23-03-14

Een gewaarschuwde man is maar een halve frank waard.

Stel je voor, een oude versleten voorovergebogen man (figuurlijk gezien, weliswaar) met een klein hondje aan een strak riempje, op de straat? Ja ja, dat zou ik kunnen zijn. Alle dagen van het jaar, zomer en winter, regen of wind. Zonder ooit verlof te kunnen nemen. Zelfs gene halve dag.

Ik had, jaren geleden, mezelf beloofd nooit nemeer een hond aan mijn been te lappen. Ik hou van honden, veel meer dan van katten, die ik zelfs haat, maar ze hebben mij ook nooit geluk en voldoening meegebracht.

De eerste, die ik mij herinner, niet meegeteld de verscheidene blaffende en bijtende hondjes van Tante Denise, was Pukkie, bij onszelf thuis, in Rumbeke. Ik herinner me niet meer wie hem deze onnozele naam heeft geschonken, maar wel dat hij onder een auto is beland, in Laarne, toen hij daar op vakantie was en ik allang naar Brazilië was vertrokken.

In Rio heb ik er ne hele hoop Duitse Schapers op na gehouden, vooral om mijn huizen daar te helpen beschermen. De eerste was Tessa, genoemd naar de naam van één van de dochters van een collega van het werk. Niet speciaal om hem te pesten, maar eerder omdat ik de naam gepast vond. In plaats van mijn huis te beschermen is zij (het was een teeve) echter zelf met de dief weg gevlucht, die vreselijke bastaarden. Nochtans heb ik er weinig spijt van gehad. Ze zal waarschijnlijk beter behandeld zijn geweest, dan ik dat mogelijks verder gedaan zou kunnen hebben. Dan zijn er Sam gekomen, Sampa, Samie, Kolonel (een "fila brasileira") en nog één waarvan ik me zelfs de naam niet meer herinner  en die dood is gebeten geweest door Sampa (uit pure jaloersheid, omdat hij binnen mocht en zij niet), ook een teefje dat niet veel blafte, maar wel goed wist om te gaan met haar scherp gebit, in de kuiten van de jongens die kwamen spelen in de zwemkom en het voetbalveldje thuis.

Sam, de grootste en belangrijkste waakhond, vader van ongeveer dertig afstammelingen, ongelukkig genoeg, is om zeep gebracht geweest door een onervaren dierenarts die hem een vaccine had gespoten in zijn achterbeen en recht op een zenuw is beland met de naald. In minder dan een week begon hij al te manken en het been is daarna helemaal beginnen te atrofiëren, wat later geleid heeft naar zijn dood, volledig besmet. Spreek van kemels van dierenartsen.

Toen ik besliste naar Recife te vertrekken moest ik me van mijn nog twee overblijvende schapers ontdoen en daar zijn mijn gewetensproblemen maar echt begonnen. Zonder de honden in de ogen te durven kijken heeft Ligia uiteindelijk zelf de teugels in handen genomen en ze, met een taxi, naar een dierenoppas gebracht waarvan ik nooit teweten ben gekomen of ze waarlijk op de dieren pasten, of die ze gewoon doorspeelden naar universitaire hospitalen om daar aan wetenschappelijke onderzoekers diensten te leveren. Soms heb ik er, nog altijd, nachtmerries van.

Eens hier, in Recife, had ik mezelf beloofd mij niet meer te laten verleiden door hondse blikken, noch wuivende staarten (niet verwarren met wulpse blikken en schommelende achterwerken).

Dát, tot mijn uiterst verwende dochter Gleicy, een waarlijk "Patricinha" (zoals ze hier verwijzen naar een rechts gezind wezen, totaal modebekommerd en uitsluitend klant van wereldberoemde merken) er werk van maakte langdurig te blijven zagen over haar wens een schoothondje te bezitten dat ze "het hare" zou mogen noemen en aan een degelijk ras zou moeten toebehoren, zeldzaam genoeg om haar vriendinnen te doen kwijlen van de veroorzaakte jaloersheid. En voort zaagde ze, verscheidene jaren lang, tot ik opeens begon te overwegen, dat ja, een hondje haar waarschijnlijk gelukkiger zou maken, want ze werd met de dag nijdiger en kibbelerig tot ik het zelfs nodig vond er een pedagoge en een psychologe bij te halen om te ontdekken wat er aan de hand was met haar en die, na tien consulten, mij had aangeraden haar naar een psychiater door te sturen, en dat ze het zelfs gepast vond dat ik er ook gebruik van maakte om me ook te laten onderwerpen aan zijn ingewikkelde vragen en uitgebreide oplossingen, zodat ik begon te vrezen "at the end"  in een spannende dwangbuis terecht te komen, helemaal zot van binnen en ook gek van buiten, waarop de toeschouwers zichzelf dood zouden staren, terwijl prevelend "wie had dat ooit kunnen vermoeden" en ik meende te begrijpen dat een hondje daar misschien de geschikte oplossing voor zou kunnen betekenen, waarmee de psychologe onmiddellijk NIET akkoord ging, ook al omdat ze, mijn dochter dus, wieweet, een gespleten persoonlijkheid zou kunnen bezitten, een zogezegd bipolair karakter, dat niet goed overeen komt met honden in het algemeen en vaders in het bijzonder.

Dus heb ik tegen alles en tegen iedereen in en zelfs tegen mijn eigen goesting in, toch een peperduur hondje gekocht (een Yorkshire, mét pedigree), wat me nog altijd het zicht van mijn gezicht kost, net als was het een half kind, om te proberen de liefde van mijn dochter terug te kopen, allemaal zonder resultaat nochtans, tot op heden toe.

Wat me echter het meest hindert is dat zij, Gleicy, alleen maar de eerste dag naar de hond heeft gekeken en dat ik nu, al meer dan twee jaren lang de hond, op zijn minst twee keren per dag, aan zijn riempje naar buiten moet leiden, waar hij, net zoals bij regelmatige afbetaling, om de twee stappen en tegen absoluut elke steen, elke boom, elke struik, elke paal en elk autowiel zijn been opheft, na er eerst langdurig aan geroken te hebben en dan maar pas beslist enkele druppels te laten ontsnappen, bang dat hij is niet over genoeg voorraad pissche te beschikken om ze allemaal te zegenen en te voorzien van zijn vergif en hij besluit hetzelfde aan te vangen met zijn kak, tot hij zelfs in staat wordt er het laatste stukske uit te persen, niet groter dan de kop van een naald en ik beschaamd moet vaststellen dat hij dat express doet, juist wanneer de mensen voorbij passeren en mij afkeurend nawijzen, tot we aan de voordeur van de geburen geraken die het tafereel met afkeer gade zit te slaan vanachter zijn gesloten gordijn en ik de hond, met al zijn voor- en naverwanten, tot in de vijfde graad, sta te verwensen en ik beslis mijn schouders verder voorover te buigen zodat niemand me zal herkennen en ik rood tot achter mijn oren de kakstukjes een schop verkoop maar wat als gevolg heeft dat ze blijven plakken aan mijn schoenen en ik er gehele verdere dag blijf naar stinken, wat mij verplicht uit te blijven leggen aan mijn klanten waar de stank vandaan komt, wat zij meestal niet willen geloven en besluiten tersluiks naar de achterkant van mijn broek te gluren om na te gaan of er nog andere sporen zichtbaar zijn.

Allez, 't is maar om te zeggen dat een deftige en goed opgevoede man maar ene keer om de twee dagen geleerd wordt zich te ontlasten, niet alleen om minder papier te verspillen, maar ook en vooral om geen dertig liter zuiver water uit de natuur te verwijderen gedurende elke "cagada", wat de aarde binnenkort een tekort zal doen hebben aan drinkbaar water.

Alles bij alles opgeteld en het resultaat vermenigvuldigd met zichzelf, had ik misschien toch beter diene psychiater opgezocht en daarna dagelijks tientallen pillekes zorgvuldig ingeslikt om terug meer en meer op een normale mens te beginnen te gelijken die zich niet stoort aan eender welke tegenslag en altijd een vreedzame glimlach rond zijn lippen weet te plooien.

15:20 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.