07-10-15

Helse Bezemsteel

Het doet deugd wanneer een oude (niet op gebied van ouderdom) vriendin je schrijft dat ze een "aan verliefdheid grenzende genegenheid voor je voelt". Amaai, wat zou ik dat indertijd met gulzigheid graag hebben gelezen. Het doet mij besluiten of ik haar, toen, niet beter meteen in mijn slaapkamer, die bewuste avond, op mijn bed had moeten gooien, de sleutel omdraaiend en het feest vergetend, tot de vonken, de splinters en de vlammen eruit zouden hebben gesprongen van alle kanten, de wereld verkondigend dat er een nieuw koppel was geboren, gereed om zichzelf te vermenigvuldigen en niet in beschouwing te nemen haar aandrang om ietske kalmer te beginnen, want dat dat de twijfels opnieuw zou doen oprijzen, vooral nadat ze haar beste vriendin geraadpleegd zou hebben en die koelbloedig zou verwezen hebben naar mijn verleden, heden en toekomst, om haar terug te doen wijken in haar "dwaze plannen". Dat verdomd en verdoemd schepsel heeft een hekse en helse bezemsteel in mijn wielen gestoken toen en ik wist het niet.

Ik kan maar niet verstaan waarom zij haar voortdurend en hardnekkig heeft blijven aanraden de verbinding met mij te verbreken. Was ik gekend bijvoorbeeld als een dief, leugenaar, bedrieger, smeerlap of was ik te gemeen? Een opstandeling, een herrieschopper, een ruziemaker, of wat? Wat had dat wijf (en haar aanhanger) tegen mij, terwijl ze mij nog niet eens kende? Of betrof het zich om een simpel en eenvoudig vooroordeel? Ik beschouw mezelf als beleefd, goedwillig, gemakkelijk vrolijk, vredeaardig, liefhebbend, vurig en onstuimig, maar zonder geweld en opdringerigheid. 't Is wel waar dat ik sedertdien niet meer zo sympathiek ben gebleven, maar dat zal wel geweest zijn om mijn tegenstanders uiteindelijk gelijk te geven. Zouden ze, in de grond, de pijl toch in de roos hebben geschoten? 

Over een eventuele nieuwe ontmoeting, soms mijmer ik erover of ze niet meer schade aan zou kunnen brengen, dan effectief iets oplossen. Ik denk dat we uiteindelijk allebei in tranen zouden uitbarsten, want NIETS is gemakkelijk geweest in onze afzonderlijke levens. We komen, elk op zijn manier, van verre. En aangezien de mogelijkheid niet heeft bestaan om er ons samen doorheen te worstelen, met de leuze "eendracht maakt macht", komen op zo'n ogenblik de twijfels terug naar boven drijven. Zouden we niet bezig zijn verdronken kalveren uit de gracht te redden? Ik weet nochtans, van mijn kant, dat het eerder triestig zou zijn, dan opgewekt. We zouden wel veel te vertellen hebben en één avond zou niet voldoende zijn, maar "en daarna"?

Als enige verdere troost en genoegen probeer ik seksueel actief te blijven. Maar zonder daarvoor op daadwerkelijke bijstand te mogen rekenen. Mijn vrouw is al veel uitdagender geweest, maar nu is ze zodanig bezig met de Kerk en haar klein dochtertje dat er geen plaats nemeer is voor de grote baas. Dat is begonnen eigenlijk met de oudste die in onze kamer sliep tot op haar dertiende en ons geregeld verkeer verhinderde. Hoe ik ook over haar voeten struikelde om haar wakker te trappelen en haar uit onze slaapkamer te verjagen, ze verstond het niet en de goesting begon ervan af te takelen. Ook de verzekering door de parochie-paster dat ze in voortdurende zonde leeft met mij, een gescheiden man, heeft onze verkeer niet geholpen, tot ze zelfs begon te gapen.

Allez, ik word er zelf ook wat lui van...

22:07 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.