29-09-15

Doris (4)

Ik ben op dit ogenblik, in feite, gene enkele minuut van haar zorgen en bekommernissen nemeer waard. Zij heeft de hare en ik heb de mijne en we moeten, de ene niet smachten naar het deel van de andere.

Had ik toen niet gesmacht naar haar goedkeuring en toestemming, op de avond van mijn verjaardagsfeestje in Rumbeke, ik zou ze niets gevraagd hebben maar ik zou wel mijn slaapkamerdeur op slot hebben gedraaid, nadat ik haar naar daar, beleefd, zou hebben geloodsd (en de sleutel door het raam gegooid), het licht uitgedaan en haar in mijn bed gesleurd, waarover ik wel degelijk besefte dat er geen plaats bestond voor twee mensen. Naast elkaar, wel te verstaan. Wieweet zou ze van het beest beginnen houden hebben en beslist hebben "hem" alleen maar voor haarzelf te reserveren. Zonder verdere zorgen en bekommernissen over zijn aanhangsels.

Een halve eeuw later zijn we verplicht geweest ons voorstellingsvermogen aan te wenden om elkaar, op dat gebied alleszins, niet helemaal opnieuw en definitief te verliezen. Fantaseren vertegenwoordigen geen daden, maar alles wijst erop dat het moeilijk zou zijn die staat van dingen te onderhouden, kregen we terug persoonlijk contact, tenzij we vooraf grenzen stelden. Iets wat, met onze huidige ervaring, praktisch als iets onmogelijks beschouwd mag worden.

Met al onze vele plagen, bekommernissen, ziekten en ook enkele weinige verheugtenissen en zeldzame gelukkige momenten, zijn we, net zoals gedurende alle andere vorige jaren, terug rechtstreeks naar een nutteloos doel aan het streven.

Als ik nu haar laatste opgezonden foto, van vroeger nog, aanschouw word ik terug verliefd op het beeld dat ik allang vergeten was. "Vroeger" is nooit nemeer bereikbaar. Nooit zal ik die fout kunnen herstellen, onafhankelijk van wie of wat daarvan de oorsprong en de oorzaak is geweest. De tijd keert niet meer terug. Ze was geen gemakkelijk lief, mijn Doriske en ik nog minder, vrees ik. Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn hadden de goden niet TEGEN ons gepactueerd. Ze zag er verschrikkelijk aantrekkelijk uit. Het meisje van mijn volledige smaak en goesting. Mijn eigen torentje van Babel, ook onvoltooid. Er bestaat praktisch geen kans nemeer op avonturen en op het vervolgen van oude (vuile) dromen. De trein is voorbij gepasseerd en we zijn er niet tijdig óp gesprongen. We zijn gedoemd te blijven zitten en van verre naar elkaar te blijven wuiven. Zoals de uitgehongerde Romeu en zijn dorstige Julieta. Maar dat ze een schoon meisje was, ja dat was ze. Gewoon om er verslaafd aan te geraken...

Het gebeurde allemaal in de vroege jaren zeventig. Ik kende ze toen amper maar droomde al van overvloedig geluk en een nest vol kinderen, terwijl zij een zekere afstand wenste te onderhouden. Ik had toen werkelijk een woeste baard (zoals zij zelf eens beschreef) en de donkere bril en het lange haar op mijn voorhoofd hielpen mijn uitzicht niet. Bovendien was ik verplicht, toen, een stage in een chemische industrie in de stad Mannheim, in Duitsland, te gaan doen, nodig om mijn einddiploma te kunnen behalen in het Hoger Technisch Instituut van Oostende. De tijd en de afstand hielpen mij niet in mijn plannen. Een achterbakse collega uit mijn klas, die mij vergezelde (verloofd met de beste vriendin van Doris), zorgde ervoor, leutig balkend in mijn aangezicht, haar wankele interesse in mij meteen grondig te doen kelderen. Laster en achterklap, voor de verandering, zijn de grootste wapens van de jaloerse dommedaris. Sedertdien ben ik, nochtans, (veel) schoner geworden, van buitenaf gezien althans en veel gezelliger ook, binnenin.

Toen het dus ineens abrubt af geraakte, tussen ons, heb ik nog verscheidene keren, op de fiets, voor haar huis gepasseerd in Roeselare en geprobeerd door het raam van de badkamer te gluren, zonder succes nochtans want haar vader stond geduldig op de loer voor mij...

Jaja zeker, ik ben (of liever: ik wás, méér dan ik nu ben) een georganiseerde mens. Ik heb nog veel kruit in mijn geweer. Beetje bij beetje, zoals Wikileaks, zal ik dat bewaarde materiaal over ons en over anderen op deze blog plaatsen, om er zeker van te zijn dat het niet verloren gaat. Het betreft zich meestal om geheimzinnigheden, eigen aan eender welke puber, maar ik ben er nu niet meer beschaamd in deze struikelingen over mijn gevoelens bekend te maken. Het beperkt aantal lezers aanmoedigt me er me niet bezorgd over te maken. Brieven in het algemeen, maar ook liefdesbrieven (onder andere, naar haar), frustraties, verhalen, anekdoten en meestal slechte herinneringen, toen ik nog onstuimiger was dan huidig het geval is. Nu ben ik eigenlijk een verminkte persoon geworden en ik heb er een vertrokken mond van over gehouden, zoals ik zelf onlangs vast heb kunnen stellen op een onverwacht getrokken foto van mijn aangezicht. Wat ik altijd heb voorzien en gevreesd, is waarlijk gebeurd. Ik ben er niet gelukkiger van geworden en ik heb amper mijn hoofd hoog genoeg kunnen ophouden om niet overspoeld te worden door de negatieve ervaringen. Ontgoochelingen komen er nog dagelijks bij te pas.

Zoals ze gevraagd had heb ik haar meer recente foto maar bekeken toen ik haar bericht helemaal gelezen had. En ´t is waar, de foto heeft mij een beetje verrast. 't Is wel zó dat ik me haar, ná veertig jaar afwezigheid, helemaal niet meer kon voorstellen. Ik herinnerde me wel dat ze niet precies op een Griekse koningin geleek en dat ze waarschijnlijk niet zo rap tot een "miss" verkozen zou worden, maar dat ze mijn hart veel sneller deed kloppen, dat deed ze. Kort haar heeft altijd mijn voorkeur gehad (ik heb ooit eens een lang haar van Hilde, mijn zuster, uit mijn soep gevist), een kleine neus ook en een ietwat grotere mond is aantrekkelijker dan een kleinere. Putjes in de wangen zijn voor mij een onmiddellijke aandachttrekker en ik verkies toegeknepen ogen boven de open gesperde exemplaren. Dat heeft ze dus blijkbaar nog allemaal... en toch is haar aangezicht mij vreemd gebleken. Misschien heeft het te zien met de jaren zonder fysisch contact, of zowel is het de kleur van heur haar...

Ik heb in mijn eigen blik ook verdriet ontdekt en in de hare ook. Dat zal wel niet toevallig zijn. Maar zie eens wat ik geschreven heb over haar in mijn "dagboek" (eerder een vroegtijdige blog), veertig jaar geleden. Het is belangrijk hier te vermelden dat ik die lijnen nooit ne meer had gelezen, sedertdien. Er zit wat brute commentaar tussen, maar men moet begrijpen dat de tekst niet voor haar ogen bedoeld was en eerder een hartontlasting voor mij betekende. Nu geef ik hem vrij omdat eeuwige geheimen geen zin hebben:

"Dan kwamen mijn jaren in Oostende. Daar ben ik ook enige malen verliefd gevallen. Weliswaar voor kortere duur (maanden), maar het begint te wegen. Vooral als ik nooit de kans krijg om contact te maken. Weeromal te schuchter. Zó gingen twee en een half jaar voorbij. Verliefd vallen, vechten, vergeten. Weerstand bieden. Altijd herbeginnen. Toen kwam Joselinne, een vriendin van mijn zuster. Ze had heel wat complexen, maar ik verkoos er niet op te letten. Na enkele aanvankelijke moeilijkheden verkeerden we. Ik was 21. Verliefd was ik echter niet. Alleen seksueel aangetrokken. Het waren mijn eerste stappen op het gebied van de seks. Tot onder haar rok. Acht maanden hield ik het vol. Toen was ik die seks, en niks anders dan die seks, beu. Vooral haar minderwaardigheidscomplex begon me ferm tegen te steken. Daar ben ik toch altijd bewaard van gebleven. Trouwens toen kwam ook Dorus. En dat was een nieuwe echte verliefdheid. Nog altijd tenandere. Ik lijd er onder. Ze speelde met me. Met mijn gevoelens. Ik wou dat ik haar kon haten. Ik heb er, alles samen, geen twee dagen mee gevrijd. Want toen had ze weeral een andere. Een betere. Oh ja, ik mocht wel brieven schrijven. Liefst twee per dag. Maar antwoorden, nee, dat kon er niet bij. Ze heeft ook een minderwaardigheidscomplex. Dat wist ik wel. Maar ze liep er niet mee te koop zoals Joselinne. Ze kwetste me ook graag. En ik werd er alleen maar verliefder door. Voor de eerste maal heb ik me vernederd. En het deed me niets. Ik deed het zelfs graag voor haar. Maar zij speelde met me. Kan ik het haar vergeven? Wellicht wel. Ik hou van haar. Voortdurend werd ik heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. Vijf maanden lang. Toen heb ik er een punt achter gezet. Méér kon ik niet nemen. Ik had genoeg. Het laatste contact dateert nu al van zes maart (een familiefeestje, bij ons thuis). Zij was één van de oorzaken van het geven ervan. Een laatste poging. Het is mislukt. Punt erachter. Blijkbaar. Want intussen lijd ik maar verder. Vecht ik maar verder. Als ik intussen niet terug op haar val, zal het nog een tijdje duren. Jaren misschien. Ik hou ook van haar. Met al haar slechte karaktertrekken. Zoals ze is. Dorus (eigenlijk Doris). “Barst”, heb ik haar geschreven. En “veel geluk”. Dat laatste wens ik haar eigenlijk niet. Maar dat zeg je niet. Daar had ik een hele lege brief voor nodig. Verder woorden verspillen aan een uitgemaakte zaak, dat doe ik niet. Ik heb nog een beetje trots. Of deed ik het omdat dat een beter effect geeft? Het komt beter aan, alleszins. Ze is er wel even stil bij blijven staan. Des te beter. Ze mag er nog dikwijls aan denken. Nochtans, als ze terug komt... !! Dan wil ik haar wéér. Alhoewel het regelrecht tegen mijn principes indruist. Maar wat wil je. Zoals ik al zei: bij zulke zaken heelt alleen de tijd de wonden...
 
....."
 
Ja Dorus, zij heeft mij dus uiteindelijk overwonnen. Ik had méér dan één reden om úit te wijken naar een ander land, maar haar afwijzing heeft de grootste berg weerstand binnenin mij verzet, gedurende deze moeilijke beslissing. Ik ben ervan overtuigd dat ik dan toch juist gehandeld heb, gezien de omstandigheden. In België blijven zou mij volledig verwoest hebben en een ander land betekende een nieuw begin, een nieuwe kans, een nieuwe hoop....

08:40 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.