05-08-15

Vrouwen, somtijds Kruisen

Vrouwen zijn onbegrijpbare en zelfs moeilijke schepsels, zoals Shakespeare al beweerde, net zoals Oscar Wilde, allebei verstokte mannenliefhebbers.

Misschien ben ik nooit echt volwassen gegroeid. Ondanks mijn huidige neerslachtigheid en het gevoel dat ik aan het einde van mijn spoor aan het geraken ben, ben ik altijd een spottende (zuster Martha, in de kleuterschool, gebruikte de uitdrukking "jolijk manneke") speelvogel geweest. Wel verantwoordelijk, ernstig en trouw, maar als het maar enigszins kon, kwam de speellust er tussen loeren. Dat heeft mij aangezet ook naar vrolijke en opgewekte meiskes te zoeken, waarin ik mij echter, somtijds, vergist heb, zoals bvb met mijn eerste vrouw. Met de tweede, integendeel ben ik goed aan mijn beurt gekomen. Teveel echter, eigenlijk, om perfect te zijn.

Zij was ook nog niet volwassen toen ik haar leerde kennen en ze is ook nooit volwassen geworden. Nu, na al deze jaren, ben ik, helemaal perplex, tot het besluit gekomen dat ze niet alleen onvolwassen is gebleven, maar zelfs nog altijd het hoofd en verstand bezit van een waarlijke tiener. Nadat we akkoord zijn gegaan te vrijen heeft ze nooit nemeer moeten werken en zwoegen, buitenshuis bedoel ik, om te overleven. Ik heb alle verantwoordelijkheid op mijn schouders genomen (ze noemde dat "haar bankieren") en ik zal die last (een kleine last, weliswaar) blijven dragen tot de laatste dag. Zij is tenandere ook zuinig en let op de prijzen, alhoewel ze veel te beschaamd is om prijzen en voorwaarden te onderhandelen. Eender waar en in eender welke omstandigheden. Komt daarbij nog het feit dat ze zo een beetje de indruk wil geven dat we een instelling (onze winkel) zonder winstgevend doel zijn; dat ze beschouwd wenst te worden als de beste en meest begripvolle werkgeefster in de omgeving en dat ze liever al onze klanten gelijk geeft dan de werkelijke en neutrale rechtvaardigheid na te streven.

Het viel mij op hoedanig onverstandig ze soms wel zou reageren in bepaalde toestanden, maar nooit had ik zo duidelijk ingezien dat ze was blijven steken in haar vroegere tienerjaren. Ze noemt een kat nog altijd een "mijauw" en een hond een "waw-waw". Ik vond dat prettig vroeger, maar nu, op mijn ouderdom, vind ik het gewoon een beetje belachlijk.

Wat mij eigenlijk het meest hindert wanneer ik nadenk over onze laatste jaren samen, vind ik dat ze, als zij het het langst zal uithouden, bekwaam zal zijn ons huidig patrimonium gewoon vrijmoedig weg te geven of te verliezen vooraleer ze zelf aan de beurt komt. Ze is buitengewoon vrijgevig, naief, gemakkelijk te bedriegen en bovendien ontzettend slecht in zaken. Ik voel mij verplicht haar te overleven, alhoewel ik zou sterven van de triestigheid en de heimwee, ging ze heen, vóór mij.

Waarom ik dat allemaal schrijf? Omdat ik mezelf een beetje ontgoocheld voel en zelfs verrast met deze recente vaststelling. Ik voel mij zelfs een beetje zoals een pedofiel. Ik ben verliefd geraakt op een kind, met een kinderlijk gedrag. En dat is ze zowaar gebleven, na al deze jaren.

Onze verhouding is zo begonnen: zij werkte als verkoopsbediende in de firma waar ik afdelingsleider was (zonder te willen blinken van de preutsheid, een van de belangrijkste afdelingen van de firma en die ook de grootste winsten maakte, met de kleinste uitgaven. Ik rapporteerde direct naar de executieve directeur van de firma). Ik had haar eerder al bezig zien doen (ze was toen nauwelijks twintig) en wat mij het meest opviel waren haar gemakkelijk gelach en haar volle borsten, slechts gedeeltelijk en een beetje schuchter, bloot gegeven, wat het mij gemakkelijk maakte te achterhalen wat ze verder in petto had. Ons eerste contact gebeurde wanneer ik haar 's morgens ontmoette in de café rechtover de firma, waar ze geregeld een glas melk bestelde. Ik vond haar meisjesachtig en sensueel. Op een zekere dag liep het gerucht de ronde dat een tiental mensen ontslagen zou worden om onkosten te besparen. Zij was erbij. Versteld stelde ik vast dat ze geroepen werd naar het kantoor van de chef van de personeelsdienst, die haar, zonder meer, de deur wees. Ze kwam schouderschokkend van het huilen voorbij mijn kantoor en haar verdriet ontroerde mij zodanig dat ik diezelfde chef onmiddellijk opzocht om hem ervan te trachten te overtuigen haar naar mijn afdeling over te hevelen. Dat was, helaas, niet mogelijk. Toen stelde ik voor of ze mij persoonlijk niet zouden kunnen verantwoordelijk stellen voor de uitbetaling van haar loon. Dat was ook niet mogelijk. De dag daarop kwam ze afscheid nemen van iedereen, nog altijd hartverscheurend wenend. Nadat ze de toer had gedaan kwam ze mij eveneens een handje zwaaien, zonder echter mijn kantoor binnen te treden. Ik vroeg mijn sekretaresse haar terug te roepen, wat ze na enige aarzeling aanvaardde. Zonder verdere voorbereiding nodigde ik haar uit voor een avondmaal, diezelfde dag nog. Ze keek alle richtingen in, op zoek naar raad (de kantoren waren gescheiden door vensters op heuphoogte) en vroeg of ze haar vriendinnen even mocht raadplegen. Natuurlijk, was mijn antwoord. Een minuutje daarna kwam ze opgetogen ja zeggen.

Die avond  wachtte ik haar op, recht voor een groot gebouw in een belangrijke laan, dichtbij het krot, waar ze, in een eng kamertje (over)leefde, omringd door andere meisjes en ongetrouwde moeders, allemaal van bescheiden afkomst. Sommige ervan hadden inwonende broers die haar zelfs "tante" noemden, maar waarvan ik vermoedde dat ze niet bang waren met haar in bed te kruipen. Die bepaalde avond nochtans stapte ze nogal nerveus in de wagen, omdat ze zopas een man tegen het lijf had gelopen, midden in een donker grasplijn waar ze doorheen had gebeend om de weg af te snijden en die zijn werktuig uit zijn broek had gehaald en er trots en verheugd had staan aan snakken. Ze had er verder geen aandacht aan geschonken en voort gelopen, mijn richting in. De man had haar, gelukkig, laten gaan. We zijn dan naar een restaurant-dancing gereden, aan de voet van de SUGARLOAF (de Suikerberg), op het Urca strand, een uiterst populair toeristenoord, dicht bij Copacabana. Vooraleer ik haar terug naar huis heb gereden heb ik haar plechtig gevraagd met mij, vanaf die dag, te beginnen te vrijen en ze is daar dadelijk (in tegenstelling met andere meisjes die ik gekend heb) akkoord mee gegaan. Die avond nog, in de auto, hebben we onze eerste plechtige daad gepleegd. Ze was natuurlijk geen maagd nemeer en later heb ik zelfs vernomen dat ze een vaste verhouding had gehad met een man (van over de vijftig, toen al, die haar meegebracht had vanuit de Staat Maranhão, in het noorden van het land, waar ze geboren was. Toen ik haar vroeg waarom hij het afgemaakt had beweerde ze dat hij haar te kinderachtig had gevonden (hij had het veel rapper ondervonden, dan ik, veronderstel ik). Toen echter was het blijkbaar nog niet helemaal af en de man heeft mij, enkele dagen later, nieuwsgierig zitten onderzoeken in dat cafe recht tegenover de firma. Maar hij heeft me geen woord toegericht.

En intussen zijn we nu al dertig jaar "getrouwd". Nog altijd voel ik een oneindig grote bezorgdheid voor haar. Wat zou er met haar gebeurd zijn, was ik er niet bij geweest? Hetzelfde, vraag ik mij af in verband met mijn dochters. Ik weet niet, in hoeveel, bezorgdheid overeen komt met liefde, maar zonder hen wens ik niet meer te leven.

Mijn vrouwen, mijn kruisen.

10:26 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.