03-10-15

Niet Goed

Ik veronderstel dat ik eigenlijk (nog) niet echt mag klagen, maar ik voel toch al de druk van mijn leeftijd. Ne hele hoop dingen werken al niet meer behoorlijk in mijn lichaam. Ik hoor niet goed, ik zie niet goed, ik smaak niet goed, ik riek niet goed, ik pis niet goed en nog ne hele hoop andere dingen doe ik ook (helemaal) niet goed, nemeer. Ik vermoed wel dat 't één en 't ander te maken heeft met een allergische sinusitis die ik opgeschept heb in mijn winkel waar er, net zoals bij ons thuis op de eerste verdieping van een druk kruispunt, enorm veel zwart en grijs stof rond dwarrelt, in pakken eigenlijk, zodat ik mezelf vast geroest voel in een (onbestaande) griep die niet overgaat. Ik weet dat het te doen heeft met bacteriën en fungus en dat die alleen maar verwoest zullen worden door een super dosis antibiotica, wat ik al twee keren geprobeerd heb, maar niet lang genoeg vol gehouden zonder er een pintje bij te drinken als ik uitgeput, moe en versleten aan mijn cafétafeltje plaats neem, gereed om mij te ontlasten van de sleur, de problemen, de verontwaardiging en besef dat een precies gelijke en eendere dag vóór de boeg staat, gereed om mij terug te pesten, uit te dagen en gelijk te maken met een nul aan de linkse kant. Dat tast mij geweldig aan, zonder te spreken over mijn hoge bloeddruk waarvoor ik ook pillekes in slik en zelfs méér dan vroeger nadat ik vast gesteld heb dat er iets mis is met mijn aorta. Ik heb dringend rust, verandering en ontspanning nodig, zonder te hoeven te piekeren over het gebrek aan eerbied van mijn oudste dochter en de losbandigheid van de jongste.

Mijn vrouw, die ik bemin, heeft ettelijke jaren geleden beslist dat ze het woord "NEEN" uit haar woordenboek moest schrappen en dat heeft als gevolg dat Mariana alles mag doen waar ze zin in heeft, onder meer maar niet uitgesloten tot, alle kastdeuren voortdurend open te werpen en de inhoud ervan rond te slingeren, de gehele dag te staan schreeuwen en krijsen, op de tafels te kruipen, rondhuppelend etend (met Ligia erachter springend om de lepel in haar mond te proberen te schuiven), de helft niet inslikkend, al haar papflessen op de grond werpend, klappen rond delend, vooral aan haar moeder, de hond en verder ook aan iedereen die haar in de armen neemt, alles en nog wat in haar mond steekt, het broodmes behandelt alsof ze gereed staat om iemand te verminken en nog ne hele boel andere schermutselingen veroorzaakt in ons huishouden en ik verwezen wordt naar de politie als ik durf haar de les te lezen door de oudste die echter ook niet nalaat tegen haar terug te schreeuwen en op haar vingers te tikken als het wat te verre gaat. Dan komt de hond er nog bij die luizen, vlooien en bloedzuigers van de straat meebrengt en die ik twee keer per dag moet meenemen op stap, want alhoewel Gleicy er jaren lang voor gezaagd heeft, steekt ze er nooit een vinger naar uit, zelfs niet om hem te liefkozen of te aaien. Nadat ik hem geleerd heb niet te wateren en te poepen op de vloer in de keuken thuis, bestaat er geen andere oplossing, voor zijn geval. Het vreemdste is dat hij zijn poot opheft tegen elke paal, elke boom, elk struikgewas, elke oneffenheid op het pad en ook uitbreidig riekt aan al die plaatsen, terwijl andere honden preuts wegkijken want wat hij doet gelijkt meer op dat wat een straathond gewend is te doen, dan een ware rashond, zoals een Yorkshire bijvoorbeeld. Toch heb ik medelijden met hem en vind ik dat onze beide hondenlevens waarlijk op elkaar gelijken en we over iets moeten peinzen om daar een einde aan te maken.

Ziedaar, de uitspatting van een gekwelde geest, als inleiding.

Nu het vervolg, me herinnerend aan de vroeg donkere en ik vermoed ook koude, avonden, in België nog, toen iedereen wegkroop in zijn gezellige maar gezamenlijke eenzaamheid thuis, wat ik me nog altijd zo goed kan voorstellen. Het lijkt tegenstrijdig, maar ik vond toen, dat terug thuiskerend van de school, die vroege donkerheid aantrekkelijk maakte, vooral eenmaal in de woonkamer aangekomen, waar we in het begin nog genoten van onze Leuvense kachel die bijna stond te barsten van de gloeiende koolstenen en waarop mijn moeder haar strijkijzer warm hield en waar we allemaal niet ver van vertoefden, terwijl we Het Humanistisch Programma afluisterden in de radio, vol nog met eigenaardige lampen.

De aangrenzende achter(bezoek)kamer echter, waar we zelden binnen slopen, verbrak volledig die gezelligheid, kil en verlaten als ze was. Eigenaardig, maar ik droom tot heden van deze plaats met benauwde gevoelens, vooral overwegend dat ik de deur die uitging op het terras aan de voorkant van ons huis altijd open vond en nooit op slot, onafhankelijk van het aantal keren dat ik de sleutel terug omver draaide, geniepige dieven ervan verdenkend daar de nacht regelmatig door te brengen.

Beter warm dan koud, om gezellig te zijn. Tegenwoordig bestaan er van die namaak haarden die het ook goed doen, maar nooit gelijk zijn als een echte Vlaamse haard, met knetterend droog hout erin, dat de eenzame zielen doet opwarmen.

09:59 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.