15-10-13

De Toog (5)

Deze hernieuwde ontmoeting zit al maandenlang in mijn hoofd.

Op de een of andere manier weet ik al jaren en jaren dat een hernieuwde kennismaking onafwendbaar is.

Toch kan ik bijna niet geloven dat hij het echt is, dat hij eindelijk toch gekomen is.

Och ja! Ik was bang voor dat eerste moment, dat eerste gevoel dat ik zou hebben wanneer ik hem zag. Ik zou het onmiddellijk weten als ik hem niet beval of als ik hem tegenval. Het is vooral dát scenario waar ik bang voor ben.

Want wat zullen we dan doen?

Toegeven dat we ons vergist hebben, de ontmoeting toch een kans geven zodat de mogelijkheid erin zit dat het allemaal nogal meevalt?

Het kan allemaal heerlijk worden en daarom wil ik het ook, maar het is een dwaas plan, laat dat tenminste duidelijk zijn, het is en blijft een sprong in het duister maar nu spring ik uit eigen, vrije wil. 

We zijn voor het eerst sinds jaren weer samen…

Hij steekt zijn hand uit en ik leg de mijne er behoedzaam in, zo leidt hij ons naar de gemakkelijke bank bij het knetterde haardvuur.

De laaiende vlammen leggen een warme gloed op onze wangen.

Zonder elkaars hand los te laten gaan we zitten, ik word kalmer terwijl ik voel hoe zenuwachtig hij is begint hij aan zijn eigen verhaal.

Ik luister naar zijn woorden en kijk hem aandachtig aan terwijl ik denk: ‘mijne rudo, hij is warempel nog altijd mijne lieve rudo…’

Hij is een trotse man gebleven niettegenstaande het leven hem gegeseld heeft met striemende tegenslagen heeft hij nog altijd die breedsprakigheid waarmee hij van de hak op de tak zijn geploeter van alledag beschrijft. Ik luister oplettend, nauwgezet en met toenemende verbazing naar alles wat hij mij vertelt en dat is heel wat. Mijn keel snoert dicht en wanneer ik zie hoe zijn ogen vollopen, slik ik koppig mijn eigen tranen in. Het valt me op hoe hij keer op keer, met de grootste omzichtigheid, de grootste bewondering en het grootste respect één naam letter per letter uitspreekt.

Ik hou me zo stil mogelijk en probeer om niet te bewegen, ik wil hem niet storen tijdens zijn relaas.

Ik wil geen onnozele vragen stellen om de spanning te breken nu ik voel hoe hij nood heeft aan vertellen.

Ik wil hem aanraken maar om zijn woordenstroom niet te stuiten, doe ik het niet.

Ik weet hoe het voelt als een hart letterlijk zeer doet. Ik heb met hem te doen, veel méér dan met mezelf. 

Na een hele tijd pauzeert hij en leunt opnieuw achterover en kijkt mij vragend en uitnodigend aan. Hij neemt mijn hand in allebei zijn handen en wacht tot ik het woord neem.

‘Nu jij…!’ zegt hij aanmoedigend en mijn ademhaling gaat sneller, ik denk dat hij het bonken van mijn hart hoort, mijn keel is droog en ik kuch maar dan begin ik te vertellen want dat wil ik. Ik wil me niet langer terughoudend opstellen. Ik probeer om het koelbloedig te doen zonder uitvluchten en tierlantijnen. Ik begin schroomvallig en een beetje bedachtzaam en in voorzichtige woorden vertel ik hoe ik mijn leven heb geleefd. Ik verbaas me erover dat ik zo gemakkelijk op dreef kom nu ik zovele jaren gezwegen heb tuimelen de woorden uit mijn mond. Ook ik fladder zonder veel samenhang van alle moeizame jaren naar alle doelloze jaren, van jaren van dwalingen naar jaren waarvoor ik eindeloos dankbaar ben.

Dan zie ik hoe hij wacht tot ik nog meer vertel, maar bijna onmerkbaar schud ik van ‘neen’, van alle opgedane emoties begin ik te huiveren en als een drenkeling grijp ik allebei zijn handen vast.

Hij mag mij alles vragen. Ja, hij mag alles van mij afweten maar nu nog niet, zo ver ben ik nog niet.

Over mijn kind zal ik het later hebben. Niet nu! Het jaagt mij verschrikkelijk veel angst aan en ik weet dat mijn verhaal de sprookjesachtige sfeer zal bederven.

Ik zie teleurstelling maar ook begrip in zijn ogen.

’Later’, zeg ik, ‘later zal ik je alles vertellen, niet nu, als ik nu begin sleur ik je mee in de droefenis.’ 

Ik maak een eind aan mijn confidenties en ontspan alsof er een hele hoop ballast van mijn schouders is gevallen.

De uitdovende vlammen in de haard werpen een zwak schijnsel op de stilte. We houden elkaar vast en zwijgend bekomen we van alle nieuwe indrukken. We zijn alle twee wat kalmer maar nog niet volkomen ontspannen. Ik voel me niet helemaal op mijn gemak en rudo volgens mij ook niet. Ik werp, zonder dat hij het merkt een blik op zijn handen, ze zijn groot en sterk en verzorgd. Ik wil hem strelen, ik wil hem aanraken en door hem aangeraakt worden…….

Dan maakt hij zacht onze handen los, staat recht, neemt de fles wijn en schenkt de hoge glazen vol, we klinken en wensen elkaar alle goeds, we kijken elkaar lang en diep in de ogen en drinken op zijn en mijn welzijn. 

Hij komt opnieuw bij mij zitten, een heel stuk dichter deze keer, ik voel zijn nervositeit afnemen en terwijl hij zich in mijn armen vlijt, zie ik voor het eerst pretlichtjes in zijn ogen. Ik lach en trek hem speels nog een beetje dichter tegen mij aan en voel me weer jong.

Onze jeugd is voorbij maar niet ons leven.

Nu we eindelijk weer samen zijn wil ik mij weer jong in mijn lijf voelen en ook in mijn hoofd. Mag het?

Ik wil beleven en leven. Ik ben nog niet op. 

We zitten voor het eerst sinds jaren samen…, daar ben ik me van bewust en ook van het geluk dat het eindelijk gebeurt.

Op die vreselijke avond van zolang geleden was mijn verontwaardiging en verbijstering totaal.

Ik zag de signalen niet of ik interpreteerde ze verkeerd.

Ik was te jong en te onervaren en ik wist het niet.

Hoe heb ik zo onnozel kunnen zijn?

Het heeft tijd gekost om mijn diep gekwetst gevoel van eigenwaarde te herstellen, om de schaamte en de teleurstelling van mij af te schudden….. 

Maar nu zit ik hier bij hem, gewoon blij te wezen en verwachtingsvol…

16:43 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.