04-11-11

De Overkant

Met een ruk draaide hij zijn hoofd terug naar de gestalte aan de overkant. Hij had ze nooit eerder gezien. Begreep eigenlijk niet goed hoe ze daar al die tijd gewoond kon hebben. Hij beschouwde zichzelf als een scherpe waarnemer. Maar het maakte hem toch opgelucht.

 

Hij voelde ineens de benepenheid van zijn kamer en schoof het raam wijder open. Meteen kwam de tocht hem rond het lichaam spelen. Ze was nog jong. De handen op het balkonnetje liggend tuurde ze naar beneden. Het rode haar in een knuist op haar hoofd. Zou het geverfd zijn? Zonder naar hem op te zien keerde ze terug naar binnen. Teleurgesteld bleef hij nakijken op de achter haar gesloten balkondeur.

 

In zichzelf vloekend ging hij terug achter zijn tafel zitten. Af en toe wierp hij sluikse blikken op het gebouw aan de overkant. Zou ze nog terug komen? Hoe was het mogelijk dat hij haar nooit eerder had gezien? Krabbend door het haar met één hand, terwijl de andere de pen vasthield, verdiepte hij zich peinzend in het voor hem liggend papier. ‘d Er stond niets op. En hij had het zo graag vol geschreven. Met alles waaraan hij dagelijks dacht. Maar het kwam er nooit uit. Het was als een gesloten bol waarin duizenden dingen ronddwarrelden, zonder zich te kunnen vrijmaken. Gebonden aan natuurlijke belemmeringen.

22:07 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.