29-07-11

Nu ben ik er praktisch van overtuigd...

Ik vertegenwoordig de ideale en zelfs een geschikte vader voor Gleicy niet.

 

Ze heeft haar biologische vader maar ene keer gezien toen hij haar (en haar twee andere zustertjes) uitzonderlijk eens had bezocht in het weeshuis, wanneer ze ongeveer vijf jaar oud was en ze heeft zijn beeld onbewust in haar geheugen bewaard, zodat ze later heeft kunnen vaststellen dat ik alles behalve op hem gelijkend was. Klein, mager en bruinhuidig, net zoals zijzelf. Ik had eerder al de kans gehad duidelijk op te merken, gedurende "n" manifestaties, die ik onveranderlijk verkoos te negeren, dat ze zich niet erg aangetrokken voelde door mijn fysisch voorkomen en lichamelijke aanwezigheid, maar ze was wel slim genoeg geweest te begrijpen dat ik een oplossing betekende voor haar priemend probleem: úit dat weeshuis te geraken. Wilde haar eigen vader haar niet meenemen, ik zou wel een tussenoplossing kunnen betekenen. Iets zoals een Vader-Vervanger, een noodoplossing dus, waarbij een verkozen mens tijdelijk vervangen wordt door een daarvoor niet-gekozen individu, terwijl naar een geschiktere oplossing uitziend. Daarin, in die eventueel beschikbare oplossingen bedoel ik, passen vanzelfsprekend, haar twee zusters waarmee ikzelf het contact, jaar-in, jaar-uit, heb bevorderd en zelfs gestimuleerd, iets waar ik nu eigenlijk spijt begin van te krijgen. Die twee meisjes, eentje van twintig en het andere rond de dertien, beschouwt ze nu wel degelijk als zijnde haar echte en werkelijke bloedverwante familieleden en hun kinderen zullen haar echte neven en nichtjes zijn.

 

Het was mij al opgevallen dat ze zich beschaamd voelde wanneer ze mij, meestal gedwongen, aan haar klasmakkers of aan één van de leden van haar judogemeenschap, vóór moest stellen. Elke keer dat ik haar naar een competitie voerde was haar eerste voorzorg zich terstond van mij te verwijderen, prompt wanneer we het stadium, of het sportpaleis, binnen traden. Ze bleef me dan van verre gadeslaan om zich ervan te vergewissen dat ik niet stiekem naar haar loerde, wat een eventuele band zou kunnen verraden. Als ik haar naar de school rijd verkiest ze eveneens afscheid te nemen op een veilige afstand van de poort, zodat weinig mensen haar zien uitstappen en ik zo moeilijker verward kan worden met een, eventueel, dicht familielid. In het begin vond ik dat een beetje vervelend, om niet te zeggen kwetsend, maar ik verstond wel dat dat misschien tijdelijk te verklaren kon zijn, terwijl ze me beter zou leren kennen en inzien dat ik méér betekende dan alleen maar diene verschrikkelijke vogelschrik (zoiets als: “allez zeg, dat kan toch mijn echte vader niet zijn, hé... ??”).

 

Ik herinnerde me meteen mijn eigen Papaatje, die ook zone lelijke en uiterst ignorante zoon niet, zonder reclameren, had willen aanvaarden als zijnde aan zijn gezellige kroost toebehorend, terwijl puntje bij paaltje gezet, mijn eigen zoon zich nooit erg druk heeft gemaakt of ik aanwezig was, of niet (ik moet nog altijd de DNA-test onder mijn ogen krijgen die Hilma eens heeft laten maken om er zichzelf van te vergewissen dat het zich wel degelijk om Rudo Jr. betrof, nadat hij al begraven was geweest. Dat zou me ook de gelegenheid verschaffen eens ná te zien of ik ook wel de ware vader was).

 

Maar het doet toch even pijn als men voelt dat ook een dochter, die normalerwijze dichter bij hun papa's (haar beschermer vertegenwoordigend) aanleunen, zich beschaamd voelt in zijn aanwezigheid. Allez, 't kan ook zó zijn dat ik overgevoelig ben geworden, maar het hindert mij toch dat ik nooit een held zal vertegenwoordigen voor geen enkele van mijn kinderen..

 

Waarschijnlijk heb ik wellicht mijn liefde teveel verklaard, getoond en benadrukt, teveel geuit hoeveel ik wel van haar hield, hoeveel ik er wel van gedroomd had zo'n prachtige dochter te hebben, hoeveel ik wel trots was op haar, hoe gelukkig ze me maakte, hoeveel zin ze opnieuw aan mijn leven had geschonken.

 

Daar vinden kinderen echter geen enkel nut in. Ze vinden wel dat, als je hen dan toch persé wilt beminnen, je hen dat dan dagelijks moet bewijzen door ze te voorzien van alle mogelijke en onmogelijke soorten elektronische apparatuur, zodat ze zich in alle hoeken en houdingen kunnen onthullen aan hun honderden vrienden en vriendinnen, die ze echter amper opmerken als ze er ineens, fysisch, juist náást staan.

 

Ik begrijp dat men de liefde van de kinderen en verder van iedereen, niet kan afdwingen of opeisen, maar het is hard te beseffen dat je voor hen, in feite, alleen maar als een springplank, of een ladder, hebt gediend. Je kasteel van kaarten, langzaam en geduldig opgebouwd, stort er sowieso van ineen.

 

Vandaar mijn gloednieuwe ontgoocheling: te moeten besluiten dat mijn broer en overigens ook nog een goede vriendin in België, eigenlijk helemaal gelijk hebben: dat ik mijn dochter aan het ge(mis)bruiken ben als mijn uithangbord en dat zij daar niet akkoord mee is en dat ze me dat nu duidelijk aan het maken is.

 

Ze zal, onafhankelijk van mij, toch kampioen zijn en blijven en heel waarschijnlijk zal ze, gedurende de komende jaren, opklimmen tot de top van haar sport. Volgende week zaterdag zal ze, alias, in Aracajú, deel nemen aan de Braziliaanse nationale Judo kampioenschappen. Wedden dat ze "goud" verovert?

 

Ik heb gezegd.

15:03 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.