12-09-15

Over Oude Apen en Verstokte Wielrenners

Ik kan eigenlijk een glimlach niet bedwingen wanneer iemand, volledig nuchter en helderziend, het heeft over zijn naaste familieleden en hen koel beschrijft als zijnde: de echtgenoot, de dochter, de tante... Gelijk heeft hij, want zelfs zijn eigen moeder is geen exclusieve eigendom.

Wees gerust, ik begrijp wat hij bedoelt. Niemand behoort aan iemand. In het geval van een vader is het nog slechter. Vele vaders zijn de waarlijke vaders niet. Ik heb ooit eens een documentair gezien over een troep apen in een oerwoud. Daar was er dus de leider van de troep. Een indrukwekkende, grotere en belangrijkere aap, vergeleken met de vele zwakkere en de kleinere mannelijke aapjes die ook aan de troep toebehoorden. Het probleem was dat hij niet genoeg en op tijd, al zijn hete wijfkes dagelijks kon verzadigen, want hij was al tendenop van de verscheidene pogingen, terwijl hij ook bezig was geweest zijn immer dreigende concurrenten af te weren tot hij, uitgeput van de geleverde inspanning, voor een ogenblikje besliste een roesje uit te slapen en dat dat tijd genoeg betekende voor een jongere, lenige aap die vlak achter één van zijn wijfjes op een tak sprong en daar in een oogwenk aan zijn opgestapelde goesting voldeed en het wijfje er zelfs geen seconde aan dacht weerstand te bieden. Integendeel, ze maakte doelbewust de weg vrij van obstakels en hief bovendien nog een been in de lucht om het hem nog gemakkelijker te maken, terwijl ze aandachtig haar echtgenoot en meester bleef gade slaan, wantrouwig dat ze was dat hij opeens wakker zou schieten, juist op moment dat haar bezige minnaar aanstalten maakte te beginnen te kreunen van het pure genot en zelfvoldaan zijn bijdrage aan het storten was voor het algemeen welzijn van de troep.

Enkele maanden later is het kleine aapje geboren geworden en heeft de alfa-aap het dagelijks gekoesterd aan zijn borst, overtuigd dat hij ervan was dat hij weeral een meesterwerk had gefabriceerd, terwijl de jonge aap ongeduldig naar een ander vrouwke aan het loeren was, op minder dab drie meter afstand van hem.

Nee, ik heb het al eerder geschreven, hadden ze het mij eerst gevraagd of ik wel geboren wilde worden, ik zou het onmiddellijk en zonder aarzelen geweigerd hebben. Hetzelfde gaat voor mijn zoon. Met wat ik nu weet over het leven zou ik hem nu, bewust, niet meer tot het leven geroepen hebben. Beide bevestigingen streven ook in de richting van eerder geleverde commentaren. Het is allemaal zo moedeloos, zo hopeloos, zo wijsloos, zo zinloos, zo deugdloos, dat het de moeite, absoluut, niet waard is.
 
En dan, om te besluiten, hier volgen enkele redens waarom ik geen roekeloze wielrenner nemeer wil zijn:

- gedaan met de platte banden wanneer men het verste weg is;
- gedaan met de omringende wielrenners die met mij steeds willen concurreren;
- gedaan met de honden die achter mij lopen en persé in mijn schenen willen bijten;
- gedaan met de auto´s die mij bewust in de goot rijden;
- gedaan met de voetgangers die op het vreemdste moment de straat willen oversteken;
- gedaan met de passagiers in de voorbij passerende auto's die mijn rug als doelwit willen gebruiken voor hun banaan en appelsienschellen;
- gedaan met de kindjes die stokken tussen mijn wielen willen steken;
- gedaan met de kletsregen op mijne kop, wanneer ik met de zon vertrokken was;
- gedaan met de meiskes die langs de weg op de wacht staan om gebukt na te kunnen gaan of ze de klutsende klootzak van de voorbij passerende fietsers goed kunnen onderscheiden.
 
Was het maar alleen om de laatste reden geweest, ik zou er niet mee gestopt zijn mijn gewone koersfiets uit de garage te halen, maar de andere redens zijn mij teveel.

16:45 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.