14-08-15

op reis...(6)

  

‘Kom, genoeg gepraat, ik toon je eerst het huis en je kamer

daar kan je je wat opfrissen en misschien trek je beter,

om straks met mij mee naar het dorp te gaan,

een paar gemakkelijke schoenen of sandalen aan…’

en hij kijkt met ongeloof en lichte misprijzing naar mijn

schoenen met hoge hakken die, dat besef ik natuurlijk zelf,

hier in dit vergeten en verlaten oord, absoluut uit de toon vallen.

We staan recht en ik loop samen met hem over het gazon

naar het huis, door de openstaande tuindeuren kom ik in een

grote vierkante nette keuken staat een lange eiken tafel die

door de lange jaren van gebruik bleek is geschrobd,

tussen de ramen staat een dressoir, erboven hangt een

enorm rek volgeladen met borden, tassen en schoteltjes,

aan de andere kant zie ik een arduinen gootsteen

met daaronder en daarnaast ingebouwde kasten,

van de keuken komen we in een ruime zithoek,

alle muren zijn in een lichte kleur geschilderd,

de meubels zijn wit, de vloeren in blank hout,

de fauteuils overtrokken in een bleke stof,

op de tafel staat een wijde vaas met bleke rozen en aan

de muren hangen enkele fraaie geschilderde stillevens

vandaar komen we in een donkere, koele gang.

De sfeer binnen in het huis is totaal anders dan die van de tuin.

Maurits loopt voor me uit de brede trap op,

boven is de verlichting schaars, alle deuren,

ik tel er minstens zes, die uitkomen op de nachthall,

zijn dicht.

‘Hier is jouw kamer, …’ en hij opent, helemaal rechts van de trap,

een deur van een ruime slaapkamer,

gaat voor mij naar binnen en opent de blinden,

laag zonlicht valt binnen, en het raam en maakt mij attent

op het grote balkon.

‘De enige kamer van het huis met balkon…’

ik volg hem en ben aangenaam verrast,

het balkon biedt niet alleen uitzicht op de grote tuin

maar ook op het zwembad.

In de kamer, die ik een hele week lang de mijne mag noemen,

staat tegen een crème kleurig geschilderde muur

een groot wit bed opgemaakt met een sprei in een lichtblauwe

kleur met een discreet patroon, de ramen, zie ik,

hebben overgordijnen in dezelfde stof,

op het grote witte bureau dat uitnodigt uit om veel en vaak te

schrijven, staat een vaasje met dezelfde bleke rozen als beneden, 

tegenover het bed opent Maurits nog een deur,

deze keer van een badkamer …

‘Dit is de enige kamer van het huis met een balkon en

met een eigen badkamer’ zegt hij met enige nadruk en

ik besef ineens hoe zeer ik verwacht word en

hoe hij mijn bezoek apprecieert en hoe welkom ik hier ben.

 

Hij gaat terug naar beneden, ik blijf in de kamer en

maak voor de allereerste keer dankbaar gebruik van

een badkamer die ik met niemand moet delen,

weinige tijd later ga ik verfrist, verkleed en met gemakkelijke

sandalen aan mijn voeten naar beneden,

mijn gastheer zit buiten onder de notelaar naarstig in een

lijvig boek te lezen en wacht op mij.

Hij bekijkt mij ongegeneerd van kop tot teen en neemt er

zijn tijd voor en pas als ik pretlichtjes zie fonkelen in zijn

merkwaardige lichtblauwe ogen voel ik me opgelucht met

zijn goedkeuring dus zijn we gereed om naar het dorp te gaan,

wat me eerlijk gezegd, een hele onderneming lijkt voor iemand

die kreupel is.

De hele tijd doe ik mijn best om niet te staren naar het

manke been en de stok maar nu we te voet vertrekken en

niet met de wagen zoals ik aanvankelijk dacht,

doe ik het toch, ik staar omdat hij mank loopt …

en vind het onbehoorlijk en onbeleefd van mezelf dat ik dat doe.

‘Ik heb er geen hinder van…’ zegt hij

en ik weet niet of hij doelt op zijn kreupelzijn of mijn gestaar.

Veel sneller dan ik denk dat iemand kan stappen die last heeft

van een kreupel been arriveren we in het dorpje

de grootte van twee keer niets. 

 

Onder de grote lindeboom staan enkele tafeltjes,

sommige zijn al bezet, enkele nog vrij, ze horen allemaal bij

het enige café van het dorp, het café van Martha.

De brandende kaarsen op de tafels creëren een

onwezenlijke intieme sfeer in de invallende schemering.

Maurits zoekt en vindt een vrij tafeltje en terwijl de meeste

aanwezigen ons nieuwsgierig aankijken groet en knikt Maurits

links en rechts naar iedereen zonder uitzondering maar

niemand in het bijzonder en ik doe, eerder schroomvallig hetzelfde.

Ik begrijp de onderzoekende blikken van de dorpelingen wel,

wij, of ik, wij zijn de attractie van het ogenblik want ze zien

niet elke dag van de week een vreemdeling in hun dorp. 

 

We gaan zitten en ogenblikkelijk komt een slank, fijngebouwd,

klein vrouwtje, ze is waarachtig bijna tachtig, haar grijze,

lange haar draagt ze in een lage wrong en haar ingetogen

blik verraadt de schoonheid die ze ooit was, naar ons toe en

overhandigt twee glazen champagne waar Maurits noch ik

om hebben gevraagd.

‘Goeieavond Maurits, goeie avond, dit is van het huis,

en ik wens jou..’ en ze kijkt nadrukkelijk in mijn richting,

‘een prettig verblijf bij Maurits.’

‘Dank je Martha!’ en Maurits neemt, alsof hij niets anders

gewoon is de beide glazen in ontvangst en duwt een ervan

in mijn handen.

Dat is dus Martha…!

Ook ik bedank haar en kijk van haar naar hem en ik zie

dat ze elkaar goed kennen want ze hebben een bepaalde

manier van kijken naar elkaar gemeen waardoor

ik denk dat ze een band hebben die ze koesteren.

Even later komt Martha terug en zet zonder dat iemand

van ons wat gevraagd heeft, twee borden dampend eten op tafel,

een moot in blanke boter perfect gebakken vis, kraakvers,

met gestoofde en flink gekruide tomaten.

Met een glimlach bedank ik Maurits nu blijkt dat hij Martha,

allang voor mijn komst, op de hoogte heeft gesteld van mijn

afkeer voor vlees en zij daar, uit vriendschap met Maurits,

rekening mee houdt.

Het attente gedrag van mijn gastheer, zijn vriendelijk gebaar,

verrast mij opnieuw.

Het eten is eenvoudig maar lekker en smaakt zoals eten

hoort te smaken.

Onder het genot van enkele glazen witte wijn vertelt Maurits

over zaken die ik ondertussen al weet.

Hij weidt uit over dingen die hij mij al schriftelijk verteld heeft,

ik luister.

 

Het is al donker als we huiswaarts keren,

eenmaal terug op het domein gaan we onmiddellijk achterom

en kijk ik nogal verbaasd en vragend naar Maurits,

de tuindeuren staan wagenwijd open….???

‘Ja, die deuren gaan iedere dag ’s morgensvroeg  open en

pas ’s nachts op slot, dat is hier bij iedereen in het dorp

de gewoonte, de voordeur wordt zelden of nooit gebruikt,

iedereen komt achterom, zien ze niemand dan roepen ze

“hallo” komt er geen reactie dan gaan ze  weer weg,

de mensen hier hebben nog vertrouwen in hun medemens…

als ze aan een deur staan die op slot is,

ja, dan pas denken ze aan onheil’

 
Ik ben moe van de lange dag en ga onmiddellijk
naar mijn kamer, Maurits wil nog wat drinken en gaat
nog een tijdlang in de tuin zitten.
‘Geniet van een goeie nachtrust...en tot morgen'
‘Jij ook…en tot morgen’
 
 
 

 

 

21:11 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.