29-06-11

Over Dr. Coupez, van Gent, gesproken..

Op 18 januari 2003 werd dr. Jacques Coupez in de bloemetjes gezet als laureaat van de tweejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Huisarts. Als voorzitter van de commissie Psychosociale Problematiek van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen zet dr. Coupez zich sinds jaar en dag in voor een kwaliteitsvolle relatie tussen huisarts en patiënt.

"Deze prijs is een persoonlijke erkenning, maar meer nog een bevestiging van het belang van de psychosociale problematiek”, aldus dr. Jacques Coupez.

"Dat is niet evident, want ook vandaag is de geneeskunde in de eerste plaats somatisch. Om het heel cru te stellen: de mens wordt soms nog beschouwd als een zak met organen. Is er een orgaan ziek, dan wordt dat eruit gehaald, gerepareerd en er terug in gestopt, vaak met goed gevolg. Gelukkig groeit met de jaren het besef dat er méér is. Voor een goede geneeskunde is het noodzakelijk een bredere kijk op de mens als geheel te hebben. De relatie arts-patiënt is hierbij van wezenlijk belang. Het is een langdurige en intieme relatie, vaak van de wieg tot het graf. En het gaat om waarden die boven het louter geneeskundige handelen uitstijgen. Huisartsen worden vaak geconfronteerd met mensen die het moeilijk hebben: gezinnen die verscheurd worden door ruzies, vrouwen die mishandeld worden door hun man, kindermishandeling, incest,… Huisartsen moeten leren met dat soort problemen om te gaan zonder de mensen te kwetsen. Ook praten over de dood, over euthanasie, over angst hoort terecht tot de taken van een huisarts. Want geneeskunde is méér dan een technische aangelegenheid. De technologie biedt enorme mogelijkheden, maar sommige mensen gaan ervoor lopen uit schrik en uit onwetenheid en omdat al die technologie zo vaak bedreigend overkomt. Het is de taak van de huisarts, als vertrouwenspersoon, om ervoor te zorgen dat een patiënt een gefundeerde keuze kan maken. Een gefundeerde keuze is pas mogelijk als de patiënt goed ingelicht is. Pas dan ook zal de patiënt vertrekken vanuit een sterke motivatie – wat ook zijn keuze is. Weet u, er zijn krachten in de mens die nog niet voldoende bekend zijn en hierdoor ook onderschat. Een patiënt met leverkanker die nog zes maanden te leven had en vandaag, vijftien jaar later, nog altijd leeft: het is uitzonderlijk, maar het bestaat. De wil om te leven is een enorme kracht. Maar, de keerzijde van de medaille is dat je respect hebt voor de keuze van de patiënt. Ook als die niet met jouw visie strookt. Als een goed geïnformeerde patiënt beslist: voor mij hoeft het niet meer, ook dan is het de taak van de huisarts om voor de keuze van zijn patiënt op te komen.”

Geen pillen zonder praten

“Voor de huisarts in de 21ste eeuw is een enorm belangrijke rol weggelegd. Op één voorwaarde echter: dat hij evenveel investeert in zijn relatie met de patiënt als in zijn wetenschappelijke vorming. Een huisarts moet af en toe zijn witte jas uitdoen en als mens/arts naast de mens/patiënt gaan zitten. Iedere arts meent het goed met zijn patiënten, daar twijfel ik niet aan. Maar op het gebied van communicatie en psychologische benadering bestaat er ook vandaag nog te weinig vorming. In de opleiding van huisartsen wordt amper enkele uren besteed aan het thema depressie, terwijl élke huisarts er omzeggens elke dag mee te maken krijgt! Artsen wordt geleerd dat ze absoluut geen fouten mogen maken in somatisch diagnose. Over psychologische fouten wordt nooit gesproken: zo’n fouten bloeden misschien niet, maar ze kunnen wel veel schade veroorzaken. Begrijp me niet verkeerd: het is niet het één of het ander, maar het één én het ander. Zowel het biologische als het psychologische moeten aan bod komen. Pas dan zullen we onze patiënten gezonder en gelukkiger kunnen maken. En daar draait het toch allemaal om, niet?”

“Zijn er vandaag meer depressies dan vroeger, vraagt men mij wel eens. Er worden er in elk geval meer erkend. Steekproeven wijzen uit dat vooral het aantal mensen met mineure depressies toeneemt. Deze mensen lijden er niet minder onder, maar het valt minder op. Ze functioneren nog, maar ze zijn doodongelukkig. Er zijn ook meer redenen om depressief te worden dan vroeger. De wereld wordt chaotischer. De oorlogsdreiging met Irak, bijvoorbeeld, je zou ervan opkijken hoezeer dat op de mensen wéégt. (Dit gesprek dateert van eind januari, nvdr.) Mensen weten ook veel meer dan vroeger wat er in onze maatschappij allemaal gebeurt: kindermishandeling, seksueel misbruik, oudermishandeling, pesterijen op school of op het werk, agressie, noem maar op.

Luisteren is het beste medicament wat je in eerste instantie kan geven. Daar is nog veel werk aan de winkel. Onderzoek toont namelijk aan dat huisartsen gemiddeld na zes seconden het verhaal van hun patiënten onderbreken. En laat ook hier weer geen misverstand rijzen: het is geen keuze tussen pillen of praten. Praten alleen kan voldoende zijn, praten én pillen zijn vaak nodig, maar pillen zónder praten is wat mij betreft totaal uitgesloten. De huidige antidepressiva hebben dan wel veel minder bijwerkingen dan vroeger en ze zijn vaak heel effectief, maar een doorverwijzing naar een goede psychotherapeut is soms meer aangewezen.”

De charme van Gent

“Hier in de Hertstraat woon ik in een studentenbuurt, wat een aantal specifieke problemen met zich meebrengt: anticonceptie, relatiestoornissen, depressies, burn-outverschijnselen, seksuele problemen. Veel studenten blijven na hun studies in Gent hangen, wat ervoor zorgt dat ik ook veel jonge gezinnen met kinderen over de vloer krijg. En in de buurt wonen ook relatief veel oude mensen. En niet te vergeten ook Fransen, Spanjaarden, Italianen en Afrikanen. Al bij al een mooi staal van de bevolking. Die variatie maakt het bijzonder boeiend. Gent ís ook een heel boeiende stad.

Ik ben geboren in Borgerhout, maar ik zou nooit in Antwerpen kunnen aarden. De Muinkparkwijk leeft echt, er zijn wijkfeesten, een hard werkend buurtcomité en er wonen artiesten allerhande. De mensen kennen elkaar, het is er aangenaam wonen. Gent biedt de anonimiteit van een stad aan wie dat wil, maar kent ook de geborgenheid van een dorp. Dat maakt de charme van Gent uit, naast uiteraard zijn architectonische rijkdom.”

“De drempel van de huisartsen is gelukkig nog heel laag. De functies van de pastoor en de winkelier, waar de mensen vroeger hun klapke konden doen, zijn nagenoeg weggevallen. Maar de huisarts blijft een figuur die gemakkelijk aanspreekbaar is en die mogelijkheden heeft om mensen ook buiten het strikt medische te helpen. Ik tracht iedere zondagavond mijn gehospitaliseerde patiënten te bezoeken, o.a. in het AZ Sint-Lucas. Dat directe contact is heel belangrijk, want de huisartsen worden niet door alle specialisten even zorgvuldig op de hoogte gehouden. Ik word ook graag betrokken bij belangrijke beslissingen over mijn patiënten. Inspraak van huisartsen bij terminale patiënten bijvoorbeeld, lijkt mij evident.”

“Er beweegt heel wat in de gezondheidszorg de jongste tijd, ook bij de huisartsen. Minister Frank Vandenbroucke heeft behoorlijk wat kritiek gekregen, soms terecht, maar al bij al is hij de eerste die probeert om het beroep van huisarts te herwaarderen. Natuurlijk blijven er frustraties alom, maar hij heeft toch het GMD een stevige duw in de rug gegeven. Ik merk in mijn praktijk dat de invoering ervan mijn patiënten aan het denken zet en hen bewust maakt van de rol van de huisarts als diegene die het overzicht behoudt. Ook in de herwaardering van de intellectuele act zit, na jarenlang gepraat, eindelijk wat beweging. Dat stemt hoopvol.”

“En om af te sluiten: ik hoop dat de huisarts van de toekomst zijn “colloque singulier” niet zal reduceren tot het kijken naar het scherm van zijn computer, maar dat hij – zoals Levinas het zo mooi verwoordt – ook zal blijven kijken naar het gelaat van de patiënt dat appeleert tot een veel diepere dimensie.”

20:28 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.