08-11-15

Hier doet men en hier betaalt men...

Je bent voorzichtig aan het aftasten in hoeverre je mij wel kunt vertouwen? Doe dat maar liever niet. In mij vertrouwen, bedoel ik. Daar ben ik veel te eerlijk voor en ik kan toch niet garanderen en nog minder zweren, dat ik mijn mond zal kunnen blijven houden voor de rest van mijn leven, terwijl dat ook nog eventueel kan afhangen van verzwarende omstandigheden, niet voorspelbaar in het leven van een martelaar. Ik gebruik het woord "eerlijk", maar misschien is de uitdrukking "rechtuit" meer aangepast, in mijn geval.
 
Vroeger was ik bekwaam prompt een gevecht aan te vangen als iemand mij bewust trachtte te kwetsen, met woorden of met daden. Als iemand mij uitschold voor alles wat lelijk is zoals bijvoorbeeld hoerepoeper, pustekop, potter, vrek of smeerlap (eigenaardig, van leugenaar of dief, hebben ze me nooit verdacht!?), dan ging ik direct op de vuist, of zowel sloeg ik rood (of was het wit?) uit van de woede en wilde ik persé bewijzen dat die laster en achterklap helemaal niet wáár waren. Nu kan mij dat allemaal gene barst ne meer schelen, terwijl ik zelfs geneigd ben inwendig te grinniken over hun mislukte poging. Ik zal er nooit nemeer slecht van slapen.
 
Verder over "vertrouwen", onlangs heeft mijn vrouw zelfs nog geopperd dat ik misschien best een psycholoog zou raadplegen. Ze denkt dat ik te hard van stapel loop en dat ik te weinig geduld heb. Vooral met onze klanten en zelfs met kennissen. ´k Vroeg haar nog of een psychiater niet geschikter zou zijn, want die is gespecialiseerd in gekken, maar ze vond een psycholoog al ruim voldoende. Ik heb er nog aan toegevoegd dat diene brave mens geen oplossing zal zijn voor mijn problemen, maar wel een nieuw probleem zou scheppen... namelijk in mijn zak. In mijne broekzak, bedoel, ik.
 
Dat, nog allemaal, in verband met "liegen" in het algemeen en kleine leugentjes in het bijzonder. Mijn vrouw beweert dat een klein leugentje geen kwaad kan. Het toeval wil dat zij diep gelovig is, dat ze constant bidt, de heilige zondagsmis frequenteert, terwijl ze met grote eerbied de naam van God uitspreekt. Of, die van Jezus (eigenaardig, maar ze deed dat ook, toen e terwijl ze nog aan de microfoon aan het zingen was, indertijd). Ze is tenandere ook niet schuw van een klein leugentje, zoals ik dat bijna dagelijks ondervind en wat tenandere ook geldig is voor praktisch alle vrouwen, in het algemeen. Ik, van den andere kant, ben volmaakt ongelovig, heb een waarlijke hekel aan schijnheiligen en ben onbekwaam een leugen uit mijn mond te laten vloeien of er zelfs één ín te slikken. Alhoewel ik daar ook uitzonderingen op toelaat, zoals bijvoorbeeld een dokter die oordeelt dat hij het recht heeft zijn patiënt in te lichten dat hij op zijn laatste benen aan het lopen is, ter dood veroordeelt en hem ook nog wijsmaakt dat hij nog maar amper enkele dagen of weken, maximaal, te goed heeft. Op dat ogenblik MOET de dokter liegen tot de glazen van zijne bril er kapot van springen.

Enkele maanden geleden nog heb ik geschreven over een buurman, geteisterd met longkanker, aan wie de dokter had uitgelegd dat hij Kerstmis niet meer zou halen. Dat was precies een jaar geleden, nu. Gisteren heeft de man mij nog geld komen lenen om in het duister een sigaretje aan te steken.

Intussen echter is de dokter in kwestie, gestorven van een plotse hartaanval.

Hier doet men en hier betaalt men.

13:36 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.