08-11-13

De Toog (10) - Haar Versie

Maar… vóór het eten wil rudo eerst even naar zijn hotel terug, hij zal zich laten uitschrijven en meteen zijn bagage ophalen en meebrengen want hij wil wel eens wisselen van hemd, ondergoed en sokken, lang zal hij niet wegblijven, nog vooraleer ik de maaltijd op tafel heb gezet, belooft hij terug te zijn en dan eten we gezellig samen en blijft hij hier bij mij.

 

Hij vertrekt en weinige tijd later staat het eten in de oven en heb ik de tafel keurig gedekt, de kaarsen maken het geheel een beetje feestelijk.

 

Ik slenter naar mijn kamer om wat te schrijven over de voorbije dagen terwijl ik op hem wacht zit ik aan mijn schrijftafel met mijn boek opengeslagen voor mij en kijk door het raam hoe de avond donkerder wordt, ik weet niet hoe het komt maar niettegenstaande alle nieuwe  indrukken en emoties  van de voorbije dagen  krijg ik geen woord uit mijn pen …ik ga terug naar de keuken en drentel wat doelloos rond…

 

Na één uur is hij nog niet terug en ik word een beetje humeurig en ongemakkelijk.

 

Na 2 uur is hij er nog niet, ik word zenuwachtig en ongerust.

 

3 uur later ben ik in paniek en wanhopig vraag ik me af of er iets is gebeurd dat ik niet weet, komt hij niet meer terug of is er iets anders…?

 

Heeft hij zich bedacht?

 

Heb ik zijn vertrouwen in mij verkeerd geschat?

 

In mijn naïviteit heb ik altijd alles van hem geloofd en zelf vind ik dat geen gebrek, maar is dat in deze tijd en maatschappij nog een eigenschap van belang?

 

In de steeds duister wordende keuken waar de warmte van de haard zich niet langer verspreidt, ik gooi immers geen hout meer op het vuur, klamp ik me vast aan mijn herinneringen aan de voorbije dag en onze bijzondere nacht …

 

Ik schiet wakker uit een halve dut van geklop op de deur.

 

Mijn hart springt in mijn keel. Zou het…?

 

Het is 5 uur in de morgen, de meeste mensen liggen op dit onzalig vroege uur nog in bed…

Met tranen in mijn ogen, een beetje stijf van het nachtelijke opzitten en op kousenvoeten maak ik de deur open en sta oog in oog met rudo.

 

Sprakeloos kijk ik hem aan en wanneer hij vraagt of hij mag binnenkomen doe ik een stap achteruit en blijf hem verward aangapen terwijl hij zijn natgeregende jas uittrekt.

 

Hij slaat broederlijk een arm rond mijn schouders en doet mij op een nogal dwingende manier plaats nemen op een stoel aan de keukentafel want hij heeft eens nagedacht en moet een en ander zeggen en gaat tegenover mij zitten.

 

‘Ik was bijna niet gekomen’ zegt hij terwijl hij met zijn ogen knippert tegen de opkomende tranen.

 

‘Maar ik ben blij dat je toch gekomen bent’ zeg ik, waarschijnlijk met teveel gretigheid en verlangen in mijn stem.

 

‘Volwassen worden en zijn heeft alles te maken met de aanvaarding van een hele boel beperkingen en verantwoordelijkheid dragen voor alles wat er gebeurt in ons leven…’ zegt hij.

 

‘We doen allemaal dwaze dingen als we jong zijn..’ gaat hij toonloos verder, ‘maar nu we ouder zijn moeten we ons gedragen als ouderen, volwassen en verantwoordelijk…’

 

‘De tegenstrijdigheden in ons leven zijn scherp en onbegrijpelijk.’

 

‘Jij bent getrouwd, ik ook.’

 

‘Ik heb je altijd gekend en toch weet ik niets van je af.’

 

‘Soms heb ik spijt dat ik ben gekomen en toch ben ik blij dat ik het deed.’

 

‘Nu we hier na 40 jaar terug samen zijn, gaan de tegenstrijdigheden gewoon door, plezier en verdriet, begeerte en angst, roekeloosheid en ongeduld…’

 

‘Vanaf nu zijn we vrienden, moeten we de beste vrienden zijn, niet méér maar ook niet minder, de volgende dagen zal ik bij je blijven als ik mag, maar als een verstandig man met verantwoordelijkheden zal ik de logeerkamer gebruiken…’

 

Er klinkt teleurstelling in zijn stem alsof ook hij een droom heeft gekoesterd die geen droom mag zijn…

 

De stilte valt pijnlijk tussen ons in.

 

Hij doet dus een moeizame poging om mij te laten weten dat we niet langer minnaars mogen of kunnen zijn. Hij wil dus weer afstand tussen ons, niet meer de vertrouwelijkheid van deze laatste dagen, de intimiteit van de voorbije nacht….

 

Is dat de werkelijke reden vraag ik mij af.

 

Ik begrijp er niets van.

 

Ik voel me buitengesloten als ik geen rol van betekenis krijg in zijn leven…

 

Ondertussen spelen zijn grote handen de hele tijd nerveus met het lege glas, ik buig me naar vóór over de tafel en leg mijn hand over de zijne en besluit dat zijn betoog nu lang genoeg heeft geduurd.

 

Ik weet niet goed wat ik moet zeggen en toch weet ik dat ik niet kan zwijgen

 

Met woorden zijn mijn mogelijkheden natuurlijk beperkt om mijn genegenheid uit te drukken dus sta ik recht, ga achter hem staan, sla mijn armen om hem heen en met mijn wang tegen zijn wang zeg ik dat alles goed is, dat alles goed komt en ik weet niet eens of ik het zelf geloof.

 

Ik druk een vriendschappelijke zoen op zijn voorhoofd en zeg zo dapper als ik kan dat ik ga douchen.

18:01 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.