05-10-14

Het Mirakel van het Leven

Nooit eerder had ik een gebaar van liefde, genegenheid, bezorgdheid en zelfs eenvoudige vriendschappelijkheid opgemerkt vanwege ons teder en aangenaam Papaatje voor ons plat ineengedrukt, overstelpt en uitgebuit Mamaatje. Geen enkele omhelzing, geen enkele kus, geen enkel teken van bekommerd gezelschap en medelijden, geen enkele "goede morgen" en nog minder "goede avond" heb ik mogen zien of horen vanuit zijn grote mond. Nooit sloeg hij zijn arm rond haar schouder, trok haar dicht bij zich aan of gaf haar een begrijpende of koesterende hand of arm. Geen enkele keer trok hij haar op zijn schoot, leidde haar bij de elleboog, of kneep hij haar geniepig in haar wangen, of in haar magere billen.

Jawel dat laatste heb ik hem wel zien doen, meerdere keren zelfs, maar het was zonder uitzondering bij andere vrouwen, moeders van leerlingen die hij onbeschaamd en ongegeneerd de dijen kneedde, somtijds zelfs onverwacht en bij gebrek aan protest of verontwaardiging, zijn veroverende hand, verder opwaarts doen glijdend, daarvoor hun rok of kleed ietwat optillend om zo dat nader contact zonder onnodige hindernissen te bevoordelen, terwijl helemaal niet lettend op de reactie van hun meestal aanwezige echtgenoten, rekenend op zijn zweem van sportiviteit en onschuldigheid, zodat deze, met lede ogen, het tafereel bleven gade slaan, bewust dat men hem beter niet aanklaagde of voor ietske of voor iets anders verweet, want hij bezat wel degelijk de faam van "korte lont", in hun streek en ook in de omstreken, op dat gebied alleszins, terwijl hij heimelijks, voortgaand op mijn eigen lont, over een andere lont beschikte, volledig uitrekbaar en zelfs te vergelijken met die van een machtige telescoop, mogelijks zichzelf vervierdubbelend in omvang, in vergelijking met zijn opgeplooid en opgeborgen exemplaar.

Enfim, zoals hij was met zijn vrouw, mijn moeder, was hij nog slechter met zijn kinderen en ik mag het wel degelijk terecht in mijn kolum zetten, vooral en speciaal met mij. In tegenstelling met Mama kende ik wel, natuurlijk wel, zijn grote handen, want ze kwamen uitstekend van pas om ze, bijna dagelijks, in hardnekkig contact te brengen met mijn zuivere en maagdelijke wangetjes. Meestal precies waar ze hoorden te belanden om ze rapper fel rood te doen uitslaan, niet van de schaamte of van de ingehouden verwachting, maar van de hitte en en ook van de perfecte botsing, duidelijk meer bedoeld om te kwetsen dan om gekwetst te worden.

Soms vroeg ik me echter af hoe ze samen, mijn vader en mijn moeder dus, zoveel kinderen (zes) teweeg hadden gebracht, met of zonder de hulp van de ooievaar die vanuit Rome speciaal in onze tuin in West-Vlaanderen, met de regelmaat van een klok, had blijven landen. Ja, toen had ik eigenlijk nog geen enkel benul van wat er allemaal anders nodig was dan een ooievaar om aan kinderen te geraken, maar ik had het ook, op geen enkel ogenblik, nodig geacht mijn hoofd daarover vroegtijdig te breken. Nu weet ik, dat soort dingen, bedoel ik, allemaal al veel beter, vanzelfsprekend, maar verstaan wat er gebeurd is in onze familie, nee, dat doe ik nog altijd niet...

Aangezien ik hen nooit samen plezier had zien maken en/of met elkaar zien stoeien of elkaar spelend plagen, of zich, op zijn minst, af en toe, een beetje gelukkig toonden en ik zelfs nooit zijn tanden had gezien (ik bedoel, terwijl hij aan het lachen was) en ik bovendien me ook de kleur van zijn ogen niet herinner, te verschrikt dat ik was recht in zijn ogen te staren, vond ik het oprecht verrassend toen ik op een avond, in mijn slaapkamer, grenzend aan die van hen, waar ook Frank sliep, in onze twee aparte eenpersoonsbedden en waarvan de deur altijd op een kiertje stond, nadat Mama ons allebei, zoals gewoonlijk, een kruisje op ons voorhoofd, met haar duim die ze daarvoor eerst in een eigenaardig rond doosje vochtig had gemaakt, had gevreven, hetzelfde doent in de slaapkamer van Dirk en Geert, in hun gezellig tweepersoonsbed (en waar Dirk en Geert geregeld "huisje" en "dokter" speelden, waarbij Geert geduldig de rol van het vrouwke op zijn tengere schoudertjes nam) alsook Hilde, in haar eigen kamer, opeens onze marmeren trap terug omhoog hoorde stormen, achtervolgd door Papa en ze zich onmiddellijk naar de badkamer wendden, waar ze allebei nogal luidruchtig tekeer gingen, vooral Mama, die op een krijsende toon kraaide en ook, zoals een kalkoen, kokhalsde, waarschijnlijk door de kittel die hij haar veroorzaakte, zodat ze het op den duur uitschreeuwde dat hij moest ophouden, want dat ze het niet langer meer kon vol houden en ik haar nog nooit zo luid had horen roepen, zodat ik verbaasd mijn hoofd ophefte vanonder mijn kussen om vast te kunnen stellen of er iets mis aan het lopen was, een misdaad wieweet en zelfs gedempt vroeg aan Frank of we misschien niet beter tussenbeide zouden moeten komen, maar hij deed alsof hij sliep, en ik mijn oren nog beter spitste en, helemaal ontsteld, er niet meer aan dacht terug te gaan slapen, zelfs wanneer ze, al ietwat rustiger, uit de badkmer slopen en zich naar hun eigen slaapkamer wendden en ik later meende te onderscheiden hoe hun dubbelbed kraakte op zijn voegen, zonder echter ooit te hebben geweten of te begrijpen wat er allemaal precies aan de hand was geweest.

Ik vermoed dat ik rond de acht, of negen, was, een verschrikkelijke deugniet en speelvogel, maar toch nog altijd onschuldig, zonder enig besef van seks en vogelen in het algemeen en nog minder over poepen en pijpen in het bijzonder, toen nog helemaal niet in de mode....

Negen maanden later ontving ik een boodschap van mijn broer Frank (of was het Dirk?) die wilde dat ik me naar beneden wendde en op een stoel, rond de tafel, zo ver als mogelijk van de plaats waar Fons (mijn geliefd Papaatje) zat, plaats te nemen, maar toen hij dat waarnam, mij beval recht tegenover hem te gaan zitten, want hij had iets belangrijks mede te delen. Ik had mij al afgevraagd waar Mama was toen ik thuis was gekomen van de school, op mijne zware vrouwevelô, die eerder op een tank geleek en rechtstreeks naar mijn slaapkamer was geslopen, om zeker Fons niet voor zijn voeten te lopen em hem eraan te doen herinneren dat het tijd was voor mijn dagelijks pak slaag en waaraan ik maar zelden bekwaam was te ontsnappen. Feit is dat iedereen zich belangrijk voelde op dat ogenblik van vreemde concentratie, iedereen een preek verwachtend van onbeschrijflijke afmetingen. Zoals te verwachten was duurde het verscheidene minuten vooraleer iedereen ter plaatse was en Hilde uiteindelijk ook opdook, vanuit haar kamer waar ze meestal afgezonderd en alleen haar gebedjes prevelde, wachtend op haar prins en plaats nam, juist naast hem, de meester van ons allemaal en ook de hoeder van de lamme schapen en de alomheersende rechter van onze misdaden.

Zijn mededeling was kort maar verrassend: hij had zopas ons moederke naar het hospitaal gevoerd (dat zal wel de enige en ook laatste keer geweest zijn in hun gezamenlijk leven) om daar, nerveus maar hoopvol, in de wachtzaal op de aankomst van de ooievaar te zitten wachten, met de bedoeling JOHAN uit zijn klauwen te ontvangen, ons splinternieuw en kleinste broertje betekenend en ook ons kakkernestje, een onverwacht nakomertje, allemaal teweeg gebracht door een onschuldig stoeipartijtje dat begonnen was in de badkamer waar het vuur opgelaaid was en daarna voorspoedig geblust in de slaapkamer, met veel sisgeluid en andere uitdovende chemische vloeistoffen, van betwijfelbare smaak en oorsprong.

Perfect vond ik dat allemaal en later, alles goed nagewikt en afgewogen, ben ik dus zelfs tot het besluit gekomen dat mijn vaderkelief, zonder over zijn eventueel andere mogelijke gaven te trachten uit te wijden, op zijn minst, een uitstekende spermaschutter is geweest: maar zes keer gespoten, maar zes keren prijs gehad.

Spreek van een, bijna, volmaakte vader...

13:53 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.