29-08-15

op reis...en einde van de reis...

 

 

 

De volgende avond en meteen en spijtig genoeg ook mijn laatste

vakantieavond, want morgen ga ik weg, op een erg onchristelijk

uur zal ik morgenvroeg vertrekken, dat staat vast,

tijdens de dag heb ik me zoals gewoonlijk alleen vermaakt,

ga ik gewapend met een opgerolde, geruite plaid die ik toevallig

onderaan een kast ontdekte, onder mijn arm naar beneden,

Maurits scharrelt in de keuken en maakt er koffie.

‘Jij ook nog?’

‘We hebben alle tijd want vanavond eten we hier, ook vandaag

heeft Madeleine alles al klaargezet voor een gezonde maaltijd?’

‘Ja, doe maar, ik lust ook nog een kopje koffie!’

‘Waar is dat goed voor?’ vraagt hij nieuwsgierig en wijst naar

de  plaid onder mijn arm.

‘Nergens voor’ zeg ik op een geheimzinnig en plagerig toontje

en ik overhandig hem de plaid, neem de twee kopjes koffie

van hem over en samen gaan we goedgeluimd naar buiten

terwijl ik mijn plan ontvouw.

‘Vanavond is mijn laatste avond en wil ik lang buiten blijven,

misschien zelfs de hele nacht en naar de sterren kijken en

het liefste wil ik dat doen met jou en als het even kan,

een beetje comfortabel, vandaar de plaid…

en straks haal ik enkele kussens….’

‘Och ja, dat is een goed idee van jou, daar zeg ik geen neen op,

eigenlijk is dat het allerliefste wat ik wil,

vannacht met jou naar de fonkelende sterren kijken…’

antwoordt hij enthousiast en hij schuift met ogen die schitteren

van speelse verwachting een van de twee kopjes koffie in mijn

richting. De sfeer tijdens het koffiedrinken en later tijdens

de maaltijd is licht en luchtig, Maurits schenkt royaal de glazen

vol met een koele witte landwijn, flirt er op los, en ik…?

Ik   …doe duchtig mee, bijna schaamteloos.

 

Na het eten sta ik op, en nog voor het helemaal donker is,

spreid ik de plaid open op het gras.

Maurits gaat in een gemakkelijke houding achterover,

plat op zijn rug liggen, neemt een kussen en vouwt zijn handen

achter zijn hoofd, ik zit rechtop en lees hem iets voor wat ik

mooi vind uit een van zijn eigen boeken, we praten wat,

we lachen veel, ik voel me goed en op mijn gemak in zijn gezelschap

en dan ga ik, nog vóór de eerste ster aan de hemel verschijnt,

naast hem liggen en neem zijn hand in de mijne.

En dan, bijna zonder overgang, vloeien we in elkaars armen,

we zoenen elkaar opnieuw, eerst nogal aarzelend en zoekend

maar algauw hartstochtelijk en ophitsend,

we vrijen vol overgave en we nemen er vanavond de tijd voor,

alle tijd van de wereld is van ons,

zijn tedere aanrakingen brengen me in een staat van warme,

aangename opwinding, zijn vaardige vingers zorgen voor

rillingen die over mijn hele lichaam golven en prikkelen

zachtjes mijn hele huid.

Hij streelt de lichtbruine huid van mijn schouders,

de haartjes in mijn nek komen overeind, mijn borsten bewegen 

naakt in de schemering welven mijn tepels…

dit moment voelt als een cadeau…

mijn lichaam plooit zich naar het zijne, mijn ogen lezen zijn ogen,

zijn handen zorgen afwisselend voor lust en rust,

mijn lijf streelt het zijne, zijn lijf absorbeert mijn aanrakingen,

ik snuif zijn geur, ik zoen hem als mijn taal faalt…

en wanneer hij fluistert…

’jij hebt zo’n teder lijf…’

voel ik een weldadige mildheid,

mijn hart bloeit open als een bloem,

wordt groter, sterker, rustiger…

 

Hoe moet het nu verder?’

vraagt hij uren later wanneer we gekalmeerd, bevredigd en

in volle naaktheid naast elkaar liggen en ik schud stilletjes

met mijn hoofd, wat hij in het donker niet eens kan zien

natuurlijk, niet in staat om zijn vraag te beantwoorden

want ik ben op mijn hoede voor verwachtingen,

ik wil geen hoop koesteren die toch wegebt of weggelachen wordt.

Ik geloof niet meer in hoop.

Ik ben terneergeslagen door een groot verdriet,

teleurgesteld door een groot verlies, Maurits weet daarvan,

overbodig en veel te  pijnlijk om het vanavond alsnog te herhalen

en daardoor heb ik meer dan ooit het gevoel dat ik nergens

thuishoor en ook dat weet deze aardige, begripvolle, man....

Zou ik nog opnieuw willen beginnen op een plaats waar alles

nieuw en onbekend is?

Zou ik dat?

Is het niet wijzer om rusteloos en alleen

in een klein dorp te blijven wonen,

in een dorp dat eigenlijk te groot is om een klein dorp te zijn?

Ik weet geen antwoord…

 

Later, nog veel later, liggen we hand in hand naar de sterren

te kijken, Maurits brengt mijn hand naar zijn mond en zoent

zachtjes en liefdevol één voor één mijn vingertoppen,

ik doe bij hem hetzelfde en dan vallen we onder het oneindige

firmament in slaap, later word ik wakker,

ga op mijn zij liggen en kijk naar de slapende man naast mij,

zijn haren zijn verward, zijn lippen een beetje van elkaar,

die zoen ik zachtjes zonder hem wakker te maken,

dan ga ik dicht naast hem liggen en mijmer…

 

Nog enkele uren, nog één klein deeltje van de nacht en dan

zal ik Maurits en het domein verlaten,

de zomer zal vergaan in een herfst met alsmaar kortere dagen

zal het winter worden, kerstdag zal voorbij gaan,

het nieuwe jaar zal beginnen met slecht regenweer en

felle windvlagen.

Misschien sturen we elkaar een kaartje met beste wensen….

of misschien niet.

Zal ik hier volgende zomer terug komen?

Zal Maurits mij opnieuw uitnodigen als de nieuwe zomer

aanbreekt? Of zal de tijd, in al zijn wispelturigheid ons

van elkaar laten wegdrijven?

 

Morgen zal ik het domein met tegenzin verlaten, dat weet ik,

maar ik weet niet of ik hier ooit nog zal terug keren…

 

 

 

 

16:28 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.