11-04-14

verfijnde en delicate naturen begrijpen...een kat...


rudootje houdt van honden en ik houd van poezen.
We verschillen nu eenmaal ….en niet alleen van mening…
Zolang ik mij kan herinneren zijn er poezen geweest in mijn leven .
Maar…, het scheelde niet veel of ik was niet eens in de wieg gelegd
om een kattenliefhebber te zijn of er een te worden.
Het begon zo:
Mijn ouders verlangden vurig naar een kind maar jaar na jaar
verstreek en er kwam er geen, ze bleven beiden hoopvol verlangen
en om alvast een beetje te oefenen in het uiten van lieve
onzinwoordjes en het geven van warme knuffels haalden ze
op een dag een klein, lief en speels, ros katertje in huis.
Mijn ouders die toen dus nog geen ouders waren,
lieten zich in de kortste keren vertederen door alle malle capriolen
en dwaze streken van hun nieuwe huisgenoot,
die zich in den beginne door hen liet aanhalen en aaien zoveel
ze maar wilden, luttele tijd later werd het katertje een kater,
hij werd groot, lui en afstandelijk en hij genoot niet langer
van hun liefkozingen, hij onderging ze als een zakelijke
overeenkomst, hij liet zich strelen in ruil voor lekkere brokken,
een zacht kussen om op te slapen en kuiten om zijn scherpe
nagels in te zetten.
Zo leefden ze ordelijk als elk goed huishouden met zijn drieën
samen vierden ze vijf maal kerstdag en de overgang van
oud en nieuw toen eindelijk op een veelbelovende woensdagmorgen
in de maand april van een onbelangrijk jaar,
hun kinderwens toch in vervulling ging,
een flinke dochter maakte voorzichtig haar schuchtere entree.
De vreugde van de kersverse ouders kon niet groter zijn,
hun geluk was overweldigend.
 
Ik had baanbrekend werk verricht, ik werd geboren!
Vanaf de eerste dag van mijn intrede in de wereld werd de kater
beleefd aan mij voorgesteld, hij snuffelde eens aan de wieg,
hij rook eens aan mij en haalde toen ongegeneerd zijn neus op
voor de delicate geur van mijn prille leventje en met zijn
dikke staart recht omhoog wandelde hij hautain en verongelijkt
terug naar zijn kussen ver weg van de wieg,
draaide een paar rondjes tot hij goed lag en viel,
ongeïnteresseerd in de nieuwkomer, in slaap.
Zijn superioriteit was geen lang leven beschoren.
Van zodra ik er was, werd de kater door mijn ouders verplicht
om van nu af aan maar een tweederangs rolletje zonder veel
betekenis te spelen, de glorierijke hoofdrol hadden ze,
na vijf eindeloze jaren van geduldig wachten op gezinsuitbreiding,
nu eenmaal voor mij weggelegd…
Oprecht dankbaar voor die bevoorrechte plaats was mijn gedrag,
vanaf dag één, die van een voorbeeldige baby.
Ik at wat mijn mama mij aanbood en ik produceerde keer op keer
een tandeloos lachje telkens ze er mij om vroeg en als papa mij
hoog boven zijn hoofd hield, kraaide ik van plezier…
en ook een beetje van angst dat hij mij zou laten vallen.
De lente begon dat jaar veelbelovend maar ik kan me niet meer
herinneren of dat nu door mijn toedoen kwam of als het eerder een
samenloop van een aantal meteorologisch toevalligheden was.
Van meet af aan maakte mijn moeder er een gewoonte van om
mij veelvuldig bloot te stellen aan de frisse buitenlucht binnen
onze ommuurde tuin en terwijl ik in mijn kinderwagen lag en
vrij was om te slapen of niet, hield mijn mama mij gezelschap,
zij las een boek of breide aan een paar nieuwe witte sokjes voor mij
of een klein truitje met een ingewikkeld patroon,
ik lag languit op mijn rug en keek naar de bloeiende perelaar en
hield in mijn brabbeltaal hele gesprekken met de voorbijtrekkende
wolken.
Op een van die zonnige dagen met nu en dan een zweempje wind
reed mama mij over het grasveldje tot onder de nu al uitgebloeide
perelaar, het was al mei, ze boog zich moederlijk voorover en zei:
‘dochtertjelief, het spijt mij dat ik vandaag niet bij je kan blijven
zitten maar enkele banale binnenhuiswerkzaamheden beletten mij
om je gezelschap te houden , kijk jij intussen maar naar alle kersverse
blaadjes aan de perelaar en luister naar de wind, mijn kind…..
ik vergeet je heus niet, ik kom af en toe eens kijken terwijl ik mij
aan mijn huiselijke taken wijd.’
En dat deed ze…, om de haverklap kwam ze in de kinderwagen
kijken om vast te stellen dat mijn welzijn niet leed onder haar
afwezigheid...
Maar dan, de schaduwen waren al wat langer,
deed mijn mama een gruwelijke ontdekking,
ik lag roerloos in de kinderwagen en kon niet meer ademen
want de kater zat bewegingsloos op mijn gezicht,
het leek of de poes en ik elkaar begrepen…,
het leek alsof we allebei droomden van onze eigen dingen…….
Na een fractie van een seconde waarin kat en mama elkaar
aankeken, sprong de poes uit de kinderwagen en ging er
met zo’n vaart vandoor dat het mijn moeder duidelijk werd dat
hij op deze kans gewacht had.
Mijn moeder stond als verlamd tot ik, door een teug teveel aan
nieuwe en verse zuurstof, mijn keeltje openzette…
’s Avonds vertelde mama mijn papa het hele verhaal,
…en hoe teleurgesteld ze was dat de liefde niet als vanzelf
opbloeide bij de kater voor dat wezentje dat zij beiden de
allerliefste vonden…en hoe woedend ze was op zichzelf…
en hoe slordig ze die namiddag was omgesprongen met
haar verantwoordelijkheid …
De kater, zich van geen kwaad bewust, sliep ineengerold op
zijn kussen, droomde van een succesvolle muizenjacht en trok
zich van het gejammer niets aan.
Hij stond zichzelf pas toe om één oog lui te openen toen hij
voelde hoe papa hem optilde, het tweede toen hij onzacht
in een kartonnen doos werd gedeponeerd,
papa vouwde de kleppen onmiddellijk dicht en toen zat 
de kater in het donker gebelgd zijn lot af te wachten.
Zonder verspilling van tijd zette papa de doos met inhoud
op de bagagedrager van zijn fiets, ze waren nog een autoloos koppel
in die dagen, beloofde mijn moeder om een nieuwe thuis
te zoeken voor hun rosse kater en fietste weg de wijde velden in….
Het afscheid dat niet eens een echt afscheid was van hun eerste
huisgenoot viel mijn moeder zwaar want ze had altijd gedacht
dat harmonieus met hun vieren samen leven tot de mogelijkheden
behoorde...
Ongedurig heen en weer lopend met mij op haar arm wachtte
mama af en was teleurgesteld en opgelucht tegelijk toen papa
alleen terugkeerde.
‘Waar was de poes?’
‘Wat en hoe?’
‘Toe man, vertel!
‘Héél ver weg…, afgezet bij een grote boerderij waar hij
onmiddellijk vriendschap sloot met alle andere poezen…,
hij zal zich niet vervelen want het is een heus muizenparadijs voor
katten…hij zal het goed hebben en vele vriendjes ….hij keek niet eens
meer om want hij had het ogenblikkelijk naar zijn zin….’
Zo troostte mijn papa mijn mama die zich tussen twee snikken door
liet paaien door zijn geruststellende woorden.

Na een nacht met weinig slaap maar vol herinneringen aan hun
kater stond mijn mama op, de verrassing kon niet groter zijn,
de banneling zat buiten op de vensterbank van de keuken
en keek brutaal naar binnen.
Mama liet hem binnen en gaf hem een schoteltje melk en terwijl
hij het zonder dank schoonlikte had papa de doos opnieuw gereed
voor een nieuwe poging om de kat te verhuizen naar de boerderij.

Maar die kat kwam wéér…, tot drie keer toe mislukte de verhuizing.
Na de vierde keer bleef de kater weg, en deze keer voor goed.
‘Een andere boerderij en veel wijder weg…’ zei papa,
maar mijn mama twijfelde aan zijn woorden maar wijselijk
vroeg ze niet verder.

Ik heb geen enkele herinnering aan het gebeuren en heb er
geen trauma van betekenis aan overgehouden.
Dit verhaal heb ik uit overlevering, keer op keer werd het mij
verteld zodat ik het nu en hier kan navertellen.

Af en toe vraag ik nog eens aan mijn papa,
die nu een krasse oude man is, hoe hij indertijd de rosse kater
definitief uit hun leven heeft verbannen,
en dan kijkt hij mij een beetje meewarig aan en hult hij zich
in een mysterieus stilzwijgen.….

Nu, zoveel jaren later leef ik vreedzaam samen met een
paar katten.
Jaja, er zijn vanaf mijn prille begin altijd al poezen geweest
in mijn leven…

21:59 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.