12-12-11

Over korrelkes en kruimelkes voor de arme mensen

Een man van de wereld mag zich niet té vroeg laten vast ankeren in één bepaalde plaats. Nochtans bestaat het gevaar, in mijn geval alleszins, dat ik nooit nemeer aan de verdiende rust zal geraken en levenslang zal blijven rond zwalpen op de golven van de onzekerheid, de twijfel en de drang naar een uiteindelijke veilige haven en tehuis dat maar niet in het zicht komt.

 

Dat als inleiding en om uit te leggen waarom ik, in mijn tweede land, reeds acht keren verhuisd ben, zonder spijt noch wroeging. Niet dat ik ooit heb moeten vluchten, of door ’t één of ’t ander verplicht ben geweest te verhuizen, maar omdat ik het telkens gepast vond in de gegeven omstandigheden. Ligia is daar, jammer genoeg, het slachtoffer van geweest en dat besef ik, in haar geval wel, mét wroeging.

 

Ik was dus weeral verhuisd, van een appartement recht voor de zee, naar een ander, twee blokken ervan, maar toch nog parallel met het strand. Ruimer, properder, beter georganiseerd en goedkoper, niet alleen in de aankoop, maar ook in het onderhoud.

 

Als je het nog niet weet, dan vertel ik het nú: hier in Brazilië moet elk gebouw een naam dragen, terwijl specifiek in Recife, het gemeentebestuur ook nog de aanwezigheid vereist van een kunstwerk aan de gevel, of vóór het gebouw. Ik heb mijn nieuwe woonst niet uitgekozen omwille van zijn naam, maar voor ne hele hoop andere redens, minst inbegrepen, de titel. Mijn vrouw nochtans, een praktiserende katholieke, vond de naam uitstekend, terwijl ze het nog beter vond toen ze een beeld ontdekte van de Heilige Maria, dag-en-nacht vereerd door een brandende kaars, in de receptiehall. De naam is “João Paulo I”.

 

Voor de eerste keer werden we dus uitgenodigd deel te nemen aan het eindejaarsfeest, wat ik, ongewoon voor mijn karakter, beslist had te aanvaarden. Goed geïnstalleerd aan één van de verst verwijderde tafeltjes van een klein orkestje, uitgenodigd om de stemming óp te hemelen, was ik bezig aan mijn glaasje biertje te slurpen, hopend op een relaxerende avond. Pas waren mijn gedachten aan het afglijden naar belangrijke taferelen in Passendale en Moorslede, onderbreekt de syndicus van het gebouw het orkestje om ons mede te delen dat we nu het woord zouden ontvangen van een mede-inwoner en katholieke mens over de reden van Jezus Christus in ons bestaan. Ik dacht bij mezelf, vooruit met die geit en laat ons hopen dat het rap gedaan is, alhoewel ik verschoten had van de manier waarop dat onzijdig feestje gepland was geweest. Hij bleef ongeveer twintig minuten verder wauwelen over verschillende onderwerpen, waaronder het meest belangrijke: het broederlijk verdelen van de korrels brood die die avond van het avondmaal zouden overblijven. Pas was hij voldaan, hij keerde terug naar zijn tafel die het dichtst bij de grote ronde eettafel stond en waar alle samen gerakelde borden ten toon gesteld waren. Toen ik van plan was mijn gekwetst humeur terug te herstellen, staat er een tweede man op die, het woord vragend, ook enkele boodschappen had mede te delen over diezelfde Jezus Christus, die hij belangrijk achtte voor ons allen, allemaal allang over de vijftig en dus nog niet bekwaam en oud genoeg om alleen de zin van het leven te hebben kunnen ontdekken. Ik vond het vreemd dat hij dat aan het doen was want ik had hem, enkele minuutjes eerder, zien binnen stappen met een ijsbox onder zijn oksel waarin er zich twee flessen dure engelse whisky bevonden, gedompeld in het ijs. Ik had niet verwacht dat hij als “drinkende en tewege dronken zondenaar” het woord zou wensen te nemen om over Jezus Christus te zeveren. In alle geval, hij kon het goed uitleggen en braakte er uiteindelijk uit dat ná deze spannende concentratie hij absoluut gereed was zijn uitgedroogde muil aan de fles te zetten. Nogmaals liet ik mezelf neer glijden in mijn stoel om het bier niet warm te laten worden en hopend dat het samba orkestje er nu uiteindelijk werk van zou beginnen te maken. Verrast keek ik op toen een vrouw van middelmatige leeftijd recht stond en ook de microfoon vroeg aan de Syndicus om enkele woordjes te reppen over Jezus Christus die zij, bekende ze rap, wel nooit eerder in haar leven had gezien of had gekend, uitzondering gemaakt voor enkele Kodak-Prentjes waarin hij er buitengewoon schoon op afgebeeld stond, met blond golvend haar, een proper afgewerkte baard en helderblauwe, hemelherinnerende, ogen en met een heilige glimlach over zijn kuise lippen, iedereen uitnodigend zich van alle wereldse eigendommen te ontdoen om zich achter hem te scharen en de Islam voor eens en voor altijd uit de wereld te verbannen. Ze kraaide alleszins ne hele hoop woorden in die zin, waar ik echter maar de helft van verstond, terwijl ik me pijnlijk afvroeg of dat de gewoonte was in al hun eindejaarsfeestjes...

 

Het geluid veroorzaakt door deze hersenspoeling was duidelijk te horen over de gehele buurt en omstreken en ik vroeg me af of er geen tegenstanders zouden opduiken, vooral vanwege één bepaalde protestantse inwoner die enkele weken eerder ook de feestzaal had geserveerd om er een dergelijke vergadering met enkele denkgelijken te verwezenlijken en die, even vóór tien uur ’s avonds, terecht was geroepen geweest door de eerste spreker van de avond die er zelfs de syndicus bijgeroepen had, reclamerend over het lawaai dat diene smerige SOS aan het maken was, zodanig dat hij zijn stil gebed had moeten onderbreken vanwege al diene aambras daar beneden. Maar niemand richtte zich op, zelfs ik niet, niettegenstaande mijn goesting de aandacht te roepen van de aanwezigen om ook een beurt te verlenen aan de andersdenkenden en zelfs de atheïsten, die ongevraagd al diene kletspraat, om niet te zeggen lul, moesten aanhoren op een feest dat voor hen allen was bedoeld...

 

Feit is dat de meeste aanwezigen ermee begonnen in te stemmen dat men het woord niet kon leveren aan iedereen, tenzij aan de katholieken zelf en dat de magen al aan het rammelen waren van de honger en dat het tijd begon te worden het verzamelde eten binnen te werken, want van Jezus Christus alleen leeft een mens niet en iedereen sprong tegelijk op, nadat de Syndicus het startteken had gegeven. En vraag mij nu niet wie er de eerste plaats in de rij heeft veroverd: jawel, de eerste spreker van de avond (een kleine pletskop, alias) had de meest strategische tafel uitgekozen en hij had slechts twee grote stappen nodig om aan de pole-position te geraken. Hij had blijkbaar nog niet gegeten diene dag en waarschijnlijk de dag daarvoren ook niet, want zijn bord groeide verschillende centimeters in hoogte bij elke pollepel die hij met ervaring hanteerde. Terug aan zijn tafel was hij bekwaam meer eten in zijn mond te stoppen dan zijn keel kon verwerken, zodat hij met bolle wangen en lede ogen de eettafel zat gade te slaan om er zich van te vergewissen dat alles niet in één-twee-drie zou verdwijnen vooraleer hij aan zijn tweede ronde zou kunnen beginnen en waarin hij, uiterst snel, is geslaagd, nochtans niet zonder enkele tragere mensen voorbij te moeten steken. Wat later in de avond heeft hij mij beleefd excuus gevraagd terwijl de syndicus mij hem aan het voorstellen was want hij moest eerst eens dringend gaan kakken, alhoewel hij daarna is terug gekeerd om zijn deel van het overschot bijeen te scharrelen en mee te nemen naar zijn appartement, waar hij er enkele honden op ná hield, genoeg om de laatste kruimelkes en brokskes op te wreten...

18:58 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.