09-11-15

Zoals het pedaal van een velô

Over de opvoeding van Rudo Jr., mijn bloed-eigen zoon (als 't God belieft), ik heb enkele jaren geleden twee briefjes van hem uit mijn geheime brandkist geplukt om ze op deze blog te zetten. Niet dat ik zo'n boodschapjes alle dagen ontving, maar het doet toch deugd te lezen dat hij van mij hield en me zelfs bewonderde. Ik herinner me maar één enkele keer dat ik hem serieus heb berispt en dat was juist de dag vóór hij verongelukt is geweest. Ik vermoed dat ik dat al ne keer verteld heb. Mijn broer Geert en zijn dochter Nara zouden die bepaalde avond arriveren in Rio De Janeiro (ik woonde toen al in Recife) en ik had Rudo Jr. gevraagd hen te verwelkomen op de luchthaven in Rio om hen naar het appartement van Hilma (mijn ex-vrouw, moeder van Jr,) te rijden. Toen hij wat tegenstribbelde, maar zonder te zeggen waarom precies, wees ik hem erop dat dat maar ene keer om de tien jaar gebeurde en dat het dus onmogelijk was daaraan te ontsnappen. Hij is hen dus wel gaan afhalen om acht uur 's avonds, maar ik wist toen nog niet dat hij van plan was geweest (ik heb dat maar vernomen, ná het ongeluk) juist op datzelfde uur te vertrekken naar Belo Horizonte, samen met elf collega's van zijn Protestantse Kerk, waar ze, de volgende morgen, een congres zouden bijwonen. In plaats van om acht uur te vertrekken zijn ze dus maar rond middernacht vertrokken. Om zeven uur in de morgen, wanneer Belo Horizonte al in het zicht was, heeft de chauffeur de auto tegen een boom te pletter gereden.

Al bij al hebben wij dus (mijn zoon en ik) heel weinig gebekvecht, maar er bestonden wel ruzies (meestal dwaze) tussen ik en zijn moeder, waarin hij altijd neutraal is gebleven.

Heb ik hem goed opgevoed? Jawel, vind ik zelf. Ik heb hem twee keren naar België (plus alle buurlanden) laten reizen, ene keer naar de VSA en verder zowat overal hier in het land, waaronder twee keren bij mij in Recife. Maar ik beken dat ik méér gedaan kon hebben, vooral had hij gestadig bij mij ingewoond. Ik moest wel voor mijn werk ene keer per maand in Rio zijn en dat is ook niet genoeg geweest, vrees ik. In alle geval, zijn briefjes zijn altijd muziek in mijn oren geweest en zijn puberteit is gepasseerd zonder veel vlekken in onze persoonlijke relatie.

En nee, het is niet waar wanneer iemand beweert dat hij niemand nodig heeft om gelukkig te zijn. Het "oude-pekestehuis" in Petegem, dicht bij Gent, zou vol zitten met gelukkige mensen die niemand nodig hebben, indien dat waar geweest zou zijn. Mijn moeder heeft de laatste jaren van haar leven bijna helemaal afgezonderd doorgebracht. En ze heeft me opgebiecht dat ze zich teveel alleen voelde. Mijn nonkel (haar broer) Marcel, ook. Tussen ne hele hoop oude mannekes en toch HELEMAAL alleen. Hij heeft het amper enkele maanden vol kunnen houden en is gestorven van het verdriet en van de heimwee. Alleen zijn, deugt maar voor enkele uren. Daarna begint de eenzaamheid aan je geweten te peuteren en te krabbelen, je vlees op te kauwen en je beenderen te overlasten. Veel mensen heb ik echt niet nodig, maar de weinigen die ik binnen laat moet ik kunnen vertrouwen en er kunnen op rekenen, zelfs als ik treurig ben.

Ik houd van regen, wind en zelfs storm, zolang ik binnen zit en door de ruit de natuur zijn gang kan zien laten gaan. Een open haard om het hart te verwarmen en een fles rode wijn erbij, om het hart te laten overstromen van het gemak, de vrede en de rust. De liefde komt dan vanzelf om de hoek loeren. De zomer is heerlijk, maar de winter, niet minder. Ik ben inderdaad wat neerslachtig geworden en het heeft alles te zien met mijn dochter die er niet voor terug deinst mij naar de stront te verwensen. Het gevaar bestaat erin dat ik ook mijn rug naar haar zal toedraaien en dat kan dan diepe littekens veroorzaken, bij mij en ook bij haar. Onnodige en overbodige littekens...

Ik ben mezelf aan het bedwingen om het onderwerp over haar kort te maken, maar iedere keer ik naar haar kijk smelt ik van de rouw, de spijt en de droevigheid.

Wie weet kom ik er ooit nog van onderuit.

Eens heeft een mens mij erop gewezen dat het leven overeenkomt met het pedaal van een fiets. Vandaag staat hij helemaal beneden, maar wie weet, geraakt hij, morgen, terug aan de bovenkant, gereed om een nieuwe richting in te slaan, als het moet.

10:47 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.