28-07-15

Gekleurde Vriendschap of de Ideale Vrouw

Meer dan naar liefde en naar seks (waar ik, ik besef het maar al te goed, abnormaal veel over droom en fantaseer), verlang ik naar echte vriendschap. Seks is wel, min of meer, fysisch bereikbaar, maar vriendschap, zelfs vanwege mijn dochters, acht ik nu praktisch onmogelijk. Tenandere, een echte vriendschap, vind ik, is alleen maar mogelijk tussen twee mannen. Tussen een man en een vrouw wordt de vriendschap algauw misverstaan en begint men andere wegen te betreden. Al is het alleen maar in de gedachten. En dan spreekt men hier, van “gekleurde vriendschap”. Het is vooral op zo’n ogenblikken dat ik voel hoe mijn dierlijke instincten ineens wakker worden geroepen. “Belangstelling” is het toverwoord die de oorspronkelijke vriendschap tussen een man en een vrouw, rap doet overlopen naar “gekleurde” genegenheid.

Gedurende een echtelijke verhouding, van de andere kant, zouden, voor mij alleszins, verschillen over godsdienst, sport, muziek en andere onbenulligheden niets kwalijks kunnen veroorzaken, maar wanneer het over politiek gaat, nee, dan gedraag ik mij net zoals een duivel in een wijwatervat. Een mens moet progressief zijn, de wereld willen veranderen, de zogenaamde elites, koningshoven en verder iedereen die ervan overtuigd is dat zijn kaka niet stinkt, vanonder zijn ogen en uit zijn aandacht verwijderen. Ik ben van oordeel dat een sterke Staat, zonder corruptie te dulden, iedereen moet verdedigen die weerloos is, zonder vooroordelen. Een vrouw die daarmee niet akkoord zou gaan, zou weing kans hebben onze relatie te overleven. Men kan niet alle dagen blijven bekvechten, tegenstribbelen en discuteren. Er moeten banden bestaan die kleine meningsverschillen kunnen opvangen en rap doen verdwijnen, maar grote meningsverschillen zijn meestal, voor mij, onoverbrugbaar.

Een vrouw die een broek draagt, maar ook gezellig met een kort rokje weg kan, die soms zelfs een sigaretje durft aansteken  (eenmaal in het leven en een andere keer vóór haar dood), een vrouw die weet te beslissen voor de twee wanneer de nood het hoogst is, die haar man weet te steunen wanneer hij aan het wankelen is, die hem naar de dokter SLEURT wanneer ze voelt dat het hoog tijd aan het worden is, een vrouw die voor haar man zorgt alsof het de enige en laatste man op de aarde is, zonder zich veel over jaloezie op te winden, die zeker van haar stuk is en, als ze goesting heeft, of voelt dat hij ze heeft, zich voor haar man, zelfs in de keuken of in de garage, ter plaatse durft voorover buigen of neerknielen zonder zichzelf daardoor gebruikt te voelen, die de leiding neemt en boven op haar man durft kruipen om hem te berijden, net alsof hij een paard is, draaiend en stotend, maar eerst en vooral aan haar eigen genot denkend, terwijl ze daarvoor ook haar vingers, zonder enige bedeesdheid, gebruikt (ondertussen met haar andere hand, achter haar rug weg, zijn ballen knedend, beseffend dat daar de oorsprong van alle leven uit voort spruit), of zich omkeert zodat ze met haar rug naar hem toegedraaid zit, om haar kittelaar beter over zijn hardheid te kunnen wrijven, onderwijl zachtjes, of halfluid, kreunend, maar ook niet twijfelt hem te verzadigen waar en wanneer ze voelt dat hij daar naar streeft, zelfs al moet ze daarvoor onder de tafel gaan kruipen, terwijl hij aan de telefoon aan het klappen is, een vrouw die zich verantwoordelijk stelt voor inkoop, opruim en afwas en bovendien goede gerechten, warme en koude, weet klaar te maken, beslist is in haar daden en opvattingen, ja, die kan ik wel aan, denk ik. Zonder mezelf te willen vergelijken met een brute “macho” man.

Een vrouw die haar familie beschermt en overheerst zonder een tiran te zijn, die altijd met hetzelfde opgewekte humeur opstaat, rondloopt en gaat gaan slapen, die weet hoe een kind op te voeden, haar man ook karwijtjes weet op te dragen, maar hem ook zijn rust vergunt, zijn eenzaam drankje respecteert, vooraleer ze zelf opdaagt en er eentje meedrinkt, die weet hoe ze een locomotief moet aanpakken, maar nooit de leiding neemt terwijl ze aan het dansen zijn en ook de man bereidwillig volgt als hij dat zo verlangt, ja, dat is de vrouw waarvan ik niet bang ben.

Ik veronderstel dat ik (nog) eigenlijk niet echt mag klagen, maar ik voel toch al de druk van de ouderdom. Ne hele hoop dingen werken al niet meer behoorlijk in mijn lichaam. Ik hoor niet goed, ik zie niet goed, ik smaak niet goed, ik riek niet goed, ik pis niet goed en nog ne hele hoop andere dingen doe ik ook (helemaal) niet goed, nemeer. Ik vermoed wel dat 't één en 't ander te maken heeft met een allergische sinusitis die ik opgeschept heb in mijn winkels waar er, net zoals bij ons thuis op de eerste verdieping van een druk kruispunt, enorm veel zwart en grijs stof ronddwarrelt, in pakken eigenlijk, zodat ik mezelf vast geroest voel in een (onbestaande) griep die niet overgaat. Ik weet dat het te doen heeft met bacteriën en fungus en dat die alleen maar verwoest zullen worden door een super dosis antibiotica, wat ik al twee keren geprobeerd heb, maar niet lang genoeg vol gehouden zonder er een pintje bij te drinken als ik uitgeput, moe en verslenst aan mijn cafétafeltje plaats neem, gereed om mij te ontlasten van de sleur, de problemen, de verontwaardiging en besef dat een precies gelijke en eendere dag vóór de boeg staat, gereed om mij terug te pesten, uit te dagen en gelijk te maken met een nul aan de linkse kant. Dat tast mij geweldig aan, zonder te spreken over mijn hoge bloeddruk waarvoor ik ook pillekes in slik en zelfs méér dan vroeger, nadat ik vast gesteld heb dat er iets mis is met mijn aorta. Ik heb dringend rust, verandering en ontspanning nodig, zonder te hoeven te piekeren over het gebrek aan eerbied van mijn oudste dochter en de losbandigheid van mijn jongste. Mijn vrouw, die ik bemin, heeft ettelijke jaren geleden beslist dat ze het woord "NEEN" uit haar woordenboek moest schrappen en dat heeft als gevolg dat de jongste alles mag doen waar ze zin in heeft, onder meer maar niet uitgesloten tot, alle kastdeuren voortdurend open te werpen en de inhoud ervan rond te slingeren, de hele dag te staan te schreeuwen en te krijsen, op de tafels te kruipen, rondhuppelend etend (met  mijn vrouw er achter springend om de lepel in haar mond te schuiven), de helft niet inslikkend, al haar papflessen op de grond werpend, klappen ronddelend, vooral aan haar moeder, de hond en verder ook aan iedereen die haar in de armen neemt, alles en nog wat in haar mond steekt, het broodmes behandelt alsof ze gereed staat om iemand te verminken en nog ne hele boel andere schermutselingen veroorzaakt in ons huishouden en ik verwezen wordt naar de politie door Gleicy als ik durf haar de les te lezen, maar die echter ook niet nalaat tegen mij terug te schreeuwen en op mijn vingers te tikken als het wat te ver gaat. Dan komt de hond er nog bij die luizen, vlooien en bloedzuigers van de straat meebrengt en die ik twee keer per dag moet meenemen op stap, want alhoewel de oudste er jaren lang voor gezaagd heeft, steekt ze er nooit een vinger naar uit, zelfs niet om hem te liefkozen of te aaien. Nadat ik hem geleerd heb niet te wateren en te poepen op de vloer in de keuken thuis bestaat er geen andere oplossing. Het vreemdste is dat hij zijn poot opheft tegen elke paal, elke boom, elk struikgewas, elke oneffenheid op het pad en ook uitbreidig riekt aan al die plaatsen, terwijl andere honden preuts wegkijken want wat hij doet gelijkt meer op dat wat een straathond gewend is te doen, onverklaarbaar voor een ware rashond, zoals een Yorkshire bijvoorbeeld. Toch heb ik medelijden met hem en vind ik dat onze beide hondenlevens waarlijk op elkaar gelijken en we over iets moeten peinzen om daar een einde aan te maken.

Dat brengt me naar een vroeg donkere en ik vermoed ook koude, avond, wanneer iedereen wegkruipt in zijn gezellige maar gezamenlijke eenzaamheid thuis, wat ik me nog altijd goed kan voorstellen. Het lijkt tegenstrijdig, maar ik vond toen, dat terug thuiskerend, van de school, die vroege donkerheid aantrekkelijk maakte, vooral eenmaal in de woonkamer aangekomen, waar we in het begin nog genoten van onze Leuvense kachel die bijna stond te barsten van de gloeiende koolstenen en waarop mijn moeder haar strijkijzer warm hield en waar we allemaal niet ver van vertoefden, zodanig zelfs dat de aangrenzende bezoekkamer waar we zelden binnen stapten, die gezelligheid verbrak, kil en verlaten dat ze was. Eigenaardig, maar ik droom tot heden van deze plaats met benauwde gevoelens, vooral overwegend dat ik de deur die uitging op het terras aan de voorkant van ons huis altijd open vond, geniepige dieven ervan verdenkend daar de nacht regelmatig door te brengen. Beter warm dan koud, om gezellig te zijn. Tegenwoordig bestaan er van die namaak haarden die het ook goed doen, maar nooit gelijk zijn als een echte Vlaamse haard, met knapperend droog hout erin, dat de zielen opwarmt.

14:50 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.