17-12-14

zal ik blijven of zal ik weggaan...

 

Vandaag rij ik, zoals alle andere dagen van de week, ’s morgens vroeg naar mijn werk en terwijl ik denk aan rudo’s lieve mail die ik de avond tevoren heb ontvangen wordt mijn glimlach breder, ik ga zo op in mijn kleine blije gedachten dat ik niet oplet want in plaats van aan de rotonde rechts af te draaien naar kantoor rij ik rechtdoor de weg op naar de stad waar ik natuurlijks niets verloren heb. Op het eerstvolgende kruispunt maak ik een beetje beschaamd rechtsomkeer, wacht tot de verkeerslichten op groen springen en sla ontnuchterd de juiste weg in en kom te laat. Dat is verdorie nu al de derde keer in twee weken tijd dat ik op weg naar mijn werk verdwaal, denk ik misnoegd. Hoe kan dat? En ik vraag me af wat er aan de hand is met mij? Wat scheelt me? Het antwoord op mijn vraag ken ik natuurlijk, daar moet ik niet eens lang over nadenken, dat ligt al weken vóór mij.
De kerst- en eindejaarsdagen komen eraan, herinneringen aan vroeger, vreugdevolle en andere, komen boven en maken dat ik uit mijn gewone doen ben en zorgen ervoor dat ik rusteloos, in mezelf gekeerd en verstrooid door mijn dagen strompel.

 

Als kind hield ik van de kerstdagen, mijn mama zette een boom en ik vond het altijd weer spannend en verrassend om alle breekbare, gekleurde kerstversiering uit het ritselende inpakpapier te wikkelen en dan héél voorzichtig te overhandigen aan mama die het kitscherige kleinood een goed zichtbaar plekje gaf in onze kerstboom, ik herinner me nog de vele bewonderende ach en och kreetjes van mijn broertjes en ik wanneer papa het licht in de woonkamer uit deed en die van de boom aan zodat de feestlichtjes de hele boom in een ongeziene gloed en schittering zette. Ik hield van de donkere namiddagen, de vroege duisternis prikkelde mijn fantasie en ik vond het tegelijk spannend, een beetje eng en beangstigend. Mama stak midden op de dag kaarsen aan, de kachel ronkte roodgloeiend en verspreidde een gezellige warmte en we kregen warme chocolademelk.
Ik genoot van mijn onbezorgde, veilige kindertijd boordevol magische dagen.
Op nieuwjaarsdag gingen we te voet naar mijn grootouders die aan de andere kant van de stad woonden, in mijn herinneringen lag er bijna altijd sneeuw. Het was elk jaar opnieuw een groot, druk en lawaaierig familiefeest en ik begreep toen al hoe blij mijn mama was om haar ouders, haar zus en al haar broers in het ouderlijke huis terug te zien. Mijn grootmoeder, die heerlijk naar een vertrouwd, ouderwets parfum geurde, en mijn grootpapa, de strenge familievader, gaf ik zoals gewoonlijk een zoen maar alle vreemde ooms en tantes moest ik ook zoenen en daar zag ik flink tegenop want dat vond ik griezelig. Mijn grootmoeder, zoals gewoonlijk bedrijvig heen en weer lopend tussen de keuken en de woonkamer om iedereen volop te voorzien van koffie en taart, was op nieuwjaarsdag altijd gekleed in haar allermooiste japon, een chique, donkerblauwe jurk versierd met licht gekleurde, dwarrelende bloemblaadjes, haar prachtige, enige gouden broche, gekregen ter gelegenheid van de geboorte van haar laatste kind, had ze voor die bijzondere gelegenheid op de smetteloze, witte kraag van haar jurk gespeld en in haar oren fonkelden haar diamanten oorbellen veel mooier en helderder dan de mooie kerstster in de top van de kerstboom.
Alle volwassenen en de oudste kleinkinderen zaten samen met mijn grootouders aan de lange, mooi gedekte tafel in de voor die gelegenheid opgesmukte grote woonkamer, de keuken was het tijdelijke onderkomen voor de nog te jonge kleinkinderen, voor zij die nog geen inspraak hadden en daar hoorde ik bij. Wij, de jongste kleinkinderen, enkele onhandige pubers en een handvol onmondige kinderen, telden nog niet echt mee in de grote mensen wereld boordevol onbegrijpelijke, ingewikkelde verhalen dus speelden wij ganzenbord, trik-trak of een spelletje met de kaarten in de gezellige keuken en elk jaar lagen er nieuwe stripverhalen van Oktaaf Keuninck en Piet Fluwijn en Bolleke, die grootpapa verzamelde, en die mochten we, onder het nuttigen van warm krentenbrood en chocolademelk, lezen. Ik hield me altijd een beetje apart van de rest van het jonge gezelschap en las ze allemaal, gulzig en snel, het ene na het andere want thuis hadden we geen strips maar dan zonder het eten van krentenbrood want dat lustte ik niet.
Ja, ik hield van de kerst- en eindejaarsdagen…

 

Als puber hield ik niet meer van de feestdagen.
Ik herinner me nog goed hoe ik de eerste keer Nieuwjaar heb gevierd tijdens de nadagen van mijn gebroken hart, nog boordevol onverteerd verdriet ging ik met mijn goede en tevens enige vriend Jan mee naar één voor die gelegenheid afschuwelijk, glinsterend versierde zaal boordevol joelende feestgangers, ik voelde me weinig op mijn gemak en zocht een tafel ver van de dansvloer want dansen wilde ik niet, dansen wilde ik nooit meer…
Even vóór middernacht begon het onnozel aftellen, twaalf, elf, tien, negen….
En op slag van twaalven zoende iedereen alleman en begon ik hartstochtelijk te huilen, Jan was ontredderd, wist niet waar kijken en wat hij met me moest, wist ook niet wat me scheelde, zocht verwoed zijn zakken af en vond geen propere zakdoek om mijn tranenstroom te stelpen en vroeg telkens opnieuw: ‘wat is er met jou, waarom ween je nu, wat scheelt er in ’s hemelsnaam met jou en waarom?’
Ik huilde onophoudelijk en onbedaarlijk, ik huilde omdat iedereen plezier maakte en ik was beschaamd omdat mij dat niet meer lukte.
Het zou nooit meer goed komen met mij, mijn onbeantwoorde liefde had mij gekraakt. Nog beter dan vroeger voelde ik dat ik niet paste bij de mensen en ik paste niet in deze wereld.
Ik wilde weg, ver weg van het feestgedruis, weg van de wereld….en ging naar huis…terwijl de nacht plaats maakte voor een nieuwe dag, een nieuw jaar…
Neen, ik hield niet meer van de eindejaarsfeesten...

 

Als jonge moeder probeerde ik om de onbezorgde momenten, het vreedzame gevoel, de magie van de kerstdagen die ik kende uit mijn kinderjaren door te geven aan mijn eigen 3 kleine kinderen, ik deed serieuze inspanningen om de kersttraditie opnieuw een plekje te geven in mijn leven.
Zo kan het gebeuren dat op een dag een grote doos met kerstversiering danig in de weg staat midden op de vloer van mijn woonkamer, mijn 3 kleuters lopen me voor de voeten, en 6 grijpgrage handjes graaien gretig naar al het blinkend moois tussen het vele vloeipapier in de doos, ze kwebbelen, tateren en lachen en zijn door het dolle heen: ‘hier moeke…, dat is een hele mooie kerstbal moeke…, de mijne wil ik daar hangen …’ 
Bedaard en behendig hang ik alle kerstversiering die ze me aanreiken aan de boom en bedenk hoe fijn het is om dat samen met mijn kinderen, op de vooravond van kerstdag, te doen. Straks komen mijn ouders mee kerst vieren en zitten we allemaal samen aan mijn lange feestelijk gedekte tafel, mijn moeder met haar mooiste bloes aan en de gouden broche, die ik mij zo goed herinner van haar moeder, mijn grootmoeder, opgespeld en dien ik het zelfgemaakte feestmaal op dat ik de voorbije dagen voorbereidde.
Natuurlijk is het niet meer hetzelfde als in mijn kindertijd want die is al lang en definitief voorbij, mijn grootouders zijn gestorven, het wordt nooit meer hetzelfde, dat weet ik wel, maar ik probeer met mijn bescheiden mogelijkheden en middelen een goede gastvrouw te zijn, een goede moeder, echtgenote, dochter…
Ik wil dat mijn kinderen zich veilig voelen en de anderen welkom.

 

Nu is mijn jongste zoon dood, mijn moeder en mijn broer zijn dood, mijn vrienden zijn gestorven of hebben me verlaten, neen, ik houd niet meer van de eindejaarsfeesten.
Ik kan niet meer, ik wil niet meer!
Het is elk jaar hetzelfde. Het is feest. Het moet feest zijn! 
Zo gek zijn de mensen nu eenmaal.
Elke dag werken ze en zwoegen ze tot aan die ene datum en dan barst het plezier los, spettert het vuurwerk. Er wordt gesmeten met geld en cadeaus. Ze kijken niet op een euro, het mag wat kosten. Wat zeg ik? Het moet wat kosten!
Ze slaan elkaar op de schouder, ze klinken en drinken en pronken en lonken…
Mij lijkt het allemaal vals.
Ik wil liever weg...
Ik wil rustig mijn eigen gedachten denken zonder het valse gerinkel van zilveren bestekken te horen.
Soms heb ik zo’n woest verlangen om voor enkele dagen van alles en iedereen af te zijn….
Het gebulder en gebeuk van de wind heeft me nog nooit gestoord maar het geroezemoes van mensen hindert mij mateloos.
Ik zou tijdens de eindejaarsdagen in een vrijstaand huis aan een ruige kust van een of ander klein en onbelangrijk dorp willen verblijven, alleen en eenzaam of…hooguit… in het gezelschap van één enkele goeie vriend, en dan alleen of samen lange wandelingen langs de vloedlijn maken, de koude wind trotseren, moe, verwaaid en voldaan terugkeren naar het afgelegen huis , binnen de haard aanmaken en met een boek op schoot naar de vlammen staren en luisteren hoe de wind aan de luiken rammelt, wat nadenken, mijmeren, dromen, vertellen…wat brood en kaas eten als we trek hebben, voor ons geen  gevulde of ongevulde kalkoen, vergezeld van een glas wijn die robijnrood in de hoge glazen kleurt door de gloed van de laaiende vlammen …. 
Dat zal wel altijd een onvervulde droom blijven..
Maar ooit zoek ik mij een vluchtplaats voor al die eindejaarsdagen….
 
 

 

 

 

20:38 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.