21-10-13

De Toog (7)

Vanuit mijn toegeknepen keel komen geen woorden meer die te zacht zijn om te verstaan hoe aandachtig hij ook wil luisteren. Mijn woordenstroom verstilt tot gefluister in de wind.

 

Ik weet dat ik hem teleurstel nu ik merk dat hij meer wil horen dan ik kan vertellen, maar we kunnen deze dag toch niet met droeve gedachten bederven, nu we eindelijk weer herenigd zijn, wil ik ook echt samenzijn, ik word er doodzenuwachtig van, mijn gezicht gloeit en ik beweeg ongedurig heen en weer en kan niet langer rustig blijven zitten dus spring ik recht en loop geagiteerd naar de keuken met als excuus dat ik voor beiden nog iets te drinken wil halen. Ik kijk een beetje verloren en uit mijn doen naar het laatste zonlicht van de dag dat grillige patronen op de stenen keukenvloer werpt en probeer om te kalmeren.

 

Ik voel hoe hij mij nakijkt en streelt met zijn blik en ik glimlach dapper terug.

 

Na enkele ogenblikken ben ik opnieuw een beetje bedaard en ik overhandig hem een fles Brunello di Montalcino en verzoek hem om ze open te maken. Behendig vult hij de twee hoge glazen met de fonkelende dieprode wijn.

 

We kijken elkaar liefdevol in de ogen terwijl we klinken op onze hereniging en spreken af om vanaf nu ‘de ernst maar de ernst’ te laten.

 

Hij reikt mij zijn hand en noodt mij uit om nog even plaats te nemen naast hem bij het uitdovende vuur en slaat beschermend een arm om mijn schouder zodat we vertrouwelijk en innig dicht tegen elkaar leunen.

 

Hij voelt mij ontspannen in zijn armen. Nu ik weer rustig naast hem zit laat hij zich dankbaar onderuitzakken, de spieren van zijn rug ontspannen en voor het eerst realiseert hij zich hoe intiem en gewoon dit samenzijn aanvoelt en hoezeer hij dat gemist heeft tijdens zijn jaren van eenzaamheid, het streelt zijn ijdelheid dat ik gewoon blij ben om bij hem te zijn.

 

Terwijl hij met zijn hoofd achteroverleunt en mij beter bekijkt, vertelt hij over zijn zorgen en verplichtingen en alle andere beslommeringen die hem bezighouden, ik begrijp hem – ik begrijp bijna alles wat hij vertelt.

 
Ik weet dat deze onthullingen getuigen van oprechte intimiteit en durf dan ook enkele indringende vragen te stellen omdat ik nieuwsgierig ben naar het hoe en waarom en zijn openhartige mening op prijs stel en toch besef ik hoe weinig ik over hem weet, ik weet bijna niets over zijn persoon en hij niet over mij en even word ik weer meegesleurd in verdrietige gedachten.

 

Het had allemaal zo anders kunnen lopen, kunnen zijn en ik voel medelijden met hem, met mezelf, met ons tweeën….

 

Maar kom, op deze vreugdevolle, lang verwachtte en intens verlangde dag mag de tristesse het niet halen op de blijheid die dit moment teweegbrengt dus spreek ik mezelf in gedachten streng toe …: alle sombere gedachten worden vriendelijk doch dringend verzocht om naar de vergeethoek te verdwijnen  …’ en ik slaag en geniet van onze reünie.

 

Nu we hier zo vertrouwelijk dicht bijeen tegen elkaar zitten laat hij zich verder onderuitzakken tot hij met zijn hoofd in mijn schoot ligt. Ik probeer niet langer om de verleiding te weerstaan en terwijl hij zwijgt, streel ik liefdevol zijn gezicht.

 

Hij strekt zijn hand uit en beroert mijn borsten.

 

Hij is zich zo bewust van mij dat zijn handen licht trillen. Ik voel het omdat ik van zijn handen hou, zijn sterke handen.

 

We kijken elkaar aan en verroeren niet.

 

Ik besef dat ik staar terwijl ik zeg: ‘mijne lieve, lieve rudo…’ en ik voel dat ik bloos. Het is alsof hij slechts enkele uren is weggeweest in plaats van 40 jaar.

 

‘40 jaar geleden,’ fluister ik.

 

‘Waarom heeft het zolang geduurd?’

 

‘Ik was nog zó jong…’ leg ik uit, mijn lippen raken bijna zijn oor. ‘Kan je me vergeven? Kan ik het goed maken?’

 

Hij lacht ondeugend.

 

‘Zijn lach’, denk ik, ‘is nog net zo mooi als vroeger.’

 

‘Kom…’ zegt hij en neemt me bij de hand. ‘

 

‘Toon me de rest van het huis…’

 

We staan recht en lopen langzaam de trap op.

 

Hij is nooit eerder in dit huis geweest.

 

Onze voetstappen doen het parket kraken. De ontdekkingstocht is kort en gauw achter de rug, er zijn slecht twee kamers, de mijne en nog een andere.

 

Mijn kamer is eenvoudig en netjes, de gesloten gordijnen sluiten het afnemende avondlicht buiten.

 

Een ouderwetse gehaakte sprei ligt op het opgemaakte bed. Op mijn werktafel liggen enkele boeken en mijn schriften die ik al heel mijn leven overal met me meesleep, volgeschreven met persoonlijke gedachten en bedenkingen….

 

Aarzelend en glimlachend blijven we even staan.

 

Hij houdt zijn handen op mijn smalle heupen, de mijne liggen op zijn schouders. Wanneer we elkaar zoenen, sta ik op mijn tenen.

 

We zoenen elkaar, eerst nog onwennig en een beetje verlegen maar algauw opnieuw en opnieuw en opnieuw, een beetje teder en nieuwsgierig, zacht en dan harder, gevend en gul, nemend maar nooit dwingend, intens en begerig, royaal en gretig tegelijk, zodat onze lippen en tongen hun eigen verhaal vertellen...

 

Onze omhelzingen worden algauw liefkozingen van minnaars….Dan laten we elkaar los en staan wat onhandig tegenover elkaar ons ervan bewust dat we een grens zullen overschrijden.

 

Kom’ zeg ik…

 

Ik help hem zijn hemd uit te trekken.

 

Met beide handen streel ik zijn schouders en zoen zijn borst op het plekje waar zijn hart sneller klopt voor mij….

 

Dan laat ik mijn handen over zijn heupen glijden.

 

Vol vertrouwen houdt hij mij dicht tegen zich aan.

 

Zijn lichaam tegen het mijne.

 

De vreemdheid van de ander.

 

Hij is de eerste man en ik de eerste vrouw.

 

Hij kan mijn opwinding ruiken, ik merk zijn begeerte…..

15:25 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.