11-11-14

zijn dochter...

 

Ongeduldig schuift hij heen en weer op de harde, rechte stoel.

Waar blijft ze nu?

Ze heeft hem uitgenodigd om vijf uur en nu is het al 10 minuten over en nog laat ze hem als een ongehoorzame schooljongen wachten.

Hij weet niet wat er aan de hand is en daar wordt hij nerveus van.

Ze heeft hem ontboden omdat ze met hem eens over zijn dochter wil praten.

Heeft zijn dochter iets op haar kerfstok?

Neen, dat kan hij moeilijk geloven, ze is de kwaadste niet, die dochter van hem.

Maar misschien is er toch iets gebeurd op school waar hij niets vanaf weet, en haar moeder evenmin.

Dat wachten duurt nu toch al te lang, hij geeft haar nog enkele minuten en dan stapt hij op, hij heeft nog meer te doen.

Eindelijk, daar is ze dan, mevrouw de directrice.

Ze mompelt een vaag excuus en hult haar laattijdigheid in een waas van belangrijkheid …..en gaat zitten. Ze is lang en mager, haar bijziende ogen turen door het brilletje met fijn montuur op haar scherpe neus, ze vouwt haar handen als voor een gebed en steekt van wal.

‘Ik maak me de laatste tijd een beetje zorgen over uw dochter, mijnheer, ze is, hoe zal ik het zeggen…ze gedraagt zich op zijn minst een beetje vreemd, zal ik maar zeggen, ze is trots die dochter van u.’

Wat is daar nu zo vreemd aan, denkt de vader, dat mijn kinderen een beetje fierheid tonen, vind ik juist goed.

‘Neen, neen, trots is niet het juiste woordje, mijnheer, misschien gebruik ik beter het woord ‘hoogmoed’ om het gedrag van uw dochter te beschrijven, ze heeft het nogal hoog in haar bol de laatste tijd en ik vermoed dat die verwaandheid haar in haar latere leven zal parten spelen, het zal haar leven onnodig moeilijk maken, een beetje bescheidenheid siert een meisje.’

‘U bent het toch met me eens, mag ik hopen?’

Dat ben ik in het geheel niet, denkt de vader verstoord en nu hij weet dat zijn dochter aan niets slechter schuldig is, leunt hij ontspannen achterover tegen de leuning van zijn ongemakkelijke stoel. Hij geeft dat mens nog 5 minuten prietpraattijd en dan stapt hij op.

‘Ziet u mijnheer, ik ben niet alleen directrice van deze respectabele meisjesschool maar ik geef ook nog voltijds les in de 6de klas, de klas van uw dochter, en dat is geen gemakkelijke taak. Uw dochter leert gemakkelijk en goed, dat wil ik wel bekennen en daarom geef ik haar vaak taken die ver boven het niveau van de andere meisjes liggen, dat doe ik geheel vrijwillig en niet voor mijn gemak want ik zie al die extra taken nauwkeurig na niet tegenstaande mijn vele andere werk neem ik de persoonlijke begeleiding van uw dochter er met plezier bij. Het enige wat ik verlang van uw dochter, en eigenlijk van alle andere meisjes, is een beetje respect voor mij en als het kan ook wat dankbaarheid voor al mijn inspanningen.’

‘Bent u ervan op de hoogte dat uw dochter zo vaak zit te dromen in de klas?’

‘Ja, natuurlijk weet u dat, ze verbergt haar dromerige aard niet, ik zie het keer op keer gebeuren, terwijl ik vooraan in de klas de leerstof uitleg, draait ze schijnbaar ongemerkt haar hoofd naar het raam, en terwijl ze naar buiten kijkt, verliezen haar ogen zich in haar eigen droomwereld…’

De rolschaatsen! Ik koop ze, beslist de vader. Daar keek ze zo verlangend naar de laatste keer dat we samen inkopen deden in de stad. Als ik nu opstap ben ik nog net voor sluitingstijd in de ijzerwarenzaak Demeester op de Grote Markt en hij springt recht en gaat er met een slordig geformuleerde groet vandoor…

 

Een uur later staat de vader aan het raam achter het gordijn.

Met zijn handen diep in zijn zakken slaat hij zijn dochter gade die op straat haar spiksplinternieuwe rolschaatsten uitprobeert.

Hij is er absoluut niet gerust in.

Kijk toch hoe snel en roekeloos ze voorbij zoeft, straks valt ze en breekt ze een arm of een been of ze maakt een kwalijke val op haar hoofd.

Op het eind van hun korte straat draait ze behendig op één voet - hij houdt zijn adem in - en keert terug, met hoge snelheid schaatst ze voorbij hun huis, ze lacht breeduit en zwaait enthousiast, onbekommerd om zijn ongerustheid, naar hem.

Ach, wat vindt hij dat jammer, nu heeft ze hem toch gezien.

‘Ga toch weg van dat raam, man’ maant de moeder die in de keuken bezig is ‘maak je toch niet aldoor zorgen om haar, want die dochter van ons, die redt het heus wel.’ Tegen zijn zin gaat hij weg van het raam en gaat aan de keukentafel zitten maar hij is er helemaal niet gerust in…

Dochters…., zucht hij, en hij is blij dat hij er maar één heeft ….

 

Vandaag, zit dezelfde vader ontspannen achterovergeleund in een gemakkelijke tuinzetel op het zonovergoten terras van zijn dochter, het is een windstille, lauwe najaarsdag, ze drinken samen een tas koffie.

Hij is nu, 50 jaar later, een flinke, krasse oude man. Het weinige haar dat hem nog rest, kranst als een aureool rond zijn schedel.

Meer en meer verlangt hij tegenwoordig naar het gezelschap van zijn dochter, om zomaar een namiddag stilletjes bij haar te zitten, om samen een rustig gesprekje te voeren over helemaal niets bijzonders en vandaag is het weer zo’n dag en zitten ze samen  in haar tuin. Hij houdt van de stille, landelijke rust bij zijn dochter, hij heeft er dan ook telkens een flinke fietstocht voor over.

Na het koffiedrinken, wordt het stilletjes aan zijn tijd, één uur voor de duisternis invalt, wil hij weg en hij staat op om huiswaarts te keren.

Aan de poort omhelst ze hem stevig. Hij zoent haar op beide wangen.

‘Zal je voorzichtig rijden?’

‘Zal je niet verstrooid zijn en vreselijk goed opletten?’

‘Zal je geen onnodige risico’s nemen? ‘

‘Twee keer uitkijken voor je oversteekt?’

‘Weet je zeker dat het licht van je fiets het doet?’

‘Zal je bellen zodat ik weet dat je veilig bent thuisgekomen?’

Zulke zaken en nog veel meer zegt zijn dochter vooraleer hij gezwind en goed gezind op zijn fiets stapt en vertrekt.

‘Maak je om mij maar geen zorgen, ik rijd heus in geen vijf sloten tegelijk!’

 

Maar ik maak me wél zorgen!

Ik weet toch dat er in het hedendaagse drukke verkeer geen plaats meer is voor een oude man op een fiets.

Zenuwachtig loop ik heen en weer.

Ik, die nooit op een uurwerk kijk, loer nu al voor de zesde keer naar de klok die tergend langzaam de tijd voorbij tikt.

Rusteloos en doelloos loop ik rond in mijn keuken,

ik wacht, ik wacht op telefoon,

telefoon van mijn papa….

 

 

 

 

 

20:07 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.