14-07-15

Oudere (en daarom ook wijzere?) Broers Zijn Niet Altijd Gemakkelijk

Ik ben altijd een opgewekte, vrolijke en positieve mens geweest, zelfs in de sleur van alle dagen en het is mijn eeuwige wens in staat te kunnen zijn, voort te blijven lachen, onafhankelijk van alle gebeurtenissen, waarvan de meeste, vooral gedurende de laatste jaren, breek - of op zijn minst - kwetsbare gevolgen hebben gehad. Leute hebben met alles en nog wat, is mijn goesting, maar niet altijd komt de goesting overeen met de ruwe werkelijkheid...
 
Ik herinner mij nochtans niet dat hij, mijn OUDERE broer, die dat, zonder meer, vereenzelfdigt met een WIJZERE mens (wat is me dat voor een flauwe kul?), echt ooit koddig is geweest. Integendeel, een serieuze persoon is hij en hij wordt nog steeds strenger met de dag (dat lees ik tussen de lijnen). Niet iemand waarmee je graag een loopje neemt. Alleszins niet indien men niet graag op het matje wordt geroepen om ernstig gestraft, of zelfs beleefd uitgescholden, te worden. Net zoals vaderke-overste van het Klooster (of is het de Abdij?) die in geen enkel geval toelaat dat men grijnslachend toeziet hoe hij onhandig struikelt over een steen.

En ik stel vast dat hij dat met iedereen doet, uitzondering gemaakt, misschien, voor zijn eigen kinderen, als ik lees (en wel degelijk) begrijp wat hij schrijft over MIJN nutteloze inzet om van mijn dochter iemand te maken die niet meeloopt met de kudde. Het lijkt me niet dat hij ooit inspanning aan hen (zijn eigen drie kinderen, bedoel ik) heeft gevraagd, of inzet, of moeite want, volgens zijn mening, betekent dat onmiddellijk dat hij hen zou verplichten iets te doen wat ze, uit zichzelf, niet wensen te doen, of zouden willen doen, indien ze daarvoor over de nodige vrijheid beschikten. Daarmee heeft hij mij ervan overtuigd dat ze alle drie precies gedaan hebben wat ze persé wilden doen en dat hij, tevreden, nooit geen enkele poging heeft moeten of willen ondernemen om hen van gedacht te doen veranderen.
 
Hij blijft erop aandringen dat ik mijn dochter(s) helemaal verkeerd aan het opvoeden ben (a propos, wat zou hij wel denken over de opvoeding van wijlen mijne zoon Rudo Jr., gediplomeerde ingenieur?), maar hij geeft mij de gelegenheid niet te ontdekken hoe hij het zelf aan boord heeft gelegd om het beter te doen.
 
Ik begin tot de conclusie te komen dat hij de emotie van andere mensen, gewoonweg, niet in overweging neemt en dat hij zich, in compensatie, ook niet verkiest te concentreren op zijn eigen draken. Net zoals onze andere, jongere, broer G., die er voortdurend op uit is kritiek te leveren, alhoewel er in zijn eigen leven ook nog heel wat te doen valt. Maar dat is niet altijd zo geweest. Toen ik mezelf in een toestand bevond dat ik geen rechtstreekse erfgenamen meer bezat, ná de dood dus van mijn enige zoon en vóór de adoptie van mijn dochter(s), heeft hij er werk van gemaakt mij verschillende keren ongegeneerd op te hemelen (sprekend en schrijvend), getuigend over zijn absolute bewondering en hoe ik mezelf alleen uit de grond had gestampt, zonder de hulp van eender wie, hier en daar, en hoe moedig en strijdlustig ik wel was en nog beter, hoe schoon ik eigenlijk wel was, van binnen en van buiten, enzovoort, enzovoort, tot ik hem mijn gloednieuwe dochter heb voorgesteld en hij opeens het ijs onder zijn voeten voelde breken. Hij werd meteen een andere persoon, vol met kritiek en hoe ik de sportprestaties van mijn dochter ge(mis)bruikte als mijn uithangbord en dat ik gene halve frank waard was, enzovoort, enzovoort.... 
 
... want sport is natuurlijk wel emotie, jawel, zoals muziek en dans ook is (of, kan zijn) en de kunst, in het algemeen, ondervonden door gevoelige mensen, waaronder ik mezelf insluit. En jawel ik doe ook mijn best om beter te zijn dan de middelmatige, want anders was ik er gewoonweg niet aan begonnen. Dan zou ik een uitstekende metser kunnen geworden zijn in mijn eigen vaderland, zoals vakelief gepland had (vergis je niet, mijn vader was geen doorsnee-vader, hij haatte mij nog méér dan ik hem nú haat, want nú begrijp ik pas wat hij mij precies heeft aangedaan) en die toen al besefte dat metsers méér geld zouden verdienen in hun leven dan diegenen die praktisch-ex-trots, met een universitair diploma onder hun oksel, rond aan het lopen zouden zijn om aan gepast werk te geraken.

Stel je voor: ik aan het metsen met mijn zondagskostuum aan en een fel gekleurde vlinderdas, terwijl vrolijk fluitend, een loodrechte muur aan het opbouwen, in een rechte hoek met een andere muur, op oersterke fundering, terwijl knipogend naar de schoolmeiskes die over en 't were passeren, allemaal verlekkerd op een gezonde en door de zon verbruinde werkmens die niet beschaamd is bepaalde schuine en schunnige woordjes naar hun hoofdjes te slingeren, zodat ze blozend van de opwinding, ´s nachts, dromen van hunne gespierde prins en vele keren meer verkiezen te vogelen dan de liefde te bedrijven.
 
Hij heeft me nooit zien schreien, mijn oudere broer, daar ben ik van overtuigd en integendeel, hij heeft me wel veel zien lachen. Waarschijnlijk veel meer dan hijzelf verstond en nodig achtte. Als hij me nu, al oud en versleten, absoluut zou willen zien schreien, dan moet hij er maar bij zijn wanneer ik iemand zie winnen, waarvan ik weet hoeveel inspanning daarvoor gevergd is geweest.
 
Maar, ´t is geen avance, als je daar je hart niet rapper voelt door kloppen, dan ben je ook onbekwaam emotie op te brengen voor eender welke andere en zelfs nog meer aanpakkende gebeurtenissen. En ik neem hem dat helemaal niet kwalijk (even wankelde ik wel een beetje, vooraleer deze uitspraak te bevestigen). Als men zich iets van fysica herinnert, dan weet men wat er met twee verschillende polen gebeurt. En dat twee gelijke polen elkaar hevig afstoten, net zoals twee volmaakte biljartballen die op elkaar botsen: kaal, rond, hard en verpletterend, want daar is geen enkele plaats nemeer tussen voor medelijden.

15:22 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.