegen. Hij was, schijnt het, onder-officier en bleek niet het karakter te hebben van een lafaard, alhoewel hij mij daar later heeft over doen twijfelen, in rekening genomen het aantal keren dat hij me "laf", heeft afgeranseld.

Dat hij niet beschaamd was en dat hij geen last had van verlegenheid, kon ik pas echt zelf getuigen toen hij eens, gedurende een volgepropte zondagsmis, in de Sint Basilius Kerk (zelden door ons bezocht), dicht bij het beroemd "Weeshuis van Rumbeke", zich niet tussen de menigte wilde wringen en mengelen en rustig het rond houten trapje opsteeg naar het orgel, enkele meters hoger geinstalleerd, waar hij, zonder meer, op een krukje plaats nam. De mensen die rond mij stonden en die niet wisten dat ik zijn zoon was (wat ik toch zou verdoken hebben), mompelden verrast over zijn uitdagend gedrag en zelfs de ingetogen paster, achter, of was het voor het altaar, keek geërgerd op naar die vreemde indringer daar. Hij is echter wel bereid geweest zijn veroverde troon voor enkele minuutjes af te staan, toen de organist aanstalten maakte een liedje te willen gaan spelen, zodat ze beiden, op de trap, hun kloten moesten beschermen met de palmen van hun handen, voor ongepast gewrijf, terwijl ze elkaar passeerden.

Maar verder over die snor dus...

Als die niet gelijkt op die van Hitler, die toen zopas afgetreden was, in de late jaren veertig, dan weet ik het niet meer. Ook mijn naam, Rudo, afkorting van Rudolf, gelijkt als een tweeling op de naam Adolf. Zou dat opzettelijk geweest kunnen zijn? Zag hij liever tien Palestijnen dan een Jood?

Ik zou het niet durven zweren, maar ik kan haast niet geloven dat dat allemaal louter toeval is geweest.

Vandaag de dag vraag ik mij af waarom ik dat soort "snorren" nergens en nooit nemeer terug heb gezien. Is hij uit de mode geraakt misschien?

Ik moet mezelf nog bewijzen dat ik ook een moedige persoon ben en dat ik van schrik, maximum, alleen maar in mijn broek pis. En niets meer, of ook niets minder. Vanaf vandaag zal ik mijn snor laten groeien. Net zoals mijn vader die had.

Een appel valt niet ver van zijn boom.

De Broederschool van Roeselare.jpg

14:02 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.