26-05-15

na het concert...(2)

‘Goed!’

‘Ja, het gaat goed met mij…’ antwoord ik wanneer hij me vraagt
hoe het tegenwoordig met me gaat.
‘Tegenwoordig’, is hier en nu in de concertzaal, ook deze avond
ben ik hier alleen want niemand anders die ik ken had genoeg
zin of interesse in de muziek om met me mee te gaan zelfs rudo niet, ben ik aanwezig op het allerlaatste concert van het
seizoen, een nog jonge pianovirtuoos speelt solo enkele stukken
uit het repertoire van Franz Liszt, Beethoven en, last but not least,
mijn lievelingscomponist Schubert, het eerste deel is al gedaan en
de noodzakelijke pauze neemt zo meteen een aanvang.
‘Hij’, die vraagt hoe het met me gaat, is een van die mensen
die ik heb ontmoet tijdens de nieuwjaarsreceptie ná het concert
van januari, nu dus al enkele maanden geleden.
‘Ga je mee naar de foyer om er iets te drinken?’ vraagt hij
vriendelijk en verwachtingsvol.
Mijn voor de hand liggende, afwijzende ‘neen’ dwarrelt al bijna
over mijn lippen maar tot mijn eigen verbazing hoor ik mezelf  
plots volmondig ‘JA’ zeggen.
‘Ja, ik kom iets drinken in de foyer maar pas ná het concert,
niet nu’
‘Dat is dan afgesproken’ zegt hij met de nodige nadruk alsof hij
bang is dat ik alsnog van mening zal veranderen.
'Ik verheug me erop, de anderen zijn hier trouwens ook,
tot straks dus, ná het concert….’
Welke anderen denk ik nog en met hoeveel zijn ze dan wel?
Maar dat kan ik ‘hem’, niet meer vragen want hij verdwijnt met
de menigte mee de zaal uit, ik blijf zitten en blijf alleen,
in een tijdelijke uitgestorven zaal, achter.
Eigenlijk houd ik niet van pauzes tijdens een concert,
ze halen me uit mijn concentratie en ze snijden de betovering
van de muziek brutaal dwars doormidden maar ik begrijp
natuurlijk dat de pianist een kleine ademruimte nodig heeft om
straks met evenveel passie en vuur verder te kunnen spelen.
Ik leun wat gemakkelijk achterover in de comfortabele zetel,
sluit mijn ogen en luister opnieuw naar de muziek, denkbeeldig in mijn hoofd deze keer… en wacht af…
Bij aanvang van het tweede deel, ná de pauze, zit ik al van bij 
de eerste gespeelde noot in de roes van de gevoelige, meeslepende
romantische klanken van enkele werken uit het oeuvre van Schubert.
Jammer dat er zoveel muziekbarbaren bestaan die beweren dat
wie naar klassieke muziek luistert, een seut is...

Ze hebben natuurlijk ongelijk...
Als artistieke perfectie niet van deze wereld is...
dan weet ik het niet meer.
Ik ken gewoonweg te weinig superlatieven om de schoonheid van
de muziek van deze avond te beschrijven, dus laat ik het…
Bijna anderhalf uur ben ik in de ban van deze verbluffende
en verbijsterende volmaakte opvoering.
En dan is het opeens uit!
Applaus – groet – nog meer applaus – opnieuw groet en dan
verlaat de maestro het podium, het applaus sterft weg en maakt
plaats voor banaal geroezemoes terwijl de mensenmassa
naar buiten stroomt.
De meeste muziekliefhebbers togen nu enthousiast naar de foyer 
om hun sociaal leven op peil te houden, te verbeteren of uit te
breiden of voor een nietszeggend napraatje met wildvreemden
of voor de broodnodige alcoholische of alcoholvrije verfrissing…,
ik volg, al is het weinig van harte.
Ik besef dat ik eigenlijk helemaal geen zin heb in een onderonsje
met die vreemde mensen, wat kunnen ze mij trouwens schelen?  
Heel even blijf ik afwachtend bij de ingang staan,
achteraan de, intussen druk beklante, zaal staat ‘hij’ al recht
en zwaait uitnodigend naar mij, het is potsierlijk hoe hij met
allebei zijn armen staat te molenwieken en het is trouwens
totaal overbodig want ik heb hem allang gezien,
ik slaak een zucht, strijk mijn jurk glad
en opeens weet ik overduidelijk dat ik het niet kan…
ik kan helemaal niets drinken samen met hen.
Glashelder besef ik dat ik niemand van dat gezelschap ooit zal
toelaten in mijn eigen, ijle wereld... neen...niemand,
dus beslis ik alsnog om weg te gaan.
Gedecideerd stap ik op het gezelschap af, ze zitten aan een ronde 
tafel en zijn met zijn vieren,
een vijfde zetel hebben ze voor mij
vrijgehouden, twee mannen en twee vrouwen uit mijn eigen
leeftijdscategorie, ik groet vaag in het rond, maak mijn excuses
dat ik toch niet kan blijven en maak aanstalten om rechtsomkeer
te maken.
In ‘zijn’ ogen, ze lijken nog het meest op die van een oude
trouwe viervoeter, zie ik ontgoocheling en opnieuw stelt hij mij
dezelfde vraag :
‘...of het wel echt goed gaat met mij’  dus antwoord ik voor de
tweede maal overtuigd ‘ja, het gaat echt goed met mij maar
toch kan ik niet blijven, misschien een andere keer…'
‘Volgend seizoen …Kom je dan ook…?’
‘Ja, volgend seizoen kom ik ook.’ beloof ik zonder nadenken.
Ten andere, waarom zou ik wegblijven, het nieuwe programma
heb ik al gezien en het ziet er veelbelovend uit...
'...maar nu moet ik echt …’ zeg ik en ik ga…

Terwijl ik naar mijn wagen loop kom ik voor de zoveelste keer
tot het overduidelijke besef dat ik helemaal niet geschikt ben
voor onbenullige weg en weer gesprekjes ná een concert met
een stelletje wildvreemde mensen tussen pot en pint.
Wat willen die mensen in hemelsnaam van mij?
Ik moet niets van hen, ik ken ze niet eens.
Is er dan echt niemand die mijn voorkeur voor innige en
evenwichtige vriendschappen kan begrijpen...?

En toch...ben ik niet bang van gezelschappen, bijlange niet.
En toch...lukt het me niet om deel uit te maken van een groep.
En toch...misschien komt er ooit een dag...
dat ik het wél zal kunnen...

18:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.