20-12-11

Beschrijving en attest van een probleem-zonder-blijkbaar-mogelijke-oplossing van de ene kant en van de andere kant, een-dilemma-dat-mij-belet-te-slapen, tot op het precieze ogenblik dat het tijd wordt om terug óp te staan

Ze kijkt me nu nog uitsluitend en zonder aarzeling vijandig en met fonkelende ogen aan, daarvoor een fronsend voorhoofd en opgetrokken wenkbrauwen tevoorschijn toverend; richt me geen enkel zacht of teder woord toe, maar integendeel, snauwt en blaft mij af, haar tergend ongeduld bot laten vierend, meestal vergezeld van bruuske handgebaren; ergert zich als ze beslist me, in haar opvatting gestes van ongewenste liefde en vriendschap, haar wang voor een zoen toch maar áán te bieden, vooral wanneer ik haar afzet aan de school, maar weigert zich daarna óm te draaien om met haar handje een vaarwelletje te wuiven zoals ze vroeger deed en van hetzelfde nog méér, wanneer ze terug keert op het middaguur, terwijl ze ’s avonds haar aangezicht nors weg draait als ze in haar bed kruipt en ik haar een slaapwel-kus wil toedienen; lacht noch glimlacht onherroepelijk als ze zich in mijn nabijheid bevindt; vraagt absoluut niets, bewerend dat ze bijlange al groot genoeg is om te weten wat ze wil en dat ze praktisch al over alle nodige ervaring beschikt en het dus totaal overbodig vindt mijn opinie over ‘t één of ’t ander te vernemen en antwoordt nijdig en getergd de weinige vragen die ik nog, iedere keer minder, de moed heb te formuleren, met korte eenlettergrepige snakwoorden en ongeduldige hoofdbewegingen; is ongelooflijk gestoord en kijkt niet in mijn richting als we in dezelfde ambiance zitten; duwt me nijdig in de rug of opzij, zodat ik verrast bijna voorover val, als ik toevallig in haar weg loop en ze niet over de hindernis, die ik beteken, wenst te springen; vind gemakkelijk een reden om niet meer samen met ons te eten en sluit zich op in haar zorgvuldig achter haar rug dicht geworpen slaapkamerdeur; is evenwel kortaf met haar moeder die alles met lede ogen en oneindig veel hoop en geduld aanziet, haar biduren verdriedubbelend om de gratie van de Heilige Maria toch maar te verkrijgen, maar 's nachts stillekes schreit, omdat de toestand dagelijks blijft verergeren; verwijt me beschuldigend dat ik haar niet genoeg naar de dokter neem, de redens niet gelovend die ik aanwend om haar te overtuigen dat het zich om niets méér betreft dan de frequente blessures waar iedere atleet van klaagt, terwijl zij van oordeel is dat ze zich gevaarlijk gekwetst heeft gedurende haar judo training; verwijt ook haar moeder dat ze niets smakelijks te eten krijgt voorgeschoteld en ook nooit stipt op tijd en dat ze het beu is eieren en spaghetti voorgeschoteld te krijgen tot ze beslist het zelf te doen, maar ook niet van gerecht verandert; maakt haar bed nog nauwelijks op en verandert alle dagen van kleren, zich niet herinnerend dat haar moeder drie ploegen per dag werkt, zijnde ene keer thuis en twee keren in de winkels; daagt me uit haar werkelijk te slaan als ik beweer dat die goesting zich in mij aan het opstapelen is en langzaamaan vat op mij begint te krijgen; studeert praktisch niets en nooit langer dan enkele minuten, kan zich ook niet concentreren, zelfs niet gedurende de examenperiode alhoewel ik een inspanning heb gedaan om voor particuliere leraars te zorgen (wis- en natuurkunde en engels, waarin ze nog slechter wordt hoe langer die persoonlijke lessen duren) en ik haar, zonder veel te reclameren, weeral een nieuwe (de vijfde of de zesde, op één rij) GSM met internet on-line, als vers cadeau heb geschonken; zet haar meedogenloos masker van getergde op als ze thuis komt, maar trekt het meteen af wanneer ze haar vriendinnen of zusters terug ziet, lacht openhartig en wel gezind met hen, terwijl ze hen hartstochtig omhelst en waarmee ze lief en aanhankelijk is, blij en rustig, terwijl ze vermijd óm te kijken om niet te moeten vaststellen hoe we neerslachtig, teleurgesteld en bijna verwoest door haar haat en rancune de verandering in haar gemoed verplicht moeten blijven gadeslaan, net alsof wij iets heel erg verkeerds en verschrikkelijks hebben gedaan waarvoor er geen enkele vergiffenis vatbaar is en waarvoor ze zich nu vlakaf aan het wreken is en besluit dat wij helemaal overbodig geworden zijn, tenware om haar onkosten te betalen en ook haar tientallen piepkleine shortjes en strakke bloesjes, plus feestkleedjes om er belangrijke ceremonies mee te frequenteren, iedere keer een ander natuurlijk, want ze heeft al begrepen dat twee keren hetzelfde gebruikend een bewijs is van pure ellende en van verstikkende armoede; dringt er meer en meer op aan om alleen te gaan trainen in São Paulo, ongeveer drieduizend km ver weg, waar ze beweert daar over een vriendin te beschikken die ze eens ontmoet heeft gedurende één van de Judo Kampioenschappen en waarmee ze in vurig contact is gebleven langs het Internet om; neemt haar GSM overal mee, maar vooral op de plaatsen waar zijn gebruik vermeden moet worden, zoals in de school, in de bus, in haar bed en bij haar pedagoge die ik speciaal gecontracteerd heb op aanraden van de psychologe van haar huidige school, één van de beste en duurste van Recife alias, en met wie ze gedurende tien opeenvolgende consulten haar hart niet ene keer heeft weten of willen te luchten, maar die dan toch tot het besluit is gekomen dat haar QI te wensen laat en dat ze ons ernstig aanraad een ervaren neuroloog op te zoeken en daarna een psychotherapeut, want dat men nooit weet, haar biologische moeder was indertijd ook naar een psychiatrische kliniek gestuurd geweest door de kinderrechter, toen ze in de goot van de straat aan het rondtjolen was gevonden geweest met haar vier kindjes erbij en men beter niet twijfelt over die rare dingen die in het bloed en het DNA kunnen zitten van de gehele familie en zo aanvankelijk brave kinderen in gevaarlijke schepsels kunnen ontplooien...

 

“Ave Maria, Deus me livre e guarde”, zou ik zeggen, terwijl ik razend wil te weten komen waarom ze mij zo bewust aan het pesten is..

14:08 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.