15-10-13

De Toog (6)

Eenmaal uitgeraasd, hernam de nieuwsgierigheid het vat over zijn doen en laten en besloot hij de woonkamer aan een nauwer onderzoek te onderwerpen. Rustieke, oude, meubels overheersten ruimschoots het tafereel, waarin de brede en ferm uitgezeten sofa en de grijsgrauwe, maar felle, haard de grootste aandacht opeisten. Donkere kleuren over het algemeen en de blijkbaar immer aanwezige schaduw, schonken de nodige rust aan de omgeving zodat het waarschijnlijk moeilijk was voor de inwoners de woonkamer tijdelijk te verwisselen voor de slaapkamer, indien averechts ingericht, wat, later vastgesteld, niet de bedoeling bleek geweest te zijn. Aan de ene kant was de voordeur, terwijl zich aan de andere kant, de keuken bevond. Een houten trap, in een hoek, leidde naar twee slaapkamers op het eerste verdiep. Een landshuisje, vroeger waarschijnlijk dienend als boerhof en daarna ingericht als weekends verblijf. Gezellig dus, alhoewel klein. Voor de weinige vensters hingen zware gordijnen, tot op de grond. Geen last dus van lastige blikken, van buitenuit. Een ouderwetse radio, blijkbaar nog met gloeilampen erin, op de schouw geplaatst, verwees duidelijk naar de smaak en goesting van de eigenaar.

 

Ze had het huis geleend gekregen vanwege een vriendin die al jaren meeleefde met haar vreugdes en drama's en er geen deernis in had gevonden oude vuren herop te wakkeren. Nergens was er een Tv-toestel te bespeuren, noch een telefoonapparaat, tenzij één van de jaren twintig, aan de wand, met een zwengel er nog aan.

 

Het was intussen al een stuk in de avond geworden, waarschijnlijk al dicht tegen middernacht alhoewel hij daar niet zeker van was aangezien hij geen horloge gebruikte en de staande klok, tegen de muur, bij de haard, niet bleek te werken.

 

Het leek hem niet aangeraden tekens te geven van recht te staan en besloot te blijven zitten, dicht tegen haar aangedrukt, tot zijzelf daarvoor aanstalten zou maken. Uren gingen voorbij als ware het minuten en weinig verdere woorden werden er gemompeld en geuit, tenzij deze van wederzijds genot, genoegen en voldoening. Rond de vieren, meende hij, stonden ze eindelijk op en strompelden ze, de trap op, naar de eerste van de twee slaapkamers, waar het opgemaakte dubbelbed hen verwachtte. Hij verwijderde zijn hemd, sokken en broek (zijn schoenen had hij, bezorgd, beneden laten staan) en ook zij belande in haar ondergoed. Alhoewel warm beneden, was het killig in de slaapkamer en verkozen ze rap onder de dekens te sluipen. Zij draaide zich, bijna onmiddellijk, weg van hem en hij haakte zich in, rond haar rug om, zonder enig verzet. Na een vredevolle kus, besloten ze naar de nachtrust over te schakelen, onafhankelijk van de mening van zijn medeplichtige en zelfs bendeleider die, in protest daarvoor, de rest van de nacht op wacht is blijven staan. Wat ze waarschijnlijk ook wel voelde en aanvankelijk besloot te negeren, tenzij om er tenslotte, moe van de aandrang, naar te grijpen en er haar hand, onschuldig, rond te wikkelen, ook al om hem nooit nemeer te laten ontsnappen, noch te laten ineenschrompelen en zich tot een simpel pisbuis te omvormen...

 

Maar niets is zo fout als een overhaastige ingreep naar het totaal onbekende, het gevaarlijke en verraderlijke, zoals daar is het moeras van de drift. Wie zichzelf veertig jaar lang heeft afgevraagd hoe het, op dat gebied, gegaan zou zijn moest alles perfect afgelopen geweest zijn, moet niet direct willen overschakelen naar de vierde of zelfs de vijfde en allerlaatste versnelling, onder meer omdat die allang niet meer in aanmerking genomen worden eens de dertig voorbij en men nog amper en met dezelfde moeite aan de tweede versnelling geraakt, na ne hele hoop haperingen en schermutselingen tussen de eerste en de tweede reeks tanden. Tenandere als het voor de sabel ook al niet meer zo gemakkelijk is om zich te concentreren op zijn doel, hoe moet het dan wel zijn met de bergplaats die zich rapper laat verroesten dan versoepelen?

 

Enfin, toen hij wakker werd, rond de zevenen, was zij al in de keuken verdwenen, waar de koffiepot, hevig aan het pruttelen, leven stond te maken. Ze had een stortbad genomen en had heur haar, zonder meer, opgebonden in een paardstaartje, terwijl hij, licht kreunend nog van de opgestapelde goesting, ook een warm ligbad onderging, ervoor zorgend dat zijn ander hoofd serieus afkoelde. Even later, na verscheidene hete en verse broodjes (waar ze die vandaan had gehaald, wist hij niet te achterhalen) met jonge schellekaas, verslonden te hebben, besloten ze een lange wandeling te ondernemen op het strand, verlaten nog op dat vroege uur, terwijl het weer eerder koud, windig en bewolkt was. Weinig werd er nog gezegd want waar het complot het grootste is, is de uitleg het geringst. De grootste brokken van hun lijdensweg waren er al uitgestoten geweest, de avond ervoor en wat er van over bleef geleek meer op gezond en plezant zomervertelsel, alleen maar goed genoeg om de glimlach, van het geluk, niet meer te hoeven te verbergen.

 

Gedurende verscheidene uren wandelden ze, strand na strand, gemeente na gemeente, tot ze in Nieuwpoort belandden, tegen de middag al. Daar besloten ze ietske te eten, niet iets speciaals, of overvloedig, maar gewoon iets, zoals frieten met bife steak, genoeg om de maag te voorzien van een kussen, terwijl ze de fles rode, droge, wijn met fijne teugjes aan het opslorpen waren. En dan werden hun tongen opnieuw losser en herinnerden ze zich van vroeger, in Roeselare nog en in Rumbeke, waar ze zich voor het eerst hadden gekust, en waar ze erin geslaagd waren, zonder te struikelen, dertig minuten lang op ene tegel van dertig op dertig centimeter te dansen, zodat zijn geheime delen verpletterd waren geweest door haar gretige buik, waarvoor hij besloten had nooit terug te wijken, zodat ze daar en dan al hun eerste vereniging verwezenlijkt zouden kunnen hebben, ware het zijn (beste?) vriend W. L. niet geweest en haar (beste?) vriendin, C., die hij nog nooit eerder had ontmoet en die allebei niet akkoord waren gegaan met hun gedrag en haar allebei sterk hadden aangeraden, om niet te zeggen, vervloekt, niet met hem te beginnen te vrijen, diene gemene werkmens, die bovendien ook de slimste van de klas niet was en wel de zoon van hun portier te verkiezen die buitengewoon gehoorzaam was en ook nooit opstandig was geweest, vooral niet in zijn lederen onderbroek. Hij heeft hen nooit nemeer terug gezien, dat duivels koppel, dat waarschijnlijk, intussen, nog veel andere slachtoffers heeft gemaakt, ook al en vooral omdat ze voortdurend uit zijn op valsheid en lafheid, laster en achterklap verkopend aan wie er belang in stelt en het geluk niet duldend als het niet voor henzelf is bedoeld.

 

Zonder er verder over te twijfelen keerden ze daarna op hun stappen terug, geleidelijk en zonder haast, tot ze, rond de zessen, thuis arriveerden. Moe, maar voldaan.

 

Wat later, na een sappige pizza besteld te hebben en de rest van de wijn opgesipt te hebben, kropen ze terug in de sofa, waar ze de oude radio probeerden op gang te pletsen en vast konden stellen dat die nog waarlijk werkte en een kanaal trachtten te synchroniseren waar er een weemoedige vrouwelijke stem te horen was van ???. Hij herinnerde zich haar naam niet meer, maar wel dat hij haar indertijd zelfs een liefdesbrief had geschreven, verliefd dat hij ooit was geweest op haar plakkerige stem. Ze had er echter nooit op geantwoord, de heks (ze speelde alleen maar aangevraagde muziekjes, meestal oude slow's, rock en twist's). Zou het Tante Lieve geweest kunnen zijn??

16:48 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.