20-11-09

Meer van bedelaars

Heel in het begin van mijn verblijf, hier in Brazilië, was ik wel ietske gevoeliger voor het probleem van de bedelaars, vergeleken met nu en was ik vlugger bereid, vrijwillig, enkele centjes voor dat goede doel op te offeren. Ze zijn, de bedelaars bedoel ik, net zoals God, overal aanwezig en ge verschiet uzelf bijna een bult als ze u onverwachts bij de elleboog grijpen. Ze kunnen zowel eenzame bedelaars zijn, meer op paria’s gelijkend (die eigenlijk niemand lastig vallen, verkiezend uit de vuilnisbakken hun eten te peuteren, terwijl ook verschrikkelijk vervuild, niet beschaamd zijn met een half ontbloot achterwerk rond te tjolen, overmeesterd door de vlooien, luizen en andere bloedzuigers, overal verspreid over hun mager lijf), of zowel leven ze in benden, waar er voortdurend nieuw leven, aan de lopende band, wordt verwekt, gereed om dat zalig beroep, voor eeuwig lang voort te blijven garanderen. 

Vooral die laatste, in groepen van twintig/dertig personen verzameld, zijn professioneel gevormd en durft ge, net zoals met de dronkaards of de hoeren, er naar loeren dan zijde meteen hun nieuwste slachtoffer. Zoals in onze eigen gemeenschap worden ze geleid door de sterkste, de onmeedogenlooste en de valste van de mannen, die ook altijd de nuchterste is om geen onverwachte aanvallen te hoeven te vrezen. Hij laat niet toe dat andere mannen zijn vrouwen bepotelen, tenzij hij al bevredigd is. 

Ze doen alles om indruk en compassie te verwekken en sommige bezitten zelfs geen enkel fysisch gebrek, maar doen net alsof. Vooral de moeders gebruiken hun eigen kinderen en ook die van de anderen, waarvoor ze “huurgeld” betalen, om medelijden te kunnen verwekken. Ze verzamelen zich ' s avonds ergens onder een markies van een gebouw, pissen, kakken, vogelen en poepen in overvloed, slapen, meestal, op een stuk van de krant “Financial Times” en ´s morgens vroeg wenden ze zich naar hun werkplaats, een kruispunt, ook gehuurd, waar ze hun masker van "triestig gezicht" aantrekken, zelfs proberend enkele traantjes te produceren, maar laten niet na hun eigendom met handen en tanden (weinige) te verdedigen, andere bedelaars verdrijvend en daarvoor luid scheldwoorden aanwendend. 

Eenmaal ge iets gegeven hebt bekomen ze, wat ze hier noemen “verovert recht” wat betekent dat ge vanaf dat ogenblik verplicht zijt alle dagen uw handen in de zak te steken en doet ge dat niet, dan mag hij terstond een vieze tote trekken, zijn tong uitsteken en u nawijzen, om aan iedereen te tonen dat ge niet vertrouwbaar zijt. Ik herinner mij een oud madammeke dat jaren lang, dagelijks, met een traan in haar ogen, een aalmoes heeft overhandigd aan een bedelaar op een kruispunt, waarvan ze durfde zweren dat hij lam was (hij bewoog zich voort op een plankske, met rollewielekes), tot ze hem, op een bepaalde dag, ontmoet heeft in een café, rond huppelend op één been terwijl hij het andere over zijn schouder had gezwaaid, vloekend en drinkend tot het bier uit zijn oren stroomde. Sedertdien heeft ze hem niets ne meer gegeven en sedertdien, nog ne keer, wenst hij haar naar de hel, iedere keer ze passeert aan zijn kruispunt...

VOGELS~1

19:32 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.