11-03-15

brief aan mijn vriend...

 

Dag Jan,

 

Vind je het vreemd dat ik je vandaag een brief schrijf?

Natuurlijk is het gek, tenslotte ben je al zes jaar dood.

Doodnormale mensen denken er niet eens aan om brieven te

schrijven naar iemand die allang overleden is, dat weet ik ook wel,

maar je kent mij, ik doe het toch!

 

35 jaar was je een deel van mijn leven, maar nu al lang niet meer.

Het is raar hoe het leven lopen kan.

Ik kon jarenlang niet geloven hoe iemand, van de ene op de andere

dag, een bijna 35-jarige vriendschap kon verbreken zonder boe of bah.

Maar jij deed het, ja, jij kon dat.

Je dumpte mij zonder één woord, zonder één teken, zonder één gebaar.

Ja, het is waar, ik heb het nooit begrepen.

Toch heb ik nog geen dag spijt gehad van onze vriendschap maar ik

vond het doodjammer dat ze zomaar op een dag voorbij was.

Ik denk nog vaak aan je en ik mis je.

Het doet pijn, ja, nog steeds, omdat ik zoveel herinneringen met je deel.

Weet je nog?

Eens hadden we dezelfde wensen, eens hadden we gelijkaardige

puberale dromen en verlangens…Weet je dat nog?

We leerden elkaar kennen tijdens de zomer van 1967, we waren

allebei net zestien, en het werd een hele fijne en bijzondere mooie zomer.

Natuurlijk werd ik enige tijd later verliefd op jou, jij was tenslotte de

eerste jongen in mijn onbeduidend klein bestaan die mij een beetje aandacht schonk.

Je voelde je gevleid door mijn verliefdheid en toch bleef mijn eerste

kalverliefde niet lang duren, ja, ze was een kort leven beschoren en

dat vond je jammer.

Ik beschouwde je meer als een broer, als een lievelingsbroer weliswaar.

Je was teleurgesteld… je wilde me niet als zus want je had er al één…

dus gingen we uiteen.

Enkele maanden later kwam je terug.

We werden vrienden.

We werden zelfs dikke vrienden en we groeiden, tijdens onze woelige

puberjaren, met vallen en telkens weer opstaan, samen naar de volwassenheid.

We studeerden samen, lazen elkaar boeken voor, schreven elkaar

hoogdravende en filosofisch getinte brieven en ’s zomers gingen we

naar het openbare zwembad om samen te stoeien, zwemmen en dan

honderduit pratend en lachend samen fietsen naar huis.

De zon scheen over de wereld en de wind waaide door ons haar.

In mijn herinnering regende het nooit.

Achteraf gezien was het wonderlijk hoeveel we toen deden op één dag.

 

Later werden we groot en begon ons eigen en aparte leven.

Nog later werden we volwassen…toch in jaren…

Jij trok de wijde wereld rond, zwalpte over zeeën en oceanen want

dat wilde je en ik bleef hier en wist meestal niet eens waarom.

We trouwden.

We kregen kinderen.

We zagen elkaar soms veel en vaak en door omstandigheden soms

weken of maanden niet maar dat was nooit een bezwaar,

we zetten ons eindeloos gesprek verder daar waar het laatste

woord was blijven haperen.

Weet je nog, ik heb je destijds, jaren geleden, alles over mijn grote

liefde verteld en jij was de enige persoon die niet onmiddellijk

klaarstond met een oordeel.

Telkens ik over rudo begon, begreep je me meteen.

Jij was ook de enige die mij mocht vertellen dat ik hem moest

vergeten en ook hoe ik dat moest doen….

Nou ja, zo goed was je advies blijkbaar niet want het is me nooit gelukt.

Ja, Jan al die jaren kon ik op jou rekenen en jij op mij, je kon altijd

een hand op mijn schouder leggen, beter natuurlijk dan een hand

op mijn dij.

Telkens als jij liefdesverdriet had kon je bij mij uithuilen, je twijfels

over je werk kon je met mij delen, de moeilijkheden met je vrouw en

later met je zoon kon je met mij bespreken.

Ik was altijd een luisterend oor, ik steunde je en als ik het nodig

vond, berispte ik je en ik gaf jou een schop onder je derrière als je

het even niet zag zitten.

Ik stak veel energie in onze vriendschap en dat deed ik graag,

moeiteloos, gul en royaal.

Ik wilde nooit dat we elkaar uit het oog verloren en

met af en toe een briefje of telefoontje nam ik geen genoegen.

 

En toen… en toen werd ik ziek…niet een klein beetje ziek

maar serieus ziek, echt ziek, officieel ziek.

En na de eerste ontreddering heb je mij tijdens mijn zieke jaren

gesteund, je stond aan mijn bed, je stond aan mijn zij.

Weet je nog die keer dat ik je midden in de nacht, doodziek van

angst om mijn eigen naderende dood en misselijk en hallucinerend

van alle medicijnen waarmee ze al maanden mijn lijf teisterden,

paniekerig opbelde?

Met eindeloos geduld heb je me gekalmeerd, gesust en getroost.

En hoe ziek ik ook was, we hebben tijdens die 2 jaren heel vaak

samen gelachen en soms samen gehuild.

We waren allebei verwonderd en verbaasd dat ik 25 maanden en

evenveel behandelingen later, breekbaar en broos maar

waarschijnlijk véél te enthousiast aan de rest van mijn leven 

wilde beginnen.

Ik was nog steeds je maatje met zin voor intelligente humor,

mij kon je alles vertellen, ik ging mee in je gedachtegang.

Ik spelde je soms de les en als ik kon, toonde ik je de weg…

 

En plots, een dikke twee jaar later ging het, ik weet nog altijd

niet waarom, stroef...

En op een dag ging het helemaal niet meer…

Je bleef stil en je bleef weg…

Hoe kon het dat iemand waarmee ik letterlijk 35 jaar van mijn

leven had gedeeld er ineens niet meer was?

En toch was het niet door één of andere wet verboden om terug

te keren nadat je twijfels opgehelderd waren.

Maar je kwam niet.

Slechts langzaamaan kwam voor mij het besef dat je uit mijn

leven en van mijn aardbodem verdwenen was.

En ik vroeg me af?

Is het voor even?

Of is het voor goed?

Je dwong me tot een keuze die ik niet zelf koos.

Je stilte zinderde jarenlang door mijn dagen.

Zeven jaar later ging je dood…

 

Nu ben je er niet meer.

Je bent er nooit meer…

 

 

 

 

20:14 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.