24-02-15

moeder...dochter...vader...dochter...moeder...

 

Op een dag, ik was nog maar een kleine kleuter, werd ik opeens gewaar dat er naast mijn moeder ook een man in ons huis woonde, hij maakte warempel deel uit van mijn kleine leven, en dat al bijna drie jaar lang, en ik wist het niet.

Mijn papa!

Tot die bewuste dag had ik eigenlijk enkel en alleen oog voor mijn mama.

Vanaf die dag veranderde mijn loyaliteit ten opzichte van mijn moeder in het voordeel van mijn vader.

Vanaf toen wist ik dat mijn papa groot was en sterk en hij kon en wist alles.

En ik was oprecht verbaasd dat ik dat nooit eerder had opgemerkt.

Mijn papa ging overal naartoe en ik ging zoveel mogelijk met hem mee.

Soms waren er dagen dat hij het zonder mijn gezelschap moest stellen en dat vond ik spijtig want dan bleef hij verweesd achter met alleen maar mijn moeder en enkele van mijn kleine broertjes maar ik moest ook nog naar school.

Jarenlang was papa mijn held en ik was jarenlang zijn kleine meid.

Hij hield van mij omdat ik lief en pienter was en mooi en slim,

ja, hij haalde eer met zijn bijdehante dochter.

 

Maar toen ik ouder werd besefte ik plots dat mijn vader wilde dat ik altijd maar dat kleine meisje zou blijven, zijn kleine dochtertje, want hij vond het een veilige en gemakkelijke gedachte als zijn dochter maar een klein kindje bleef.

Toen mijn lichaam en mijn geest op het punt stonden om zich te ontwikkelen als vrouw, deinsde hij terug, hij begon op mij te vitten en hij gaf kritiek op al mijn doen en laten. Hij sprak minder en minder tegen mij en als hij wat zei, klonk het als een verbod.

 

Plots hinderde mijn onhandigheid hem mateloos, en dat ik geen vriendinnen had vond hij vreemd en merkwaardig, mijn afstandelijkheid, mijn voorkeur om vaak op mijn eentje met mijn neus in de boeken te zitten, vond hij plots niet prettig meer,

mijn gedweep en mijn dromerige aard vond hij nog het vreemdst van al…

En toen jongens begonnen met mij na te kijken of enige hartstochtelijke belangstelling in mij stelden, stierf zijn glimlach op zijn gezicht, zijn lippen versmalden in een afkeurende, dunne, strakke streep.

Ik ontgoochelde hem op alle fronten, ik stelde hem teleur.

Oh ja, hij hield van zijn dochter, maar eigenlijk wilde hij geen hoekige, dromerige puberdochter.

 

Na jaren ging ik weer voor mijn moeder staan en keek haar vragend aan.

‘Kom maar dochtertje…’ zei ze ‘kom maar bij mij…’

en ik was verbaasd dat er al die tijd een bondgenote op mij had gewacht.

Zij luisterde geboeid naar al mijn wilde plannen,

Ze lachte met mijn kinderachtige, dwaze grappen.

Ze oordeelde niet om mijn vele, verrassende twijfels,

Ze oordeelde niet, ze veroordeelde nooit…

Hooguit schudde ze eens meewarrig met haar hoofd.

Ja, zij hield van mij, zij hield van haar dwarse puberdochter…

 

 

 

 

17:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.