30-04-11

Terwijl we toch over “konten” bezig zijn..

De eerste kont die ik me levend herinner was die van een man. Ik weet niet of hij oud was of jong, want hij had zich met zijn aangezicht van mij weggedraaid (nochtans, het zicht van zijn kont in overweging genomen zal hij wel aan de Oude Belgen hebben toebehoord), die in de Spanjestraat, al dicht bij de Guido Gezellelaan, in Rumbeke, van zijne velô, uitgerust met de toen uiterst moderne "torpedorem" stapte en zonder blikken noch blozen zijn broek afstroopte om daar in het kruidgewas, tegen een paal, zich van zijn donkere last te ontdoen. Het enige dat mij echt opviel was dat het zich om een plat gat betrof, waarschijnlijk al vele keren gebruikt en praktisch leeg gelopen. Toen hij gedaan had trok hij zijn broek terug op en vroeg ik mij af waarom hij het niet nodig achtte de boel eerst op te ruimen. Aan zijn eigen achterwerk, bedoel ik.

 

Ik had staan voetballen tegen de muur van de fabriek vóór onze deur en ik besefte alleen maar wat hij van plan was te doen toen hij zich weg van de paal (met een verkeersbord, voorrang verlenend aan wie er van rechts kwam) draaide en zijn twee duimen achter zijn broekriem stak. Ik vond hem een onbeschofte mens en heb dat belachelijk “beeld” nooit ne meer kunnen vergeten. Van Rumbeke was hij zeker niet. Daar durf ik op zweren. Misschien wel van Akker, of zowel van Kachtem, die duidelijk meer aan die dingen doen denken. ’t Was ook de eerste en de laatste mannelijke poepe (die van mijn jongere broer er niet bij gerekend, die altijd juist voor mij in de badkuip plaats nam en die mij aantrekkelijker bleek te zijn), die ik ooit “live” heb moeten aanschouwen. Niet dat dat mij ontgoocheld. Integendeel. Ik begrijp zelfs niet hoeveel andere mannen daar verrukt en zelfs “verrekt” van worden...

 

Omdat hij zijn achterwerk niet afgekuisd had, herinner ik mij nu dat er, in diene tijd, nog geen Wc-papier in de winkels te koop stond (tenware in Parijs misschien, waar den enen of den anderen Jood op dat gedacht moet gevallen zijn geweest, om van vervuild papier, proper geld te maken). Ik herinner mezelf dat wij, in onze WC, gazettenpapier gebruikten, wat wel voor dat goede doel diende (nog altijd eigenlijk). In alle geval, men mocht maar in één enkele richting wrijven, want anders maakte men er een hutsepot van. Slechter was het wanneer het gazettenpapier op geraakte en we moesten overslaan naar bladzijden uit het “Burda” magazine, wat de moeilijkheden fel verhoogden. Hoe men ook wreef en wrong, men voelde dat er aan de reiniging nooit een einde kwam en ik had toen nog geen idee dat niet elk soort papier geschikt was voor dat doel. Maar mijn vader had daar blijkbaar geen last van, net zoals diene mens met zijn plat gat. Waarschijnlijk droogde alles vanzelf op en moest men zich niet bekommeren om zo´n onbelangrijke kleinigheden, tenware men rijk was, of belangrijk, want toen begonnen de ware gataflekker’s al op te dagen, altijd gereed om de boel, voor de machtigen, op te ruimen.

 

Iets anders wat ik vroeger niet begreep was de eigenaardige stank die daar bleef hangen, iedere keer wanneer Papa-Lief uit het kot stapte. Net alsof hij daar niet alleen zijn dikke darm ontlast had, maar ook enkele winden had laten ontsnappen, iets waar er blijkbaar geen gerucht mee gepaard ging, bij hem alleszins niet, of zowel was de opening groot en de druk laag, misschien.

 

Van konten en kakken gesproken, vind je ook niet dat dat aanstekelijk is? Ik mag niet ontspannend neer gaan zitten en daar komt er prompt iemand op de deur kloppen. Tenandere, als je dringend op iemand aan het wachten bent, blijf dan niet in de woonkamer, want hij zal nooit opdagen. Genoeg is je broek af te stropen in de WC en de natuur zijn gang te laten gaan, om iemand onmiddellijk aan de deurbel te horen hangen..

 

Dat allemaal herinnert mij ook aan onze stege Pépé, vader van mijn moeder, toen hij al over de tachtig was, en er nog geen Wc-papier bestond en hij met zijn bevend hand niet zó ver kon rijken en zijn oudste dochter, die maagd is gestorven, verplicht werd dat werk af te ronden, terwijl de regel niet respecterend van enkel maar één richting in te slaan, tevergeefs proberend de uitgangriolering te reinigen door heen-en-weer te wrijven. Hij, van den andere kant, durfde niet reclameren, bang dat hij was dat ze zou reageren met een kwade: “doe het dan zelf maar”..

 

Dat doet me, op zijn beurt, ook herinneren aan de beste uitspraak ooit geleverd door onze brave Mama, dat: "wie het het eerste riekt, zijn gatje piekt..."

 

Nu begrijp ik dat allemaal veel beter hoor.

16:58 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.