24-04-15

Rotte Kabeljauw

Het hoeft helemaal niet benadrukt te worden dat te mogen gestudeerd hebben in de fameuze "Vakschool" van Roeselare een ware gunst heeft betekend voor mij en voor de meeste van de andere brave kinderen van de families die zich in de omstreken hadden gevestigd, speciaal om daar te kunnen studeren, bijna allemaal met de bedoeling de afstand zo klein als mogelijk te houden, tussen huis en school, zodat het vervoer met de bus als een overdreven luxe beschouwd mocht worden en de studenten, naargelang de welstand van de ouders, of zowel te voet verkozen te gaan of zowel, toegelaten werden een “velô” te gebruiken, zolang ze maar met geen platte banden te kampen hadden (mijn uiterst modern exemplaar toen, van het vrouwenmodel, had speciale remmen aangepast aan mijn snelheid, van het type “torpedo”). Men kreeg er gespierde benen van, zodanig zelfs dat mijn maagdelijke Tante Georgine niet kon nalaten er af en toe eens heimelijk naar te gluren (toen ik regelmatig van Rumbeke, in West-Vlaanderen, naar Laarne, in Oost-Vlaanderen, fietste), terwijl er wat speeksel verscheen rond haar welgevormde mond en lippen, duidelijk verradend er nog niet helemaal zeker van te zijn dat ze wel geschikt was oneindig lang maagd te blijven. Ik persoonlijk vond dat maagdheid, toen, verschrikkelijk mooi was, zelfs prachtig, maar eigenlijk, volmaakt nutteloos. Dat had de Bisschop van Oost-Vlaanderen ook gedacht waarschijnlijk, want hij had haar eerst Moeder-Overste benoemd van het Klooster waar ze zich had terug getrokken, maar daarna verwijderd, aangezien ze zich niet bereid had getoond haar velletje daarvoor op te offeren. Haar uitroep “ooooaaaaaeeeehhhh” had de Bisschop verkeerd verstaan natuurlijk en toen hij zijn rok al aan het optillen was om Hem de vrijheid te geven, was zij ijlings gevlucht, terug naar Laarne, verstomd van de eerste éénoogige draak die ze ooit te zien had gekregen.

Het toegangsexamen voor de Vakschool was verschrikkelijk lastig en zelfs moeizaam geweest, waaronder de verplichting, zonder enige hulp van zeurbriefjes en verdoken rekenlatten, zonder schrijffouten, ALLE 365 vragen en antwoorden van de catechismus, uit het hoofd, te hebben moeten voordragen, zorgvuldig nagezien door twee aandachtige pasters, waarna men ook aan een medisch onderzoek onderworpen werd om na te gaan of het velletje van je piemel wel degelijk al weg geknipt was geweest, zodat de eikel verlost was geworden van dat akelig smegma, een stank verspreidend alleen maar niet erger dan die, vast gesteld bij de vrouwelijke exemplaren van het College van de Grauwe Zusters, gezegend, na veertien dagen zonder afwas, met de geur van rotte eieren, bij sommige en rotte kabeljauw, bij andere. Toen het mijn beurt was geweest, had de dokter al een natte handdoek om zijn mond gebonden en stond er een emmer klaar naast zijn stoel, gereed voor de volgende lading braaksel. Een verpleegster kwam hem bezorgd helpen en bewoog mijn velletje verscheidene keren op en neer om het opgestapelde smegma te verwijderen, zodat ik vervolgens rap last had gekregen van een rare en nooit eerder gevoelde opwinding, waarna het madammeke een luide kreet slaakte terwijl er een vreemd slijmpje vanaf haar vingers op de broek van de dokter druppelde. Toen had ik nog niet helemaal begrepen wat er aan de hand was geweest, maar sedertdien word ik geil iedere keer er een verpleegster op mij af stevent.

 

Blijkbaar ook geslaagd in dat examen werd ik doorgestuurd naar een Geleerde Meester die mij uitlegde een psychotechnische test te zullen moeten uitvoeren, waaronder een IQ test, waarin ik, geloof mij of niet, meer dan 85 punten heb behaald. Iets uitzonderlijks, voor mij alleszins, gewend, nooit meer da 65 punten te bekomen, vooral in vakken zoals Godsdienst en Lichamelijke Opvoeding, zonder te spreken over de rest, waarin ze mij voortdurend verplichtten te zeuren, wilde ik verder blijven studeren.

 

Één van die keren had ik een uitreksel van het boek “Elektrische Motoren” op de palm van mijn hand geschreven, waaronder de formule W = V x I , die ik onbekwaam was geweest van buiten te leren. Hij had mij (Meester Van Gheluwe, was zijn naam) al de gehele tijd gade zitten slaan, vanachter zijn bureau, maar toen ik hem opeens niet meer zag draaide ik rap mijn hand om, om de formule te kopiëren. Het volgend ogenblik voelde ik zijn stinkende adem in mijn nek en beviel hij mij onmiddellijk de zaal te verlaten. Ik heb toen een grote nul gekregen op dat examen en dat heeft mij verplicht diene slechte uitslag te compenseren op mijn volgende examen, door mijn twee palmen vol te schrijven. Hij heeft me daarna nog proficiat gewenst en beweerd dat ik niet meer hoefde te zeuren in mijn leven, om erin te slagen.

 

Met mijn hart vol trots had ik me toen aangemeld bij de Leraar Turnen, verantwoordelijk voor de orde en de discipline in de school en die in mij bepaalde trekken van een geboren politieagent ontwaarde. Hij voorzag mij van een oranjegekleurd plastieken vestje en maakte voor mij de weg klaar om, op de straat, voor de school, het verkeer te gaan regelen, iets waarvan hij daarna fel spijt heeft gehad, toen de directeur voorrang wilde hebben en ik hem een klein half uurtje had laten wachten, tot de laatste student de school had verlaten. De volgende morgen kreeg ik een rode kaart aangeboden en werd ik van mijn taak eerloos ontslaan. Niets dringt meer ontzag af dan een oranje uniform.

 

Een andere leraar, ze hadden allemaal hun diploma behaald aan het HTI van Oostende, waar ik daarna ook zelf gevormd ben geweest, iedere keer hij mij voorbij passeerde op de speelkoer, verspreidde een zodanige aangename wolk van parfum dat het ook mij begon aan te staan, alhoewel ik vond dat hij nogal een beetje overdreef, van het bad, bedoel ik. Enkele dagen later, toen ik de naam van zijn parfum had ontdekt, ben ik die in de Nopri, in de Ooststraat, voor mezelf gaan kopen. Tot heden, een halve eeuw later, heb ik een flesje tussen mijn scheergerief staan, gewoon om hem eer aan te doen: Tabac is de naam.

15:38 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.