19-03-14

Lustig Gepijpt op de "Ponte Rio-Niteroi"...

.... of zowel "Fellatio na Ponte Rio-Niteroi"

Toen ik nog in Rio De Janeiro woonde was mijn lievelingsuitstap, op zomerse zondagen, naar een relatief weinig gekend en daardoor ook nogal eenzaam strand, nochtans slechts enkele kilometers van de stad "Niteroi" verwijderd, aan de andere kant van de Baai van Guanabara (Bahia da Guanabara) dus, recht tegenover de wereldstad Rio De Janeiro. De (al)gemene commentaar van de "Cariocas" (inwoners van Rio) is, dat het beste part van Niteroi, het uitzicht is op HUN stad.

Om daar te geraken moet men een overzetboot gebruiken die dagelijks duizenden mensen van de ene naar de andere kant vervoert. Een ander alternatief was de baai omrijden, wat langer dan een uur in beslag nam. Gedurende de jaren zeventig werd er dus een lange brug ingehuldigd die de twee steden verbonden en de verplaatsing tot minder dan tien minuten herleidde. De naam van de brug herinner ik me niet meer, want hij is gebouwd geweest gedurende de regering van de militairen die de burgerlijke en wettelijk verkozen regering letterlijk omver hadden geworpen en ze het nodig hadden gevonden henzelf daarvoor te huldigen met de naam van één van hen. Het is nutteloos te weten wie juist.

Om te begrijpen wat dat veroorzaakt heeft in het perspectief van de politiek moet men weten dat vóór het bestaan van de brug er twee onafhankelijke Staten bestonden in die streek, zijnde één met de naam Rio De Janeiro, waarvan Niteroi de hoofdstad was en een andere met de naam Guanabara, waarvan Rio De Janeiro de hoofdstad was. Vanaf hun vereniging noemen ze nu allebei, Staat en Hoofdstad: Rio De Janeiro.

Die brug die ongeveer zestien km lang is, gebruikte ik wanneer ik met de auto mijn uitverkozen uitstap wilde maken, meestal vergezeld van ´t één of ´t ander aanhankelijk meiske, ook evenveel verzot op zondaagse avontuurtjes. Onze bestemming was meestal een strand met de naam "Praia de Piratininga", het eerste Atlantische strand in een rij, maar niet het meest bezochte, eens voorbij Niteroi. De reden daarvoor zijn waarschijnlijk de woeste zeegolven die gevaarlijker blijken te zijn dan in de andere, volgende, stranden, wat te zien heeft, misschien, met de naderende toegang tot de Baai van Guanabara, waarin de zeehaven van Rio is gevestigd. Andere keren verkoos ik de fiets, samen met een collega van het werk, de overzetboot gebruikend of zowel met mijn Harley-Davidson, ook over de brug, alleen of vergezeld.

Ik herinner mij dat ik op een stralende hete zomerzondag, met de auto die mij overgebleven was (een FIAT 147) ná de scheiding van Hilma, die onze betere auto in beslag had genomen, aan de brug geraakte, toen mijn gezelschap, een jong lief meiske, niets beters uit wist te vinden, vanaf de eerste kilometers, dan haar mollig handje in mijn broekgleuf te foefelen om daar mijn luie vennoot aan te wakkeren op te staan en met verblunderende goesting meer van het leven te gaan genieten. Het duurde maar amper enkele ogenblikken tot hij verbaasd overeind strompelde en onder haar aanspoor even buiten kwam loeren om na te gaan wat er precies aan de hand was. En er was uiteraard veel aan de hand, zodat hij zich waarlijk nieuwsgierig helemaal uitrekte om niets te missen en zij haar greep daardoor aanzienlijk besloot te verstevigen, onder meer omdat er extra plaats vrij kwam. Ik kon moeilijk veel aandacht aan het gebeuren verstrekken want het verkeer daar, op de zondagen, is altijd alles behalve kalm. Voor wie achter, of naast ons, reed was er moeilijk iets vast te stellen en veel gevaar ontdekt te worden bestond er niet. Nochtans hoe verder we op de lange brug reden, hoe meer mijn vriendinneke opgewonden geraakte, tot ze zich zichtbaar af en toe geneigd voelde zich zijlings neer te bukken om de opstandige aan een nader onderzoek te onderwerpen en eventueel in haar warme, opengesperde, mond te doen verdwijnen, wat haar eventjes deed zeveren van de overdreven lust, waarschijnlijk ook wel wat aangewakkerd door haar uitdagende geest en het prikkelend gevaar voor bewuste ontdekking, vooral door de oplettende inzitters van voorbij razende wagens. Intussen was mijn kameraad een beetje aan het lekken geraakt ongeduldig dat hij was geworden, ná meerdere dagen bijna helemaal verwaarloosd te zijn geweest, uitzondering gemaakt, één enkele keer, voor mijn meid die er, met aanzienlijk medelijden, lichtjes had over gewreven, in de keuken, terwijl ik achter haar had moeten passeren, op weg naar het werk. Eenmaal volledig bloot gesteld, in het licht van de vroege buitenlucht, begon hij vlijtig te trillen en te beven van de verwachting, bijna smekend naar verdere aandacht. Ikzelf begon er ook meer en meer van te kwijlen en op den duur begon ik het niet meer gewaagd te vinden dat zij er alsmaar heviger aan snakte, zodat haar armbewegingen zeker niet meer helemaal onopgemerkt konden blijven voor de mensen die, in vrachtwagens en in bussen, voorbij daverden. Ik was me echter vergeten dat om de kilometer een camera in een torentje op de brug over de baan het verkeer gade slaat en terstond mededeelt aan de bewakers aan de beide uiteinden van de brug, wáár er precies verkeer's problemen aan het gebeuren zijn. Eenmaal op het hoogste punt van de brug, al over de helft ervan, besloot het meiske dat het nú was of nooit nemeer, terwijl ze zich voorover en opzij boog en de aandringer in haar mond schoof, hem echter nooit uit haar knedende hand verlossend. Ze was in een oogwenk bekwaam de voorraad zaadjes van de originele bron naar de uiteindelijke bestemming te loodsen toen ik opeens de sirene van een politiewagen achter mij begon waar te nemen en ik verrast mijn overlopende slang uit haar mond wist te doen ontsnappen en in mijn onderbroek kon loodsen. Toen de politiewagen mij voorbij stak en de agent, met een veel betekenende en wijzende vinger, mij naar de binnenbaan verwees, waar hij parkeerde, juist voor mijn auto, stelde ik vast dat zijn bedoeling was mij nog vliegensvlug op heterdaad te trachten te betrappen. Mijn vriendinnetje had zich intussen opgehoffen, wreef zonder veel ophef de overschot rond haar mond aan de mouw van haar truitje en deed net alsof er nooit iets zondigs of verschillends met haar was gebeurd. Vooraleer de agent mij beval uit de auto te stappen deed ik verwarde pogingen mijn ritsluiting toe te trekken, maar de rits bleef haperen aan enkele schamele schaamharen die er werk van maakten uit de randen van mijn onderbroek te blijven steken.

Eenmaal uit de auto verklaarde ik ogenblikkelijk dat ik verstaan had wat hij onterecht aan het vermoeden was, maar dat zij, mijn echtgenote dus, heftig bezig was geweest de verroeste rits los te peuteren, waardoor hij waarschijnlijk zo argwanig was geworden, zonder reden weliswaar.

Hij bleef mij even aanstaren, stelde vast dat ik er niet misdadig uit zag en ook niet wispelturig of pervers en besloot een toertje te maken rond de wagen, nadat hij mijn papieren had gevraagd. Intussen was ook de chauffeur van de politiewagen naderbij geslenterd en bleef me met een onbeleefd glimlachje aankijken.

De aandacht van zijn collega bleef aan mijn achterruit plakken waar hij een plastieken plakkertje vond waarop een vermelding stond aan de "Policia Federal". Ik had dat daar opzettelijk aangebracht, enkele jaren eerder, om mezelf van eventuele hachelijke toestanden te redden, nadat ik het had ontvangen van een gemeenschappelijke vriend van een agent van de federale politie. En inderdaad het bleek indruk te maken, want hij vroeg mij ogenblikkelijk of ik een officier was. Ik wees hem erop dat ik waarlijk een poging in die zin had gedaan, jaren eerder, maar dat ik, door een louter gebrek aan dieptegezicht, daar niet was in geslaagd, alhoewel vriend gebleven van enkele maten daar.

Hij geloofde mij zonder te pinken, keek rechtstreeks naar mijn broekrits en stelde voor ook eens te proberen. Ik herinnerde mij de vochtige plekken in de omgeving en trok mijn hemd verder naar beneden om eender welk spoor van schuld te verduiken, terwijl hem bedankend voor zijn oprecht en goed gemeend aanbod.

Hij tikte even aan zijn pet, raadde mij vervolgens aan op te letten voor verborgen camera's en liet mij opnieuw instappen.

De rest van de dag heb ik zitten grinniken met de belachelijkheid van de geschapen situatie, terwijl mijn gezelschap, in het cafeetje, voor het strand, onder de tafel, mij terug probeerde wakker te schudden, terwijl ze mij liefkozend aanstaarde, gereed voor een nieuw avontuur.

Vanaf dat ogenblik heb ik ontdekt dat er meisjes bestaan die werkelijk verslaafd zijn aan spuitende piemels en die ze, onder geen enkele omstandigheden, gerust kunnen laten, ook en vooral niet in publieke plaatsen zoals op de dansvloer, in de lift, in de stinkende WC van vuile cafeetjes, achter een boom op het wandelpad en zelfs in de bus en in het vliegtuig. Haar "fetisch", zeker en vast, is zeldzaam, maar minder zeldzaam dan men denkt. Ik heb getracht haar daarin te voldoen, niet altijd succesvol nochtans, maar blijkbaar kon ze haar handen niet thuis houden, zelfs niet wanneer ik er ook niet bij was.

Levelang de meiskes die zich daar bezig mee willen houden, zonder gevaar er onschuldige afstammelingen mee te verwekken.

933979_448078888616123_424383552_n.jpg

18:47 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.