11-10-13

De Toog (4)

... terwijl hij haar, hand in hand, naar de sofa loodste, recht tegenover de haard waarin het droge hout knetterde van de opgehitste vlammen en haar daar nauwlettend plaats liet nemen, opperend dat ze beiden, voorzeker's, heel wat aan elkaar hadden toe te vertrouwen sedert ze elkaar voor het laatst hadden gezien, in spijtige omstandigheden weliswaar en die markante littekens hadden gekerfd, niet alleen in hun hart, maar ook in hun geest, die zelfs niet door de slopende tijd in staat waren geweest helemaal geheeld te worden. Ze keerden zich naar elkaar toe, zonder elkaar aan te raken, uitzondering gemaakt voor de ineengestrengelde vingers, wit van de wederzijdse gespannen klemming.

 

Zij besliste hem eerst van stapel te doen lopen, zelf ietwat te verlegen om zich onmiddellijk van haar harnas te ontdoen en zich verder te ontkleden van één kant en van de andere kant, de voorkeur gevend aan diegene die van het verste kwam en die waarschijnlijk ook op de heetste kolen zat en waarlijk, zijn karre geraakte in het begin nogal moeilijk op gang maar naargelang de woorden uit zijn mond begonnen te vloeien, werd de stroom alsmaar heviger, zonder de vlotte aaneengeknooptheid te verwaarlozen en kreeg ze minder en minder tijd om alles te verwerken en erop te reageren, niettegenstaande haar groeiende goesting, tot ze besloot de storm te laten razen en op zichzelf te laten uitwaaien, vermijdend er stokken, stukken en brokken tussen te steken, niet in achting genomen haar lichte, begrijpende, hoofdknikjes af en toe, tot ze vast stelde dat hij opgewonden geraakte door zijn eigen gedachten en uiteengerafelde ervaringen en ze meer op hem begon te letten dan hem werkelijk probeerde te verstaan, herkennend dat hij eigenlijk niets was veranderd, alleszins niet in zijn manier van doen, momenten van vrolijkheid verwisselend met triestige en zelfs dramatische voorvallen en gebeurtenissen, alhoewel hij zich lichamelijk wel een beetje had laten verroesten, maar toch nog duidelijk hare ware Rudo vertegenwoordigend die ze nu, zelfs meer dan vroeger, dacht te beminnen, vooral omdat ze allebei blijkbaar een eender pak slagen van het leven hadden gekregen, net alsof dat ook zo bedoeld was geweest door het noodlot, maar toch opmerkend dat hij er bijlange niet verslagen uitzag, niettemin de vele ogenblikken dat hij verplicht was zijn rebellerende tranen zonder veel ophef weg te moffelen met de rug van zijn vrije hand, zodat ze op den duur ook moeilijkheden begon te ondervinden hem te onderscheiden tussen de natte druppels die zich nijdig ophoopten in haar ooghoeken door en over haar wangen naar beneden dreigden te glijden, om niet te zeggen te barsten en hij het geschikt begon te vinden een ietwat vrolijker herinnering uit zijn mouw te schudden, niet alleen om de aangroeiende vochtigheid in zijn eigen verstokte ogen te doen opdrogen maar ook om haar eraan te herinneren dat niet alles triestig was geweest in zijn leven, wat ook zij beaamde, want niets is volmaakt, zelfs niet in de bitterheid en ook niet in de eenzaamheid, zodat ze op den duur zelfs geluk begonnen uit te stralen en de klem van hun vingers verloste en milder werd, bijna evoluerend naar een genegen aanraking, beklemtonend dat er voor vandaag nog meer op de lijst stond, aanleunend op wederzijdse tederheid en bekommernis, want dat ze al veel tijd hadden verloren, oneindig veel tijd, maar dat er nog een groot part gered kon worden vanuit de vergeetput, niet om opnieuw te herbeginnen maar eerder om te mogen beëindigen wat had blijven haperen aan de kanten van het onvolmaakt menselijk gedrag, zoals daar zijn: onbegrijpelijkheid, trots, beschaamdheid en zelfs een overdreven overvloed van gemeend geduld.

 

Hoe verder hij vorderde hoe ontspannender hij werd en zij voelde zelf ook hoe haar oorspronkelijke schuchterheid zich omvormde in zalige rust, zodat ze, terwijl hij recht bleef zitten, terug gleed in de zachte kussens, zijn hand nooit verlatend, zelfs niet toen haar buik jeukte, tot ze vast stelde dat hij begon te hunkeren naar reacties en ze onwillekeurig van posities verwisselden.

 

Terwijl hij terug zakte tot tegen de hoge leuning, verplaatste zij zich naar voren, zich bijna recht tegenover hem bevindend en bijna fluisterend haar hart in haar handen nam, zichzelf verlossend van jarenoude spijt en droefheid, zonder nochtans zichzelf te beklagen of te verwensen. Verscheidene voorvallen kwamen aan de beurt, waaronder de vereeuwiging van haar zoon, wanneer ze de prop in de keel niet verder kon onderdrukken en schouderschuddend, maar toch stilletjes, weende tot ze zichzelf, na seconden die op minuten geleken, wakker schudde en besloot haar voeten terug op de aarde te plaatsen en te genieten van dit betekenisvol weerzien en de sfeer niet somber te laten worden, zwaar van de onrust en de gepleegde onrechtvaardigheid. Hij wist en begreep maar al te goed waarover ze sprak, vanzelfsprekend, maar verkoos toch zijn wens te onderdrukken om wat verdere informatie los te peuteren, waaronder: waar, hoe en waarom, over haar zoon, maar ze maakte, zoals hij verwachtte, geen aanstalten dat gordijn op te hijsen.

 

Op den duur herstelde de stilte zich in de woonkamer en nog eventjes nasnikkend verloren beiden hun ogen in de schijn van de vlammen in de haard, nu ook al een beetje uitgewaaid van de rogge storm die binnen was geslopen en langzaam uitgestorven, bij gebrek aan brandstof, of beter, aan toegevoerde brandstof. Ze werden beiden opgeslorpt en omringd door de tedere sfeer die zich meester maakte van hen en die hen dichter tegen elkaar deed kruipen, terwijl hij zijn arm rond haar schouder bewoog en daar liet rusten, nu, zonder elkaar aan te kijken en uitgeput van de veertig jaar lange afwezigheid, besloten voor een langdurige zwijglust. Veel meer woorden, uitleg en vragen, voor deze avond, waren er niet weggelegd. 

 

Pas toen viel zijn blik op de fles rode wijn die op het tafeltje speciaal voor hen was neergezet en waarbij er twee hoge glazen de uitnodiging compleet maakten. Hij wikkelde zich halvelings los van de omhelzing en bediende hen beiden met een halve scheut, wensten elkaar de nodige gezondheid toe en tuimelde terug in haar armen, nu naast elkaar, maar niet in een ongemakkelijke houding. Zijn ogen dwaalden toen, voor de eerste keer, af naar haar boezem, waar twee opgespannen borsten onder haar jurk halvelings zichtbaar waren, als het ware een uitnodiging verbeeldend voor nader onderzoek, wat hij zonder tegenstand van haar, ook van plan was te doen, eens niet helemaal ongeschikt geacht.

 

De avond was bijlange nog niet over en beloofde verlossing, op alle gebied...

21:45 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.