13-08-12

Laster en Achterklap

Gebruik makend van de gelegenheid, terwijl ik het toch bezig heb over wijlen mijn vakelief in mijn vorige post's en ook verwijzend naar de laatste boodschap van mijn ex-Doriske, uit de streek van Roeselare, waarvoor ik eens bereid ben geweest één van mijn weinige nieren af te staan om haar liefde te kunnen veroveren (waar ik, helaas, niet in geslaagd ben) en die tegenwoordig mijn enige, echte en beste schrijfvriendin is, alhoewel op duizenden kilometers afstand, voel ik de goesting enkele tafereeltjes te schilderen over hoe hij zich (Papa) gedroeg terwijl hij niet thuis was en bijgevolg gedurende het grootste part van zijn vrije tijd.

 

Zijn bijnaam, nu mogelijks te rangschikken onder de reeks “Dom Alphonso De La Mancha en zijn Pancha” laat er geen enkele twijfel over: hij was allesbehalve een schaap en genoot van veel aan- en aftrek bij het geliefde vrouwvolk, getrouwd of niet, van de stad Rumbeke en alle andere dorpen en gemeenten daar omheen. Hoeveel keren heb ik niet moeten vaststellen hoe hij, zonder boe noch bah, zijn grote handen, waarvan ik alle vingers vlot uit mijn hoofd herkende, alleen maar vanwege de vele keren dat ik er onvrijwillig tegenaan had gelopen, onder de lange rokken van bijna alle vrouwkes bewoog die hij ontmoette op zijn dagelijkse kruistochten om de naam van de Van Leuven’s eer aan te doen en hij, zonder enige blijk van schroomheid, “handtastelijk” werd, zonder dat één ervan bloosde van de opwinding, terwijl hun mannen zich omdraaiden om niet getuige te moeten zijn van weeral eens diene uitdagende vrijheid van hun “Meester Van Leuven”, die alles heel normaal vond en wreed glimlachte van het genoegen en ook van de molligheid die hij aan het ontdekken was. Zelfs zijn eigen zuster, Tante Irene (mijn Meter, die me verscheidene duizenden franken schuldig is, verdiend door mijn talloze onbetaalde Nieuwjaarsbrieven, aan vijftig frank het stuk), ontsnapte niet aan zijn aanvallen en menige keren had hij troef, onder de toeblik van zijn schoonbroer, ook een Fons, maar dan wel van het type “Tanghe”.

 

Vele jaren later vertrouwde mijn zus Hilde mij toe dat we, volgens de laster en de achterklap die daar toen in de streek heerste, een halfzus hadden gekregen waarvan niemand wist, of wilde weten, dochter dat ze was van de Familie Depreitere die een tabakwinkel uitbaatte in de Ooststraat, in Roeselare. We moeten allemaal bekennen dat hij niet leed van “ejaculação precoce” en er dus zijn tijd voor nam om eerst warm en dan heet te worden, tot hij het niet meer kon uithouden van de inspanning en de brokken er langs alle kanten uit vlogen. Alhoewel ik er toen niet op ingegaan ben, kom ik nu tot het besluit dat dat werkelijk wel wáár kan geweest zijn, want hij had meer weg van een stier dan van een os en dat heeft hij ook aan de familierechter beweerd toen hij de echtscheiding van onze bloedeigen moeder aanvroeg, omdat ze hem, zogezegd, niet genoeg uitbaatte in hun echtelijk bed en hij dus verplicht was geweest andere uitbaatsters op te sporen om zijn helse drang naar verlossing te lessen. Hij moet echter wel wat verblind zijn geweest van de goesting want ik herinner me niet dat dat madammeke er zo aantrekkelijk uit zag, zelfs niet tussen haar magere beentjes.

 

Feit is dat ik van dezelfde kwaal lijdt en geen vrouw kan zien zonder mijn nek om te draaien, midden in het verkeer, op de straat en ook in mijn winkels, waar ik mijn tafel zodanig heb geplaceerd dat ze mij allemaal, de vrouwen die binnen komen bedoel ik, hun achterwerk moeten laten bewonderen, eenmaal ze bediend zijn geweest en de rekening komen betalen.

 

Op dat gebied, alleszins, ben ik zijn evenbeeld. Alléén maar op dat gebied.

 

God vergeve het mij!

21:18 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.